De twee knechten van de HEER

 

 

Hoofdstuk 4

 

Hoofdstuk 4: De twee knechten van de HEER

(uit: Als de fundamenten beginnen te wankelen)

21 Voer jullie rechtsgeding, zegt de HEER,

lever overtuigende bewijzen, zegt Jakobs koning.

22 Kom ermee voor de dag

en vertel ons wat er gebeuren zal.

Vertel ons over wat vroeger is gebeurd,

zodat wij de afloop nu al kennen.

Licht ons in over wat komen gaat,

23 geef ons aanwijzingen over de toekomst,

dan weten wij dat jullie goden zijn.

Doe het, hetzij goed, hetzij slecht,

zodat wij het met eigen ogen kunnen zien.

24 Maar nee, jullie zijn minder dan niets

en jullie daden hebben geen enkele waarde;

verafschuwd wordt ieder die voor jullie kiest.

25 In het noorden liet ik iemand opstaan, en hij kwam,

in het oosten, waar de zon rijst, riep hij mijn naam.

Hij vertrapt stadhouders als leem,

zoals een pottenbakker de klei treedt.

26 Wie heeft hem vanaf het begin aangekondigd,

lang tevoren, zodat wij het wisten

en nu kunnen zeggen: ‘Het is waar!’?

Geen van jullie kondigde iets aan,

geen van jullie lichtte ons in,

niemand heeft een woord van jullie vernomen.

28 Ik kijk om me heen, maar er is niemand,

onder jullie zie ik geen enkele raadgever,

niet één die op mijn vragen kan antwoorden.

29 Jullie zijn allemaal even armzalig en nietig

en jullie daden betekenen niets;

wind en leegte zijn jullie beelden.

Jesaja 41: 21-26, 28-29

Een dramatisch tafereel wordt hier in de woorden van de profeet beschreven. De HEER (Tillich laat Jahwe onvertaald staan), zowel Rechter als tegelijkertijd partij, roept de goden van de volken op tot een rechtsgeding in de hemel, waar

de volken van de wereld getuige van moeten zijn. Zij moeten erover redetwisten, welke God zich bewezen heeft als de ware God. De ware God moet Die zijn, die de Heer van de geschiedenis is. De uiteindelijke beslissing is, dat de HEER de God van de geschiedenis is en daarom de god, die werkelijk God is. De HEER is de God van de geschiedenis, omdat Hij door zijn profeten heeft aangetoond, dat Hij de bedoeling en zin van de gescheidenis verstaat en omdat Hij het verleden en de toekomst kent, het begin en het einde van alles. Door dat te laten zien bewijst Hij, dat Hij (de) geschiedenis maakt en dat Hij het is, die Cyrus verwekt heeft, de verwoester van de macht van de Joodse natie en de bevrijder van het overblijfsel of de rest ervan. De goden van de volken hebben hier geen antwoord op. Zij wisten niets van deze handelwijze; zij konden die niet voorzeggen en zij konden die niet tot stand brengen. Het debat eindigt ermee, dat blijkt, dat deze goden van generlei waarde zijn en dat hun werken ‘niets’ zijn en dat hun beelden louter waan en illusie zijn. Alleen de HEER is God, want Hij is de God van de geschiedenis.

Zelden in de geschiedenis zijn mensen zo ontdaan door en over de geschiedenis als wij in onze tijd zijn. Wij verlangen er allen hevig naar om tenminste een glimp van de toekomst op te vangen, ja, wij zien uit naar woorden van wijsheid en profetie. Onze profeet spreekt niet zomaar alleen tot een paar duizend Joodse ballingen, die langs de rivieren van Babel zitten, maar hij spreekt tot miljoenen van haard en huis verdrevenen over de gehele wereld, die ook hartstochtelijk proberen de duisternis van hun toekomst te doorzien. En met hen vele anderen, die verlangen naar een inspirerend woord over de toekomst van de mensheid.

Maar degenen, die de macht hebben om de toekomst vorm te geven spreken elkaar fundamenteel tegen. Politieke leiders verklaren plechtig, dat het bijna onmogelijk is om in deze tijd de last van hun ambt te dragen. Ministers op hun thuispost en in het leger kunnen alleen maar in negatieve termen het doel van de dood en het offer van hun mensen beschrijven. Zij, die tot de mensen moeten spreken over de vijand, realiseren zich, dat zij niets reëels kunnen beloven op het politieke vlak. Alleen de onheilsprofeten zonder enige hoop geven er blijk van volledig zeker te zijn van hun zaak. Maar zij zijn geen profeten van God.

We kunnen niet verwachten, dat de duisternis van onze geschiedenis weldra zal opklaren, hetzij door nieuwe conferenties hetzij door slimme strategische politiek. Onze duisternis, onzekerheid en hulpeloosheid t.a.v. de toekomst hebben diepere achtergronden. We krijgen geen antwoord betreffende de toekomst, omdat we die vraag stellen aan hen, die de toekomst niet kunnen kennen, nl. aan de waardeloze goden, de goden van de volken, die niets voorstellen vergeleken bij de God van de geschiedenis. Iedereen probeert een

orakel te ontwringen van de god van zijn volk door de mond van zijn priesters, de machtigen en de wijzen. En iedereen slaagt daar ook in. Alle mensen van over de hele wereld worden overladen met orakels van de goden van hun volk en de goden van andere volken. En men vergelijkt alle orakels met elkaar in een poging om de meest geloofwaardige op het spoor te komen. Maar de duisternis wordt er alleen maar donkerder door. Iedereen spreekt alleen maar over de toekomst in termen van zijn eigen volk. Zelfs de grootste natie stelt niets voor in vergelijking met de God van de geschiedenis. Immers geen enkele natie of bondgenootschap van naties kan zeggen, dat zij de zin, het doel van de geschiedenis is, dat zij de natie of het bondgenootschap is, die de kennis van het verleden bewaart en de macht heeft om de toekomst vorm te geven. De hele verzameling van nationale goden moet uiteindelijk vallen onder het oordeel van de HEER, die deze veroordeelt als van generlei waarde, als iets wat totaal niets kan uitrichten. We krijgen veel orakels te horen, maar geen enkele profetie, alleen omdat wij weigeren terug te keren naar de bron van de profetie, de God van de geschiedenis.

De HEER openbaarde zichzelf door de smart van Israël heen als de God, die de Eerst en de Laatste is, het Begin en het Einde van de geschiedenis. Alleen een volledige nationale instorting maakte de rest van Israël er klaar voor om deze openbaring in haar universele betekenis te kunnen ontvangen. Maar zodra het Joodse volk deze openbaring gebruikte als een aanleiding tot nationale trots, waardoor het de HEER veranderde in een zuiver nationale god, dan volgde een andere teloorgang. De HEER als een nationale God is altijd veroordeeld door de HEER (zelf) als de God van de geschiedenis. Het geheim van het Jodendom ligt ook heden tendage in dat feit.

Onze profeet beschrijft twee machtige figuren: Cyrus, de stichter van het Perzische Rijk, de wereldvorst van zijn tijd, die door de profeet genoemd wordt de herder en de gezalfde, de man naar God raad; en daar is die andere, de knecht van de HEER, die de reddingsmacht vertegenwoordigt van iemand die onschuldig lijdt en sterft. De glorieuze stichter van het Rijk moest de dienaar van de Knecht des HEREN worden. Hij moest de rest van Israël bevrijden, waaruit de lijdende knecht oprees.

Volgens mij ligt de enige oplossing van het historische problem van vandaag de dag in dit profetische concept. Er zijn immers twee krachten werkzaam in onze uiteengeslagen wereld. De eerste is de kracht van hen, die, evenals de lijdende knecht van de HEER, een ongezien bestaan lijden in heel de wereld. We weten niet eens waar deze knechten leven of wat zij van de toekomst zullen maken. Maar wat we weten is, dat zij bestaan en dat hun lijden niet tevergeefs zal zijn. Zij zijn de verborgen werktuigen in de handen van de God van de geschiedenis. Het zijn de ouden van dagen en de kinderen, de jonge mannen en vrouwen, die

vervolgd worden en gevangen zitten, het zijn al diegenen, die opgeofferd worden terwille van de toekomst. Zij vormen die ene kleine steen in het gebouw van het Koninkrijk Gods, waarvan de uiterste hoeksteen de volmaakte Knecht van God is. De tweede kracht, die in de wereld werkzaam is, is de macht van hen, die, zoals Cyrus, over Rijken heersen en die al de rottigheid en de grandeur van die Rijken belichamen. Zij zijn de mannen naar Gods raad, omdat zij meewerken aan Zijn doelstellingen door de lijdende knechten van de HEER te dienen. Maar zij zijn zich er niet van bewust, dat zij instrumenten zijn, zoals ook Cyrus niet wist, dat hij Gods raad uitvoerde. Zij weten ook niet, wat er uit hun doen en laten voortkomt. En als wij naar hen kijken in een poging om iets van de toekomst op te vangen, dan zullen ook wij dat niet kunnen weten; door naar hen te kijken zullen we toch altijd in de duisternis blijven staren. Maar als we ons wenden tot de ware knechten en tot de ware God, die zij dienen, de God van de geschiedenis, dan zullen we iets van de toekomst kunnen weten. Dan vinden we bijvoorbeeld de oplossing van het raadsel van de geschiedenis als geheel, maar ook van onze eigen bijzondere geschiedenis, zien in de figuur van Cyrus in zijn dienst als de knecht van de HEER.

 


Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.