bMS 649/24 (14) "Kirchliche Apologetik"

 

 

bMS 649/24 (14) "Kirchliche Apologetik" (typescript in Duits/in Eng. vert., Berlijn 1912)
Een korte inleiding vind je hier: http://dsceeshuisman.nl/index.php/2012-10-12-07-19-53/item/306-kirchliche-apologetik
Een verslag van de apologetische lezingen en discussieserie gedurende de winterperiode van 1912 tot 1913 in Berlijn.
In het winterseizoen 1912-1913 is Paul Tillich als  hulpprediker van de Erlöserkirche in Berlijn-Moabit een belangrijke initiator en medewerker van de zogenaamde “Vernunft Abende”. Hij schrijft een uitvoerig stuk, getiteld “Kirchliche Apologetik”, waarin hij de achtergronden onderzoekt naar de kloof, die er ontstaan is tussen kerk en geloof enerzijds en de intellectuelen en de wetenschap anderzijds en welke wegen te bewandelen zijn om die te overbruggen. Deze problematiek heeft Tillich gedurende zijn gehele carrière beziggehouden en deze (begin-)situatie vormde a.h.w. de achtergrond van zijn theologische en filosofische arbeid van later. Ik hoef slechts te refereren aan zijn zgn. correlatie-methode en zijn uitgebreide interesse in (andere) religie(s), wetenschap en kunst om deze behoefte aan gesprek en ontmoeting te onderstrepen.
Tillich is 26 jaar oud, als hij deze taak op zich neemt. Zowel in zijn preken uit deze (korte) periode als in dit stuk komen de contouren van zijn latere theologie al naar voren. Zijn opmerkingen over de twijfel als (inherent) aspect van geloof en waarheid, zijn gebruik van het woord ‘moed’ inzake het zoeken naar waarheid (later geworden tot ‘Courage To Be’) zijn enkele opvallende overeenkomsten met latere uitwerkingen.
Interessant is het te zien, dat deze avonden belegd werden bij families met aanzien en bekendheid: Kurt Leese (vriend en leeftijdgenoot van PT), de Schweitzers (Albert?), de Burckhardts e.a., maar blijkbaar had iedere bijeenkomst toch ook weer haar eigen sfeer en ‘Anliegen’.

Op 14 mei 1911 wordt deze (nieuwe) kerk plechtig in gebruik genomen in aanwezigheid van de zoon van keizer Wilhelm II prins August Wilhelm van Pruisen. De eerste predikant is Carl Schmidt, die aanvankelijk predikant was van de Heilandgemeente, maar deze Erlösergemeente wordt in 1912 daarvan losgemaakt en wordt een zelfstandige gemeente van 14.000 zielen en Paul Tillich treedt aan als hulpprediker. Vanuit deze kerkgemeenschap worden de avonden georganiseerd en Paul Tillich ontwikkelt deze activiteiten vanuit de pastorie, die aan deze kerk is vast gebouwd (Wikingerufer 9).
Hieronder volgt mijn vertaling van het 2e gedeelte van Tillich’s “Kirchliche Apologetik”. In het Paul Tillich-archief in Boston (Mass.)/Harvard University heb ik een Engelse vertaling van dit stuk aangetroffen, die ik gebruikt heb voor mijn vertaling in het Nederlands, die ik hier aanbied.
Paul Tillich:
“Op basis van de voornoemde ideeën die me al jaren hebben bezig gehouden,  ben ik eerst begonnen met het opzetten van kleinschalige lezing- en discussie avonden in het najaar van 1912. (gekscherend wel ‘Vernunft-Abende’ genoemd - CH).  Ik volgde daarbij de methode, zoals ik die hierboven beschreven heb in mijn overwegingen over “apologie en maatschappij”.  Aanpassingen van mijn oorspronkelijke gedachten hierover zijn reeds in het bovengenoemde verslag verwerkt op basis van de eerste ervaringen.  Het kan echter van belang zijn om iets te horen over hoe deze ideeën voor het eerst werden geïmplementeerd.  Nadat ik twee medewerkers had benaderd,  namelijk Dr. Wegener, een jongerenpastor namens de synode Berlijn III en pastor Le Seur,  assistent predikant in Berlijn - Lichterfelde,  vroeg ik aan 4 gezinnen om hun huis open te stellen voor naaste verwanten en bekenden.  Alle vier legden een grote bereidheid aan de dag om hieraan mee te doen. 
De eerste en grootste groep kwam bij elkaar bij de familie Schweitzer in het dierentuin-kwartier.  De deelnemers waren voor het grootste gedeelte jonge kunstenaars, maar ook oudere kunstenaars, zakenlui en vrouwen uit de hogere stand,  alsook vrouwelijke studenten filosofie en rechtenstudenten waren vertegenwoordigd.  De discussies waren altijd tegendraads en levendig. De meesten waren buitengewoon geïnteresseerd.  Er waren ook enkele katholieken en Joden aanwezig.
De tweede groep kwam bij elkaar in Berlijn -Lichterfelde  ten huize van mevrouw Dr. Friedländer,  in het zogenaamde monistische hoofdkwartier.  Daarom nam ook een groot aantal monisten deel.  Bijvoorbeeld de voorzitter van de Berlijnse monistische vereniging nam deel,  en men weersprak regelmatig wat werd gezegd.  Ook kwam een aantal aanhangers van de theosofie regelmatig opdraven.  Goethe speelde hier vaak een beslissende rol.
De derde groep kwam bijeen ten huize van de ‘geheimraad’ (Kurt) Leese (1887-1965)  in Charlottenburg.   Hier waren vooral leden die een juridische beroepsuitoefening hadden in de meerderheid. Dit gaf de discussie vaak een sterk logisch en dialectisch karakter.  Veel ambtenaren behoorden ook tot de regelmatige deelnemers van deze kring.
 De vierde groep werd gevormd bij Ds. (Johannes?) Burckhardt in Charlottenburg. In een bepaald opzicht was deze groep de meest christelijke van alle groepen, zodat van tijd tot tijd de debatten konden uitlopen op besprekingen van binnenkerkelijke problemen.  Tot op zekere hoogte was Johannes Müller hier de man met het meeste gezag.
 Nadat deze locaties waren vastgelegd en besproken lieten de organisatoren een aankondiging drukken met daarin details over het doel van de avond en over de opzet en werkwijze van deze bijeenkomsten.  Deze werden dan gestuurd - met een begeleidende brief van de gastheren en – vrouwen - naar alle bekenden en familieleden, die waarschijnlijk belangstelling zouden tonen in deze avonden en die er ook intellectueel aan konden deelnemen.  Tegelijkertijd kon iedereen zijn eigen vrienden ook uitnodigen.  Ook werd expliciet duidelijk gemaakt, dat er geen verplichtingen waren..
 Omdat de grootste nadruk lag op het voeren van discussies werden oudere gezaghebbende personen bewust niet uitgenodigd.  Deze voorzorg bleek  echter niet echt noodzakelijk te zijn.  De discussies die wij, de ondertekenaars, moesten leiden waren altijd levendig.  Om de gesprekken van het begin af aan een zekere richting te geven werden papers uitgedeeld aan het begin van iedere avond.  Kritiek van individuele personen werden steeds meer de uitzondering.  De avonden begonnen tussen 8:30 en 9.00 uur en eindigden tussen 11.00 en 11:30 uur.  Iedere 2 weken vond een groep plaats, zodat de organisatoren twee avonden per week bezet waren met deze bijeenkomsten.  De volgende onderwerpen werden bediscussieerd:
1. het tegenwoordige intellectuele klimaat en de historische achtergronden daarvan; 2. de moed voor de waarheid; 3. de tegenwerpingen van de twijfel; 4. de religieuze en esthetische mystiek; 5. Mystiek en het besef van schuld; 6. verlossing (of bevrijding);  8. Cultuur en religie.  De 7e avond werd opengelaten voor een opponent binnen iedere groep.  In alle vier de groepen werden ethische vragen geselecteerd.  In twee groepen waren ook onderwerpen of lezingen over dogmatiek en over ‘monisme en dualisme’ vanuit de opponenten georganiseerd. In verband met verplichtingen van enkele medewerkers moesten wij vijf van de acht lezingen organiseren, wat absoluut vermeden had moeten worden ter wille van de zaak zelf.  In de toekomst zou het ook vermeden moeten worden - indien mogelijk - dat iedere lezing wel vier keer gegeven moest worden, zoals  nu het geval was.
 Het is natuurlijk onmogelijk het succes van deze groepen te beoordelen.  De meningen van de deelnemers waren over het algemeen bijzonder positief: een hele verzameling brieven, in het bijzonder geadresseerd aan de gastheren en -vrouwen, getuigen daarvan.  Men was buitengewoon geïnteresseerd en de deelname was regelmatig en voltallig, behalve gedurende de feestdagen.  De indirecte effecten gingen de groepen zelf te buiten. De hele onderneming trok veel aandacht en belangstelling van allerlei kanten.  In vele gevallen had dit bijv. ook praktische gevolgen voor de dienst van de kerkelijke liefdadigheid.  Overal maakten mensen duidelijk, dat zij dit hele werk graag herhaald wilden zien.  De kritiek had vooral betrekking op dingen die we hierboven al in de verschillende paragrafen hebben besproken.  Natuurlijk kwam de scherpste en meest ter zake doende kritiek van de medewerkers zelf. Zij waren vooral kritisch over hun eigen bijdrage, die natuurlijk nooit overeenkwam met het ideaal, dat men zich had gesteld”.

Appendix II: Uitnodiging voor de “Vernunft Abende”
“We willen graag samen naar kennis van de waarheid zoeken.  We willen daarbij niet gehinderd worden door enig vooroordeel,  en ook niet door bang te zijn voor de waarheid of haar arrogant afwijzen.  Wij willen aantonen, wat het denken wel en niet kan bereiken - het denken, niet het gebrek aan denken, dat zich soms in een of andere intellectuele vermomming kan voordoen.  Wij willen in de waarheid geloven, voordat we argumenteren over wat zij inhoudt.  Wij willen de moed voor de waarheid herwinnen.
 De huidige intellectuele situatie bepaalt onze taak.  Ons soort werk is onmogelijk, wanneer de kerkelijke autoriteit het denken bepaalt of wanneer het dogma de waarheid is, die het doel van al ons zoeken a priori definieert.  Van dit vrije zoeken naar waarheid was geen sprake in het middeleeuwse, katholieke cultuurideaal.  Daar bevredigen de prediking en het onderwijs van de kerk het zoeken naar kennis.  De waarheid wordt niet gezocht, maar eerder geaccepteerd.  Wie gelooft, onderwerpt zich.  Twijfelen is een zonde.  De waarheid heerst ten koste van geloofwaardigheid.
 Deze situatie is fundamenteel iets van het verleden: Er is een diepe kloof ontstaan tussen de boodschap van de kerk en het moderne denken.  De kerk kan deze kloof niet overbruggen door de tegenstelling tegen te spreken.  Want het tegenwoordige denken erkent geen autoriteiten en kan die ook niet accepteren.  Immers, het moderne denken is juist ontstaan uit de botsing tussen  onafhankelijk onderzoek en kerkelijke  betutteling. Het kan deze oorsprong niet vergeten zonder zichzelf op te geven.  Vrij onderzoek, zich alleen willen onderwerpen aan de consequenties van het systematisch denken, dat is haar ideaal.  Onvoorwaardelijke betrokkenheid op de waarheid is haar uiteindelijke eis.  Dat is haar grootheid, maar tegelijkertijd ook haar zwakte.
 De tijd van de Verlichting,  waarin voor het eerst het onafhankelijke denken zegevierend vocht tegen de traditie van de kerk,  was tegelijkertijd een tijd van verval en desintegratie.  De vorige eeuw met haar strijd voor nieuwe inhoud en nieuwe diepte was ook een eeuw van complete verwarring, van het opgeven van de waarheid en van afscheid van het intellectuele leven.  Het vrije denken is er niet in geslaagd iets tot stand te brengen wat algemeen geldig is.  Het lijkt erop dat waarachtigheid ervan moet afzien om de waarheid te claimen.  Waarachtigheid heerst ten koste van de waarheid.
 Het is onze taak om met het resultaat van deze situatie om te gaan.  Wij zijn ervan overtuigd dat ondanks alle verwarring het mogelijk moet zijn te allen tijde de waarheid  te erkennen boven (subjectieve) waarachtigheid.  Kennis van de waarheid mag niet afhangen van het genie van het individu en evenmin vrucht zijn van een volledig onderzoeks-systeem.  Want waarheid is geen levenloze kennis, maar eerder het leven zelf.  Zij leeft in iedere daad van levende kennis, dat is, in iedere daad van kennis, die één is met haar object.  Daarom is iedere levende daad van kennis ook echte kennis van de waarheid. In deze daad wordt waarheid één met waarachtigheid.
 Toch is iedere individuele daad van kennis niet alleen een openbaring, maar verbergt zij ook de waarheid.  Immers de waarheid is één (geheel); zij is groter dan de individu (kan bevatten).  Zij vereist meer dan de individuele kennisdaad, hoe vol inhoud die ook mag zijn. Daarom is de twijfel inherent aan iedere individuele kennisdaad.
Fundamentele twijfel en de scepsis confronteren alle kennis ermee, dat zij niets meer is dan een som van individuele daden van kennis.  Het zoeken naar waarheid vindt pas rust daarin, wanneer het buiten het individu ligt, waar kennis volledig één is met de waarheid, namelijk in de religie.  Religie is de volmaakte, levende en persoonlijke eenwording met de waarheid. -  met de waarheid, die niet alleen denken is, maar ook leven en geest.
Iedere individuele ‘akte’ van kennen gaat zichzelf te boven; er loopt een weg van iedere individuele kennis-akte naar volledige kennis.  Waarachtigheid verplicht ons dit pad te bewandelen.  Dus zo wordt in waarachtigheid het volledige kennen één met de waarheid.  Omdat waarheid leven(d) is, is zij tegelijkertijd een zaak van de gemeenschap.  Als het denken geïsoleerd wordt, wordt het een fossiel.  Zij blijft alleen levend in de gemeenschap en in de voortdurende ontmoeting met andere gedachten.  Wij willen d.m.v. onze gespreksavonden graag een impuls geven aan deze ‘denk-ontmoetingen’.
 Wij benaderen allereerst intellectuelen met dit idee.  Wij willen hen niet betuttelen, maar ons doel is om samen te zoeken naar de waarheid.  Er moet geen sprake zijn van eenzijdigheid, maar liever van samenwerking, ontmoeting en uitwisseling.
 Het soort werk dat ons voor ogen staat is per definitie niet uitvoerbaar in een grote groep,  want wij zoeken de diepte.  In plaats van te streven naar een brede vorm van invloed en aanpak zoeken wij liever de diepte in een aantal kleine(re) discussiegroepen.
Wij hebben verschillende personen bereid gevonden om zo vriendelijk te zijn hun huis voor ons open te stellen.  Zij doende  uitnodigingen uitgaan voor informele bijeenkomsten zonder verplichtingen.  Afhankelijk van de beschikbare ruimte is iedereen vrij om ook nog andere gasten uit te nodigen,  van wie wel  gevraagd wordt zich te introduceren bij de gastheer of gastvrouw. Iedere bijeenkomst begint met een korte lezing door één van ons of door de nieuwe medewerkers.
 Dit discussiestuk is vooral bedoeld om de wensen boven water te krijgen, zodat de (daarna) volgende onderwerpen kunnen worden vastgesteld.
 Om mee te beginnen zijn de volgende lezingen gepland:
1.  Het huidige intellectuele klimaat en de historische achtergronden daarvan.  Inleider: Dr. Tillich
2.  De Moed voor de waarheid. Inleider: Dr Tillich
3.  De tegenwerpingen van de twijfel. Inleider: Pastor Dr. Wegener
4.  Religieuze en esthetische mystiek.  Inleider: pastor Eduard le Seur
De adressen van de inleiders.
Paul Tillich's adres: Wikingerufer 9, Berlin NW (pastorie van de Erlöserkirche)”.

 

 

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

 

Nieuw: F.F. Omta, Sin: against Whom or against What?

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

  

 

 

 

Solario Energy Revolution