Als de fundamenten gaan wankelen

 

Hoofdstuk 1: Als de fundamenten gaan wankelen

Als ik over de aarde uitkijk…wel, het is een en al chaos. Ik kijk naar de hemel…haar licht is weg; ik kijk uit naar de bergen…zij staan te schudden; en alle heuvels wankelen! En als ik om mij heen kijk…wel, er is geen mens te zien; alle vogels zijn weggevlogen! Als ik rondkijk…wel, het zaailand ligt erbij als een woestijn; en de steden liggen er verlaten bij door de toorn van de HEER. Want alzo heeft de HEER gesproken: Het hele land zal verlaten en leeg zijn. Daarom zal de aarde treuren en de hemelen erboven zwart zijn. Ik heb daartoe besloten en het zal Mij niet berouwen. En Ik zal er niet op terugkomen. En het geluid van de ruiters en de boogschutters zal iedereen in het land doen vluchten en men zal zijn toevlucht zoeken in de bossen en in de holen en men zal op de rotsen klimmen. Alle steden zullen verlaten zijn en er zal niemand meer in wonen. Verwoeste schepselen, wat zullen jullie gaan doen! (Jeremia 4: 23-30)
Al zullen de bergen verdwijnen en de heuvels verplaatst worden, mijn goedheid over u zal niet verdwijnen en evenmin zal mijn vredesverbond wijken, zegt de HEER, die u genadig is! (Jesaja 54:10)
De fundamenten van de aarde wankelen. De aarde breekt in stukken, de aarde wordt in stukken gespleten, de aarde valt in stukken uiteen, de aarde waggelt als een dronkaard; ze zwaait heen en weer als een hut in de storm. Onder het gewicht van haar overtredingen valt de aarde terneer en staat niet meer op!
Hef uw ogen op naar de hemel en kijk naar de aarde beneden: de hemelen zullen verdwijnen als rook en de aarde zal verslijten als een mantel; de wereld zal afbrokkelelen, maar mijn gerechtigheid duurt eeuwig en mijn redding is eindeloos. (Jesaja 24: 18-20)

Het is moeilijk om nog wat te zeggen, nadat de profeten zó hebben gesproken, zoals zij met bovenstaande uitspraken deden. Ieder woord is als een hamerslag. Er is een tijd geweest, waarin we naar dit soort woorden konden luisteren zonder er al te veel bij te voelen of van te begrijpen. Er zijn tientallen jaren, ja eeuwen geweest, waarin men zulke woorden niet eens serieus nam. Maar die tijd is nu voorbij. Nú moeten wij deze woorden wel serieus nemen, dat kan niet anders. Want zij beschrijven in krachtige visioenen wat de meerderheid van de mensheid in onze tijd heeft meegemaakt en wat – misschien binnen afzienbare tijd -  de hele mensheid in volle omvang kan ervaren. “De grondvesten van de aarde wankelen!”
De visioenen van de profeten zijn een actuele, fysieke mogelijkheid geworden en kunnen zelfs een historische werkelijkheid worden. De uitdrukking “de aarde wordt in stukken gespleten” is voor ons niet louter een dichterlijke metafoor, maar een keiharde werkelijkheid. Dat is de religieuze betekenis van de periode, waarin wij ons nu allen bevinden.
De Bijbel heeft ons altijd al verteld, dat de wereld een begin en een einde heeft. Zij spreekt over de eeuwigheid van vóór de grondvesting der wereld; en zij spreekt over een tijd, waarin God de grondvesten van de aarde legde; zij spreekt ook over het wankelen van deze fundamenten en van het instorten van de wereld. In één van de latere boeken, de 2e Petrusbrief, wordt gezegd, dat “de hemelen als een doek zullen worden opgerold en de elementen zullen smelten door de enorme hitte en de aarde zal met alles wat ze bevat in vuur opgaan”. Dit is niet langer een visioen: dit is werkelijkheid geworden. We weten, dat de basis van onze aarde en  de basis van alles in onze wereld vorm en structuur hebben, maar dat daarin ook destructieve krachten huizen. ‘De grondvesten van de aarde leggen’ betekent nu het binden van deze krachten. Toen de onberekenbare krachten van de kleinste deeltjes van onze materiële wereld werden bedwongen door deze verbindende structuren, toen werd een plaats bereid, waarop leven en geschiedenis zich konden ontwikkelen, waarop woorden konden worden gehoord en liefde kon worden gevoeld en waarop ook de waarheid kon worden ontdekt en de Eeuwige aanbeden. Dit alles werd mogelijk omdat de woeste chaos van het begin werd omgevormd tot de vruchtbare bodem van de aarde.
Maar uit de vruchtbare grond van de aarde werd een wezen gevormd en grootgebracht, dat in staat was de sleutel te vinden naar de grondslag van alles wat is. Dat wezen was de mens. Hij heeft de sleutel ontdekt, die de ‘oerkrachten’ kan ontsluiten, dat zijn die krachten die gebonden werden, toen de fundamenten van de aarde werden gelegd. Hij is deze sleutel gaan gebruiken. Hij heeft de basis van zijn leven, denken en wil aan zijn wil onderworpen. Hij wilde vernietiging. Terwille van de vernietiging gebruikte hij de ‘oerkrachten’. Door zijn denken en doen maakte hij die los, ontsloot ze. Daarom schudden en wankelen de grondvesten van de aarde momenteel zo.
In de taal van de profeten is het de HEER, die de bergen doet wankelen en de rotsen doet smelten. Dat is een taal, die de moderne mens niet kan begrijpen. Daarom heeft God vandaag de dag gesproken door de mond van onze grote wetenschappers. Hij is immers niet gebonden aan één of andere bijzondere taal, zelfs niet aan die van de profeten. En dit is wat Hij zei: Jullie zijn het zelf, die het einde over jullie zelf kunnen afroepen. Ik leg de macht om de grondvesten van de aarde te doen wankelen in jullie eigen handen. Jullie kunnen deze macht gebruiken om te scheppen òf om te vernietigen. Hoe gaan jullie die macht gebruiken? Zo heeft God tot de mensheid gesproken door het werk van wetenschappers en door hun ontdekking van de sleutel tot de grondslagen van het leven. Maar Hij deed nog meer door hen. Zij werden overweldigd door zijn Woord, zoals ook vroeger bij de profeten het geval was, ondanks hun pogingen om zich ertegen te verzetten.
Want geen enkele profeet zegt graag wat hij moet zeggen. En zo wilde ook geen enkele wetenschapper, die deelnam aan die grote en verschrikkelijke ontdekkingen,  graag zeggen wat hij moest zeggen. Maar hij kon niet anders dan spreken; hij moest zijn stem wel verheffen, zoals de profeten, om deze generatie te vertellen wat de profeten tegen hun tijdgenoten hadden gezegd: dat de aarde en de mensheid, de bomen en de dieren door een ramp worden bedreigd, waaraan men nauwelijks zal kunnen ontkomen. Een adembenemende angst en bezorgdheid klinkt er in de woorden van deze mensen door. Want zij voelen niet alleen het wankelen van de grondvesten, maar zij voelen ook aan, dat zij er zelf in grote mate verantwoordelijk voor zijn. Zij vertellen ons, dat zij het verachtelijk vinden wat zij hebben gedaan, want ze weten ook, dat er voor ons allen maar een kleine kans op ontsnapping rest. En terwijl we zo zweven tussen een klein beetje hoop en een enorm brok wanhoop dringen zij er bij ons op aan om deze kans toch te grijpen.
Dit is de wijze, waarop God tot onze generatie heeft gesproken over het wankelen van de fundamenten. We waren helemaal vergeten om ons druk te maken over dat wankelen. En het was vooral ook de wetenschap, die het ons deed vergeten. Het was niet zozeer de wetenschap als kennis, maar eerder de wetenschap, die we kunnen zien als een verkapte vorm van afgoderij, die ons wilde laten geloven, dat onze aarde de plaats was waar het Koninkrijk Gods gevestigd kon worden. En wij waren het zelf, zo geloofden wij, door wie dat bereikt kon worden.
Er waren genoeg profeten van de afgodendienst – valse profeten, zoals ze door Jeremia genoemd werden – die steeds maar riepen: “Vooruitgang, oneindige vooruitgang! Vrede, wereldvrede! Geluk, welvaart voor iedereen!” Maar wat is er gebeurd? Diezelfde wetenschap, waarvan de valse profeten zo geloofden, dat die ons zou redden, die heeft de waan van deze afgoderij kapotgeslagen. De grootste triomf van de wetenschap was dat het de mensheid de mogelijkheid gaf om zichzelf en de wereld op te blazen. En degenen, die deze triomf teweeg brachten spreken vandaag de dag, zoals de ware profeten van weleer, d.w.z. niet van vooruitgang, maar van een terugkeer naar de chaos van den beginne; niet van vrede, maar van een volslagen chaos; niet van geluk en welvaart, maar van ondergang. Zó moet de wetenschap boeten voor haar afgodisch misbruik, waarvoor zij zich eeuwenlang geleend heeft. De wetenschap, die ons de ogen dichtsmeerde en ons stortte in een put van onwetendheid over de weinige dingen, die er wereklijk toe doen, is nu werkelijk voor de dag gekomen en heeft ons de ogen geopend en heeft ons tenminste op één fundamentele waarheid gewezen, namelijk dat “de bergen zullen verdwijnen en de heuvels weggevaagd” en dat “de aarde zal ineenstorten en niet meer oprijzen”, omdat haar grondvesten verwoest zullen worden.
Maar nog steeds gaan er stemmen op – en sinds men de eerste schok teboven is nemen die zelfs toe – die ons proberen gerust te stellen door te zeggen: “Misschien zal de mens de macht om de grondvesten te doen wankelen voor creatieve doeleinden aanwenden, om vrede en geluk te bereiken. De toekomst ligt in de hand van de mens, in onze hand. Als we zouden beslissen voor verdere opbouw van de wereld in plaats van haar te vernietigen, waarom zouden we dan niet in staat zijn de schepping voort te zetten? Waarom zouden we niet als God kunnen worden, althans in dit opzicht?” Job moest echter stil worden, toen de HEER tot hem sprak vanuit de wervelwind, toen Hij zei: “Waar was jij, toen Ik de grondvesten der aarde legde? Leg het Mij uit, als je het begrijpt!” Maar het loze gepraat gaat verder en zegt: “Misschien kunnen wij het antwoord geven, terwijl Job dat niet kon. Hebben onze wetenschappelijke ontdekkingen niet de geheimen over het ontstaan van de aarde blootgelegd? Zijn wij door ons denken en onze kennis niet in staat om daarbij aanwezig te zijn? Waarom zouden we bang moeten zijn voor het wankelen van de fundamenten?”
Maar de mens is God niet; en telkens wanneer hij wel beweerde, dat hij aan God gelijk was liep hij stuk en bracht hij zichzelf tot wanhoop en zelfvernietiging. Telkens wanneer hij zich rustig toevertrouwde aan zijn culturele creativiteit of aan zijn technische vooruitgang, aan zijn politieke instellingen of zijn religieuze systemen, werd hij teruggeworpen in afbrokkeling en chaos; alle fundamenten van zijn persoonlijke, natuurlijke en culturele leven zijn aan het wankelen geslagen. Zolang er menselijke geschiedenis is geweest is dit telkens weer gebeurd. In onze tijd ongetwijfeld op grotere schaal dan voorheen. Ook nu weer wordt de menselijke claim als God te zijn onderuit gehaald: geen enkel fundament in ons leven van beschaving is onwankelbaar gebleken. Als we sommige passages van de profeten lezen zouden we gemakkelijk kunnen denken, dat de we de ooggetuigenverslagen lezen van hen die in Warschau, Hirosjima of Berlijn waren geweest.
Jesaja zegt: “Zie, de HEER maakt de aarde woest en leeg, Hij zet haar op haar kop en verstrooit haar bewoners…steden vallen in puin; iedereen doet zijn deur op slot; blijdschap en vreugde zijn van de aarde verdwenen. De steden liggen er verlaten bij, hun poorten zijn neergehaald; er zijn nog maar enkelen achtergebleven. Ja, de aarde is vervuild daar haar bewoners en zo heeft men het eeuwige verbond verbroken. Daarom rust er een vloek op de aarde en de mensen, die schuldig zijn, moeten boeten”. Elk afzonderlijk woord beschrijft precies de ervaringen van de mensen in Europa en Azië. De meest oorspronkelijke en essentiële fundamenten van het leven zijn aan het wankelen geraakt. Deze verwoesting hebben we in die mate nooit eerder meegemaakt. Onvoorstelbaar! Wij hebben het (zelf misschien) niet meegemaakt en we kunnen niet geloven, dat we in zo’n vernietiging terecht zouden kunnen komen.
En toch, ja, ik zie Amerikaanse soldaten dwars door de ruïnes van deze steden marcheren, terwijl ze ondertussen aan hun eigen land denken en met de heldere blik van een visionair zien zij de doem over hun eigen steden. Ik weet dat dat gebeurd is en nog gebeurt. Soldaten werden profeten en hun boodschap verschilt niet veel van de boodschap van de oude Hebreeuwse profeten. Het is de boodschap van het wankelen van de fundamenten en dan niet die van hun vijanden, maar eerder die van hun eigen land. Nee, de geest van de profetie is niet van de aarde geweken. Tientallen jaren voor de wereldoorlogen heeft men al een oordeel geveld over de Europese beschaving  en erover geprofeteerd, dat zij ten einde zou gaan. Daar is toen over gesproken en geschreven. Ook onder ons zijn zulke mensen. Zij zijn als de verfijnde instrumenten, waarmee men aardschokken kan registreren, die zich in vér van het oppervlak verwijderde delen voordoen.
Deze mensen registreren de schokken van hun beschaving, zijn zien trends van zelfvernietiging, zij nemen haar desintegratie en verval waar, vaak al decennia voordat de uiteindelijke catastrophe zich voltrekt. Zij hebben een onzichbare en bijna onfeilbare gevoeligheid in hun ziel en ook een onweerstaanbare drang om uit te spreken, wat zij hebben waargenomen, misschien soms wel tegen hun eigen wil in. Immers, geen enkele ware profeet heeft ooit vrijwllig geprofeteerd. Hij werd door de goddelijke Stem overmand en hij was niet in staat om daarvoor de oren te sluiten. Geen enkele persoon met profetische gaven houdt ervan om het oordeel over zijn eigen tijd te voorzien en te voorzeggen. Een afschuwelijke angst maakt zich dan van hem meester, want de anderen zullen hem hevig en ten dode toe vaak aanvallen en de meerderheid van de bevolking zal hem betichten van pessimisme en defaitisme.
Men wil graag goede berichten vernemen en de massa luistert naar hen, die die brengen. Alle profeten uit het Oude en Nieuwe Testament en alle anderen uit de geschiedenis van de kerk hadden diezelfde ervaring. Zij werden allemaal tegengesproken door de valse profeten, die redding verkondigden, terwijl die er helemaal niet was. “De profeten profeteren vals en mijn volk heeft het graag zo”, roept Jeremia in wanhoop uit. Zij noemden hem een defaitist en beschuldigden hem ervan, dat hij een vijand van zijn eigen land was. Maar is het echt een teken van vaderlandsliefde en van vertrouwen in zijn volk, in zijn instellingen en zijn manier van leven om te zwijgen wanneer de fundamenten ervan gaan wankelen? Is optimisme uitstralen, al of niet terecht, waardevoller dan uitdrukking geven aan de waarheid, zelfs al is die pikzwart?
Uiteraard is het zo, dat de meeste mensen niet in staat zijn om de boodschap van het wankelen van de fundamenten aan te horen. Zij verwerpen het profetische denken en vallen het ook aan, niet omdat zij het er in wezen niet mee eens zijn, maar juist omdat zij de waarheid van hun woorden wel aanvoelen, maar die toch niet kunnen of willen accepteren. Ze onderdrukken de boodschap in zichzelf, maken er een persiflage op of zij gaan gruwelijk tekeer tegen degenen die weten en durven te zeggen, wat ze zelf ook wel weten.
In welk van deze twee groepen denkt u dat u zelf thuishoort? Bij hen die antwoord geven op de profetische geest of bij hen, die hun oren en hart ervoor afsluiten? Ik heb altijd al aangevoeld dat er wellicht een paar zijn, die in staat zijn om het wankelen van de fundamenten te signaleren – en zij kunnen er ook tegen en zij zijn in staat om te zeggen wat zij weten, ook omdat zij moedig genoeg zijn om de onvermijdellijke vijandigheid van de velen te weerstaan. Tot die enkelingen zijn mijn woorden in het bijzonder gericht.
Waarom konden de profeten onder ogen zien wat zij wisten om het daarna met zoveel overtuigingskracht naar voren te brengen? Die kracht kwam voort uit het feit, dat zij eigenlijk niet spraken over de fundamenten van de aarde op zich, maar over Hem, die de fundamenten gelegd had en die ze ook zou doen wankelen. En zij spraken ook niet over het oordeel over de volken op zich, maar over Hem, die het oordeel brengt ter wille van zijn eeuwige gerechtigheid en redding. Het is zoals Psalm 102 zegt: “Uw jaren zijn van geslacht op geslacht. Van oudsher hebt U de fundamenten van de aarde gelegd en de hemelen zijn het werk van uw handen. Zij zullen voorbijgaan, maar U blijft voor eeuwig; zij verouderen als een mantel en u verwisselt ze als een gewaad. Maar U blijft dezelfde en uw jaren nemen geen einde”. Als de aarde oud wordt en verslijt, wanneer naties en culturen sterven, dan verwisselt de Eeuwige het gewaad van zijn oneindige Zijn. Hij is het fundament waarop alle fundamenten zijn gelegd en dat fundament kan niet wankelen.
Er is iets onbeweegbaars, onveranderbaars, onwankelbaars, eeuwigs, dat manifest wordt in ons voorbijgaan en in het afbrokkelen van onze wereld. Aan de grenzen van het eindige wordt het oneindige zichtbaar; in het licht van de Eeuwige verschijnt het voorbijgaan van het tijdelijke. De Grieken noemden zichzelf “de stervelingen”, omdat zij ervaring hadden opgedaan met het onsterfelijke. Daarom waren de profeten ook in staat om het wankelen van de fundamenten onder ogen te zien. Dat is de enige manier om naar het wankelen te kijken zonder tegen te stribbelen. Of is het mogelijk je bewust te zijn van het naderend oordeel en het dan tegemoet te treden met onverschilligheid en cynisme? Is het menselijk(erwijs) mogelijk om het einde cynisch tegemoet te gaan? Er zijn er zeker ook onder ons, die cynisch zijn ten opzichte van het meeste wat de mens creëert en waardevol vindt.
Enkelen onder ons zijn cynisch over de huidige situatie in de wereld en over de wereldleiders. We kunnen inderdaad cynisch zijn over de werkelijke motieven achter al het menselijk handelen; we kunnen cynisch zijn over onszelf, over onze innerlijke groei en over wat we allemaal bereikt hebben. We kunnen cynisch zijn over de godsdienst en over onze kerken, hun leerstellingen, hun symbolen en hun vertegenwoordigers. Er is eigenlijk bijna niets, waarover we niet cynisch zouden kunnen zijn. Maar we kunnen toch niet cynisch zijn over het wankelen van de fundamenten van alles?! Ik heb nog nooit iemand ontmoet, die werkelijk daarover cynisch was. Ik heb heel wat cynisme gezien, vooral onder jongeren in Europa vóór de oorlog.
Maar ik weet vanuit een overvloed aan getuigenissen, dat dit cynisme verdween toen de fundamenten van de wereld begonnen te wankelen aan het begin van de ondergang van Europa. We kunnen alleen maar cynisch over het einde zijn, zolang we het niet hoeven te zien, alleen zolang we ons veilig voelen op de plek waar we ons cynisme kunnen uiten. Maar als de fundamenten van die plek en van alle plaatsen beginnen af te brokkelen, dan brokkelt ook het cynime tegelijkertijd af. Dan blijven er maar twee alternatieven over: wanhoop, d.i. de zekerheid van een eeuwige vernietiging – of geloof, d.i. de zekerheid van een eeuwige verlossing. “De wereld zelf zal vergaan, maar mijn redding kent geen einde”, zegt de HEER. Dat is het alternatief, waar de profeten voor stonden. Dit is wat wij godsdienst zouden moeten noemen of preciezer: de religieuze grond van alle religie.
Hoe konden de profeten toch spreken, zoals zij deden? Hoe konden ze toch deze meest afschrikwekkende beelden van oordeel en verwoesting schetsen zonder in cynisme en of tot wanhoop te vervallen? Dat konden zij, omdat zij behalve de sfeer van verwoesting ook die van redding zagen; omdat zij in het oordeel over het tijdelijke de manifestatie van de Eeuwige zagen. Omdat zij er zeker van waren, dat zij tot beide sferen behoorden, de veranderlijke en de onveranderlijke. Want alleen hij/zij die het veranderlijke voorbij is, die weet niet alleen daaraan gebonden te zijn, die kan het einde onder ogen zien. Ieder ander moet wel wegvluchten of zich ervan afwenden. Hoeveel van ons leven bestaat niet uit alleen maar pogingen om weg te kijken van het einde! Dikwijls slagen we er ook wonderwel in om het einde te vergeten. Maar uiteindelijk lukt het hun niet, want ook zij dragen altijd het einde met zich mee, omdat zij leven en groeien. Dikwijls slaagt de hele wereld – bij wijze van spreken -  erin om haar schepselen te doen vergeten dat zij eindig zijn, maar soms voelen haar schepselen aan, dat de aarde oud begint te worden en dat haar fundamenten beginnen te wankelen. De aarde draagt immers altijd het einde in zich mee. Toevallig leven wij in een tijd, waarin maar weinigen van ons en weinig naties en weinig delen van de wereld erin zullen slagen om het einde te vergeten. Want hedentendage wankelen de fundamenten van de aarde wel degelijk! Laten we onze ogen er niet van afwenden; laten we onze oren en onze mond niet sluiten! Maar laten we liever de Rots van eeuwige redding zien, die geen einde kent, dwars door de afbrokkeling van de wereld heen.

 

Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.