Als de fundamenten gaan wankelen

 

HOOFDSTUK 22: Zie, ik doe iets nieuws

Gedenk niet de vorige dingen…zie, Ik doe iets nieuws! Merk je het niet op?
Jesaja 43: 16. 18-19

Zie, de dagen komen, zegt de HEER, dat Ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis Israëls.
Jeremia  31: 31-34

Zo spreekt de HERE God: Ik zal hun een nieuw hart geven en een nieuwe Geest in hen brengen.
Jesaja 65: 16.17

IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, alles is ijdelheid.
Er is niets nieuws onder zon.
Prediker 1: 2, 9-10

Daarom is wie in Christus is een nieuwe schlepping. Het oude is voorbijgegaan, ziem alles is nieuw geworden.
1 Korinthe 5: 17

En Jezus zei tot hen: …en doe geen nieuwe wijn in oude zakken…
Mattheüs 9: 16-17

En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan… Zie, Ik maak alle dingen nieuw!
Openbaring 21_ 1-5

Laten wij eens mediteren over het oude en het nieuwe, dat zich zowel in onszelf als in de wereld voordoet. In de aangehaalde Bijbelwoorden staat het nieuwe in scherp contrast met het oude: het oude wordt verworpen en er wordt hartstochtelijk uitgezien naar het nieuwe. Zelfs de Prediker, die eigenlijk de mogelijkheid van iets werkelijk nieuws in deze wereld ontkent, kan zijn verlangen naar iets nieuws niet verborgen houden en hij is dan ook teleurgesteld, als hij het niet heeft kunnen vinden. Waarom voelen en spreken deze schrijvers zo? Waarom verkiezen zij het nieuwe boven het oude en waarom geloven zij dat God een God van het nieuwe is? Waarom roepen zij op tot en verwachten zij de nieuwe geboorte, het nieuwe hart, de nieuwe mens, het nieuwe verbond, het nieuwe Jeruzalem, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?
Zij kondigen het nieuwe niet aan, omdat zij geloven, wat velen van ons de laatste decennia hebben geloofd, namelijk dat de latere dingen sowieso beter zijn dan de vorige, simpelweg omdat zij later zijn; dat nieuwe ontwikkelingen meer van God zijn dan de oude, omdat ze dichter bij de uiteindelijke voltooiing zijn; dat God een eeuwige vooruitgang garandeert en dat Hij daarom de God van het nieuwe is. Tegenover zulke illusies staan de woorden van de Prediker als een waarheid voor alle tijden recht overeind. Zulke illusies zijn dan ook zeker niet de inhoud van de profetische en apostolische prediking met betrekking tot het nieuwe. Wat is namelijk de inhoud van hun verwachting? Wat bedoelen zij, als zij ons waarschuwen de dingen van vroeger niet in ogenschouw te nemen? Wat zijn die oude dingen dan en wat die nieuwe, die wij volgens hen moeten zien en aanvaarden?
 “Oud” betekent soms iets dat door alle tijden heen duurt, d.w.z. dat wat er heden is er ook al was in het verleden en er ook zal zijn in de toekomst.  Er is iets dat niet veroudert, iets dat altijd oud en tegelijkertijd altijd nieuw is, omdat het eeuwig is. God wordt soms ‘de Oude van dagen’ genoemd of de ‘Bevrijder van weleer’. Wijsheid van oude tijden en de wet van God, die zo oud zijn als de grondslagen van de wereld, worden geprezen juist vanwege hun ouderdom; er wordt tegenover hen iets nieuws geplaatst, zoals er ook geen nieuwe God wordt geplaatst tegenover de God van oudsher. ‘Oud’ zoals het hier gebruikt wordt betekent ‘eeuwigdurend’ en dat verwijst  er naar, dat het niet onderhavig is aan veranderingen t.g.v. de tijd.

Maar in de teksten, die wij gelezen hebben in de woorden van de onbekende profeet uit de tijd van de ballingschap, in Jesaja 43, daar betekent ‘oud’ juist het tegenovergestelde. Daar betekent het dat wat voorbij gaat en niet meer herinnerd zal worden – de bestemming van al het geschapene, van de sterren en het gras op het veld, van de mensen en de dieren, de volken en de enkelingen, zowel de hemel als de aarde. Zij worden allemaal oud en gaan voorbij. Wat betekent het, wanneer men zegt dat iets of iemand oud wordt? In alle leven zit groei; het wil niet anders dan groeien en iets leeft zolang het groeit. De mens is altijd gefascineerd geweest door de wetmatigheid van en in het groeien.
Men heeft dat wat de groei helpt goed genoemd en wat de groei hindert slecht. Maar laten wij de wet van de groei iets nader bekijken en letten op haar tragische natuur. Of we nu de groei van een levende cel bekijken of van een mens of een historische periode, we zullen zien, dat groei tegelijkertijd zowel winst als verlies inhoudt. Het is zowel vervulling als offer. Iets dat groeit moet vele mogelijke ontwikkelingen opgeven voor die ene, waardoor het kiest te willen groeien. Wie als wetenschapper wil groeien moet wellicht zijn mogelijkheden op het gebied van poëzie of politiek opgeven, die hij ook graag zou ontwikkelen. Hij moet daarvoor een prijs betalen. Hij kan niet in gelijke mate in alle richtingen groeien.  Cellen, die zichzelf ontwikkelen voor juist die ene functie in het lichaam verliezen daarmee de mogelijkheid om andere functies uit te oefenen. Perioden in de geschiedenis, die door één idee bepaald worden onderdrukken de waarheid van andere mogelijke ideeën. Iedere beslissing sluit andere mogelijkheden uit en maakt ons leven dus beperkter. En iedere beslissing maakt ons ouder, maar ook rijper.
Jeugd betekent openheid. Maar iedere beslissing sluit ook deuren toe. Dat is onvermijdellijk, ja het is een onafwendbaar lot. Het leven neemt op ieder moment beslissingen, en het sluit ook op ieder moment deuren toe. We gaan steeds maar voort vanaf het eerste moment van ons bestaan tot de laatste minuut, omdat we steeds groeien. De wet van het groeien verleent ons grandeur, maar daarom ook tegelijkertijd tragiek. Immers, de uitgesloten mogelijkheden behoren ons ook toe; die hebben zo hun eigen recht. Daarom kunnen zij wraak nemen op ons leven, dat hen heeft uitgesloten. Zij kunnen ook sterven en daarmee verdwijnen grote levenskansen en bronnen van creativiteit. Zo wordt het leven naarmate het groeit steeds beperkter, meer rigide en minder kneedbaar, minder in staat om zich aan nieuwe situaties en uitdagingen aan te passen.
Of het kan gebeuren, dat de uitgesloten mogelijkheden niet sterven.
Die blijven dan binnen in ons opgeborgen als een gevaar, dat klaar ligt om op het levensproces in te breken, niet als een bron van creativiteit, maar als een vernietigende ziekte. Dit zijn de twee manieren, waarlangs het ouder wordende leven naar zijn einde snelt: de weg van de zelf-beperking en de weg van de zelf-destructie. Dikwijls lopen deze wegen in elkaar over en wordt de dood op alle levensterreinen binnengebracht.
Laten we eens een van die terreinen nader bekijken, namelijk onze historische situatie, het leven in deze tijd. Onze periode is geworden, zoals zij is dankzij ontelbare beslissingen en dus ook dankzij ontelbare uitsluitingen. Sommige van die uitgesloten mogelijkheden zijn dood, bestaan niet meer en wij beschikken niet meer over hun creatieve kracht. Vele ervan zijn echter niet dood en na een tijdje verdwenen te zijn geweest, keren zij dan als destructieve machten terug. De vroegere grandeur van onze periode heeft zijn huidige tragiek voortgebracht en dat geldt voor alles en iedereen, die in die periode leven. Zelfs degenen onder ons, die jong zijn zijn eigenlijk ook oud, omdat ze tot een oudere periode behoren. Wat hun persoonlijke vitaliteit betreft zijn zij jong te noemen, maar zij  zijn oud, omdat ze ook deel uitmaken van de tragiek van onze tijd. Het is een illusie te geloven, dat de jeugd omdat zij de jeugd is een soort verlossende kracht heeft. Toen de oude rijken op leeftijd kwamen en stierven kon hun jeugd hen niet redden. En onze jonge generatie zal ons ook niet kunnen redden louter vanwege het feit dat zij jong is. We hebben vele beslissingen genomen om te worden wie wij zijn. Maar iedere beslissing is in zekere zin tragisch, omdat het ook een beslissing is tegen iets, wat niet straffeloos onderdrukt kan worden.  
Het begin van onze periode wordt gekenmerkt door wens naar vrijheid. Dat was een juiste keuze: daardoor ontstond er iets nieuws en groots in de geschiedenis. Maar deze beslissing sloot andere dingen uit, zoals sociale en geestelijke zekerheid. Zonder deze kan de mens niet leven en groeien. En nu het einde van deze periode in zicht komt woedt er een werkelijk demonische strijd tussen vrijheid en zekerheid, die ieder land en de hele wereld verdeelt.
Om de natuur en de maatschappij te beheersen hebben we gekozen voor (technische) middelen of instrumenten. Die hebben we zelf ontworpen en gemaakt en zo hebben we werkelijk iets nieuws en groots tot stand gebracht in de geschiedenis van de mensheid. Maar doelen hebben we buiten beschouwing gelaten. Ons gereedschap is ons de baas geworden en de krachtigste daarvan is zelfs een bedreiging voor ons bestaan an sich geworden. We hebben de rede de voorrang gegeven boven versleten tradities en eerbiedwaardig bijgeloof. Dat was een grootse en moedige beslissing en gaf de mens een nieuwe waardigheid. Maar door zo te beslissen hebben we de ziel uitgesloten, de basis van onze levenskracht. We hebben ons denken losgemaakt van onze ziel; we hebben onze ziel in ons onderdrukt en ‘mishandeld’, zowel in andere mensen als in de natuur. En nu we ouder beginnen te worden breekt de ziel op een destructieve manier ons denken binnen, wat heeft geleid tot geestesziekten en krankzinnigheid, waardoor de ziel van ontelbaar miljoenen mensen m.n. in dit land (de VS), maar ook over de hele wereld, desintegreerde.
Vanaf het begin van onze periode hebben we ervoor gekozen de natie of het volk de uitdrukking te laten zijn van onze bijzondere manier van leven en van onze unieke bijdrage aan de geschiedenis. Die keuze was geweldig en creatief en zelfs eeuwenlang effectief. Maar door zo te kiezen hebben we de mensheid als eenheid tezamen met alle symbolen, die die eenheid uitdrukken, buitengesloten. De vroegere eenheid was verbroken en geen enkele internationale groep is in staat gebleken om die opnieuw tot stand te brengen. In de nadagen van ons tijdperk eisen de machtigste landen op, dat zij de mensheid vertegenwoordigen en proberen zij hun manier van leven op te leggen aan iedereen. Zij ontketenen hierdoor alleen maar oorlogen met ongelooflijk veel vernietigingskracht, die de mensheid misschien inderdaad zal verenigen, namelijk in de vrede van het graf.
Ons tijdperk heeft ervoor gekozen een seculiere wereld te willen zijn. Dat was een geweldige en hoognodige beslissing. Het wierp de kerk van haar troon, een kerk, die een macht van onderdrukking en bijgeloof was geworden. Hier kregen ons dagelijks leven en ons werk wijding en heiliging. Maar de diepere dingen, waarvoor religie wil staan, werden buitengesloten: het gevoel voor het onuitputtelijke geheim van ons leven, het proberen te vatten wat de uiteindelijke betekenis van ons bestaan is en de onoverwinnelijke kracht van de onvoorwaardelijke vroomheid/toewijding. Deze zaken kunnen niet buitengesloten worden. Als we ze proberen los te maken van hun goddelijke beelden dan komen zij bij ons terug in demonische taferelen. In de nadagen van onze seculiere eeuw, die wij nu beleven, hebben we de meest afschuwelijke uitdrukkingen van deze demonische beelden gezien; wij hebben dieper in het geheim van het kwaad gekeken dan de meeste generaties voor ons; we hebben de onvoorwaardelijke toewijding van miljoenen aan een satanisch beeld gezien en zo voelden wij het ziek-zijn ten dode toe van onze periode.
Zo is onze huidige wereld er aan toe. Men zou zich moeten realiseren, dat men daar deel van uitmaakt en dat de krachten in de eigen ziel, die hem oud maken, zelfs als men nog jong is, deel uitmaken van de krachten, die onze periode oud doen zijn. Iedereen versterkt deze krachten en tegelijkertijd is ieder van ons er ook het slachtoffer van. We bevinden ons in de woestijn, waarover de profeet spreekt, en niemand weet waar de uitweg is. De uitweg is er zeker niet in gelegen als we het advies van sommige idealisten zouden opvolgen: “Neem beslissingen, maar sluit niets uit. Neem het beste uit alle mogelijkheden en combineer ze. Dan zal ons tijdvak weer jong opnieuw worden!” Maar op die manier zal niemand en geen enkel land jong opnieuw worden. Het nieuwe verschijnt niet uit een optelsom van allerlei oude elementen, die nog levend zijn. Als het nieuwe komt moet het oude verdwijnen.
 “Denk niet aan de dingen van weleer, overweeg de dingen van vroeger niet”, zegt de profeet. “Zie, alles wordt nieuw”, zegt de apostel. Uit de dood rijst het nieuwe op. Het nieuwe wordt niet geschapen vanuit het oude, niet vanuit het beste van het oude, maar vanuit de dood van het oude. Niet het oude schept het nieuwe. Wat het nieuwe schept is voorbij het oude en voorbij het nieuwe, d.i. het Eeuwige
“Zie, Ik maak  iets nieuws, nu komt het tevoorschijn. Merk je het niet op?” Als het nieuwe deel was geweest van het oude, dan zou de profeet niet hoeven te vragen “Merk je het op?”, want iedereen zou het al zien.
Maar het is moeilijk om het op te merken. Het ligt verborgen als een diep geheim, dat de schepping omgeeft en dat geldt zowel voor geboorte als voor wedergeboorte. Het springt tevoorschijn – d.w.z. dat het uit de duisternis, uit dat geheim tevoorschijn komt. Niets is verbazingwekkender dan de opkomst van iets nieuws in jezelf. De groei ervan kunnen we niet voorspellen en ook niet waarnemen. We kunnen het niet tevoorschijn roepen door onze wilskracht of door de kracht van onze emotie of door de helderheid van ons verstand. Integendeel, het is eigenlijk zo, dat wij door onze pogingen het voort te brengen het juist voorkomen, dat het komt. Onze pogingen komen niet verder dan het oude voortbrengen met de kracht van het oude, maar het nieuwe in de kracht van het nieuwe kunnen we niet tot stand brengen. Het nieuwe zijn wordt in ons geboren juist dan wanneer we er het minst in geloven. Het komt tevoorschijn in verre uithoeken van onze ziel, die we lange tijd verwaarloosd hebben. Diepe lagen van onze persoonlijkheid komen bloot te liggen, die uitgesloten waren door oude keuzes en uitsluitingen. Er wordt een weg zichtbaar, die er voorheen niet was.
Het bevrijdt ons van de tragiek om te moeten kiezen en te moeten uitsluiten, want dit wordt ons gegeven voor alle beslissingen uit. Plotseling merken we dit in ons op! Het nieuwe, dat we zochten en waar we naar verlangden komt op ons toe op het moment, waarop we alle hoop verloren hebben het ooit te zullen vinden. Dat is eigenlijk het eerste dat we over het nieuwe moeten zeggen: het verschijnt daar en wanneer het (zelf) daarvoor kiest. We kunnen het niet afdwingen en evenmin berekenen. Er klaar voor zijn is de enige voorwaarde; en er klaar voor zijn betekent, dat de vorige dingen oud zijn geworden en dat zij onze ziel naar de afgrond voerden juist dan wanneer wij ons best doen nog van het oude denken te redden wat er nog te redden valt.
Datzelfde geldt voor onze historische situatie. Ook in de geschiedenis is de geboorte van iets nieuws even verbazingwekkend. Het verschijnt soms zomaar in een donkere hoek van onze wereld. Het kan zomaar verschijnen in een sociale groep, waar men het het minst verwacht. Het kan zich voordoen tijdens het verrichten van activiteiten, die van buitenaf bezien onbetekenend schijnen. Het kan verschijnen op het dieptepunt van een nationale ramp, als er in zo’n situatie mensen zijn, die in staat zijn het nieuwe te signaleren, waarover de profeet spreekt. Het kan verschijnen op het hoogtepunt van een nationale overwinning, als er dan mensen zijn, die de ijdelheid ervan opmerken, waarover de Prediker spreekt. Het nieuwe in de geschiedenis komt altijd, wanneer mensen er het minst in geloven.
Maar het komt zeker op het moment, wanneer het oude zichtbaar wordt als iets ouds en tragisch en stervend en wanneer er geen uitweg wordt gezien. Ook wij leven op zo’n moment; zo is precies onze situatie. We hebben alleen oog voor de diepte van zo’n situatie, als we niet steeds zeggen “Wij weten, waar het nieuwe zich zal voordoen. Het zal uit dit instituut of uit deze beweging, of deze bijzondere klasse, of uit deze natie, of uit deze filosofie, of uit deze kerk voortkomen” . Uiteraard is geen van deze uitgesloten om als plaats te dienen, waaruit het nieuwe zal voortkomen. Maar geen enkele ervan kan de verschijning ervan garanderen. Wij allen, die gekeken hebben naar een van deze dingen als de geschikte plek om het nieuwe voort te brengen, zijn daarin teleurgesteld.
Het zogenaamd nieuwe bleek altijd de voortzetting van het oude te zijn en verdiepte vaak reeds bestaande conflicten. Daarom herhaal ik: het eerste wat van het nieuwe geldt is dat het niet geforceerd kan worden en niet berekend. Het enige dat wij kunnen doen is er klaar voor zijn. We moeten ons er terdege van bewust zijn, dat de vorige dingen oud zijn geworden, dat zij onze huidige tijdsperiode vernietigen juist door met alle inspanningen te trachten het beste ervan te bewaren. We moeten natuurlijk proberen dit te realiseren in ons sociale als ook in ons persoonlijke leven. Maar bij al onze inspanningen voor het nieuwe moeten we ons ervan bewust zijn, dat het oude oud is en op sterven na dood. De profeten, die uitzagen naar het nieuwe, dat Hij aan het doen was, waren op een hartstochtelijke manier en uiterst actief betrokken op de historische situatie van hun tijd. Maar zij wisten ook heel goed, dat noch zijzelf noch iets van het oude het nieuwe zouden voortbrengen.
 “Denk niet aan de vorige dingen en overweeg de dingen van weleer niet”, zegt de profeet. Dat is het tweede dat we over het nieuwe moeten zeggen: het moet de macht van het oude breken, niet alleen in de werkelijkheid, maar ook in ons geheugen; en het ene is niet mogelijk zonder het andere. Ik wil graag een paar woorden wijden aan dit meest sublieme punt in de profetische tekst en in de ervaring van iedere godsdienst. We kunnen niet opnieuw geboren worden als de macht van het oude in ons niet gebroken is en die is niet gebroken zolang zij de last van onze schuld op ons legt. Daarom verkondigt iedere religie, zowel de profetische als de apostolische, bovenal vergeving. Vergeving betekent, dat het oude naar het verleden is verwezen, omdat het nieuwe gekomen is. “Herinner het je niet” in de profetische woorden betekent niet dat het gemakkelijk is te vergeten. Als het dat zou betekenen dan zou vergeving niet noodzakelijk zijn. Vergeving betekent een wegwerpen van het oude, zowel dat wat men herinnert en wat realiteit is tegelijkertijd, door de kracht van het nieuwe, wat nooit verlossend nieuw zou kunnen zijn als het niet de autoriteit van de vergeving in zich meedroeg.

Ik geloof dat deze situatie zich ook voordoet in ons sociale en historische bestaan. Iets nieuws dat niet in staat is het oude naar het verleden te verwijzen, zowel qua herinnering als in realiteit, is niet het werkelijk nieuwe. Het werkelijk nieuwe is in staat om de macht van oude conflicten tussen mensen onderling, tussen groepen te breken, zowel in de herinnering als in werkelijkheid. Dat is in staat om het oude zeer, de schuld tussen volken onderling en rassen, klassen, zowel op het oude als het nieuwe continent (de VS) te breken. Het is een oude vloek, wanneer de schuld van de ene groep, zowel in werkelijkheid als in het geheugen, voortdurend schuld bij de andere groep teweeg brengt. Hoe kan de macht van het nieuwe groot en bevrijdend genoeg zijn om de vloek weg te nemen, die de helft van de wereld in haar ban houdt? Is er werkelijk iets nieuws dat in staat zal zijn om de vloek te breken, die het volk van Duitsland over zichzelf heeft afgeroepen voor onze ogen?
 “Denk niet aan de vorige dingen”, zegt de profeet. Dat is het tweede dat over het nieuwe gezegd moet worden. “Zie, Ik doe iets nieuws”. “Ik” verwijst naar de bron van het werkelijk nieuwe, naar datgene dat altijd  oud en altijd nieuw is, het/de Eeuwige. Dat is het derde dat gezegd moet worden over het nieuwe: het draagt het kenmerk van zijn eeuwige oorsprong op zijn aangezicht, precies zoals toen Mozes van de berg afdaalde met de tafels van de Wet en waardoor hij een nieuwe periode in de geschiedenis opende. Het werkelijk nieuwe is dat, wat in zichzelf eeuwige kracht en licht bezit. Er verschijnt op ieder moment en overal wel iets nieuws. Vandaag is niets hetzelfde als gisteren. Maar dit soort nieuws is alweer oud, zodra het verschenen is. Het valt onder het oordeel van de Prediker: “Er is niets nieuws onder de zon”.


Toch kan er zomaar iets nieuws verschijnen, dat niet zo gemakkelijk veroudert, dat het leven weer mogelijk maakt, zowel in ons persoonlijke als historische bestaan, iets bevrijdends nieuws, dat de kracht heeft om te verschijnen, wanneer wij het het minst verwachten en dat in staat is om alles wat oud is weg te werpen het verleden in en ook alles wat met schuld en vloek beladen is. Die bevrijdende kracht is de kracht van de Eeuwige, die er in zit. Die is nieuw, werkelijk nieuw, in die mate, dat het het oude en het nieuwe teboven gaat, in de mate waarin het iets eeuwigs is. En het blijft nieuw, zolang de eeuwige kracht van het Eeuwige erin manifest is, zolang het licht van de Eeuwige er doorheen schijnt. Immers, die kracht kan zwakker worden en het licht donkerder en dat wat werkelijk nieuw was kan ook zelf weer oud worden. Dat is de tragiek van de menselijke grandeur, waarin iets eeuwigs verschenen is.
Als de apostelen zeggen, dat Jezus de Christus is, dan bedoelen zij daarmee, dat in Hem de nieuwe tijd, die niet oud kan worden, aanwezig is. Het christendom leeft door het geloof, dat daarin het nieuwe is, niet zomaar iets nieuws, maar het beginsel en de vertegenwoordiging van al het werkelijk nieuwe in de mens en in de geschiedenis. Het kan dat alleen maar beamen, omdat de Christus zichzelf ontdeed van alles wat oud kan worden, van iedere vorm van individuele of sociale stand of grootheid, ervaring of macht. Hij gaf dat alles over in zijn dood en toonde in zijn zelfovergave het enige nieuwe, dat eeuwig nieuw is en blijft: de liefde. “Wat blijft is de liefde”, zegt zijn grootste apostel ergens. Liefde is de kracht van het nieuwe in ieder mens en in de gehele geschiedenis. Zij kan niet verouderen en zij verwijdert de schuld en de vloek. Ook vandaag werkt zij nog in de richting van de nieuwe schepping. Zij ligt verborgen in de duisternis van onze ziel en van onze geschiedenis. Maar het is niet volledig verborgen voor hen, die gegrepen zijn door haar werkelijkheid. “Zie je het niet?”, zo vraagt de profeet. Zien wij het niet?

 

Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.