Het Nieuwe Zijn

 

HOOFDSTUK 2: Het Nieuwe Zijn

Want het gaat niet om besneden zijn of niet-besneden zijn, maar om een nieuwe schepping!
Galaten 6: 15


Als mij gevraagd zou worden om de christelijke boodschap in twee woorden voor onze tijd samen te vatten, dan zou ik met Paulus zeggen: het is de boodschap van een “nieuwe schepping”. We hebben over die nieuwe schepping gelezen in zijn 2 Korinthebrief. Laten we een van zijn zinnen in een exacte vertaling weergeven: “Indien iemand in eenheid is met Christus dan is hij een nieuw zijn; de oude stand van zaken is voorbij er is een nieuwe stand van zaken”. Christendom is de boodschap van het Nieuwe Zijn, de Nieuwe Werkelijkheid, die verschenen is met de verschijning van Jezus, die om deze reden, ja juist om die reden, de Christus wordt genoemd. Want de Christus, de Messias, de uitverkorene en gezalfde is Degene, die de nieuwe stand van zaken tot stand brengt.
We leven allemaal in de oude stand van zaken en de vraag, die onze tekst nu stelt is deze of we ook deelhebben aan de nieuwe stand van zaken. We horen toe aan de oude schepping en de vraag die het christendom ons nu voorlegt is, dat we ook zullen deelhebben aan de nieuwe schepping. We hebben onszelf in ons oude zijn leren kennen en we zullen ons in dit uur afvragen of we ook iets van het Nieuwe Zijn bij onszelf hebben waargenomen.
Wat houdt dit Nieuwe Zijn in? Paulus antwoordt daarop eerst door te zeggen wat het niet is. Het is geen besnijdenis en het is ook niet onbesneden-zijn, zegt hij. Voor Paulus en voor de lezers van zijn brief betekende dit juist iets heel definitiefs. Paulus zegt nu, dat niet het Jood-zijn of het heiden-zijn het uiterst belangrijke is, maar dat slechts één ding telt, namelijk de vereniging met Hem in wie de Nieuwe Realiteit aanwezig is. Besneden zijn of niet besneden zijn – wat betekent dat voor ons?Het kan iets heel definitiefs en universeels betekenen, mar het betekent vooral dat geen enkele religie als zodanig het Nieuwe Zijn voortbrengt. De besnijdenis is een religieus ritueel, dat door de Joden wordt onderhouden; offers zijn religieuze rituelen, die door de heidenen worden uitgevoerd; de doop is een religieus ritueel dat door de christenen wordt uitgeoefend.
Paulus zegt nu, dat deze rituelen in feite die hele religie vertegenwoordigen, waarin zij gepraktizeerd worden, zodat we kunnen zeggen: religie is van geen belang – alleen een nieuwe stand van zaken! Laten we eens nadenken over deze opvallende bewering van Paulus. Allereerst zegt het, dat het christendom meer is dan een religie; het is de boodschap aangaande een Nieuwe Schepping. Het christendom als religie is niet belangrijk – het is er mee als met besneden zijn of niet: niet meer, en ook niet minder! Kunnen we ons zelfs maar voorstellen wat de gevolgen zijn van deze apostolische uitspraak voor ons in onze situatie? Het christendom ontmoet in de huidige wereld diverse vormen van besnijdenis en niet-besnijdenis. Besneden zijn kan vandaag de dag staan voor alles wat religie heet en niet besneden zijn voor alles wat seculier heet, ook al komt het vaak half-religieus naar buiten. We kennen de grote godsdiensten naast het christendom, zoals het hindoeisme, het boeddhisme, de islam en resten van het klassieke jodendom; ze hebben allemaal hun mythen en riten, om zo te zeggen hun ‘besnijdenis’, en zo onderscheiden zij zich van elkaar.
We kennen ook de seculiere bewegingen van het fascisme en het communisme, het seculiere humanisme en het ethisch idealisme. Zij proberen de mythen en riten te vermijden en zij vertegenwoordigen, om zo te zeggen, de niet-besnijdenis. Toch claimen ook zij de absolute waarheid (te bezitten) en eisen volledige toewijding. Hoe zal het christendom hen tegemoet treden? Zal het christendom hen vertellen: kom bij ons, wij zijn een betere godsdienst, ons soort besnijdenis of juist niet besneden zijn is hoger dan die van jullie? Zullen we het christendom als een manier van leven aanprijzen aan zowel religieuzen als seculieren? Zullen we van de christelijke boodschap een succesverhaal maken en hen vertellen, zoals adverteerders doen: probeer het bij ons en je zult zien hoe belangrijk het christendom voor iedereen is? Sommige zendelingen, predikanten en christelijke leken gebruiken deze methoden. Zij laten zien hoe zij het christendom totaal misverstaan.
De apostel, die zowel zendeling als prediker als lekebroeder was en dat alles ook tegelijkertijd, zegt iets heel anders. Hij zegt: Geen enkele religie in het bijzonder doet ertoe, de onze niet en die van u evenmin. Maar ik wil u vertellen, dat er iets gebeurd is dat van belang is, iets dat u en mij oordeelt, uw godsdienst en de mijne. Een Nieuw Schepping heeft plaatsgevonden, een Nieuw Zijn is verschenen en aan ons allen wordt gevraagd om er aan deel te nemen. En dat moeten we zeggen tegen de heidenen en tegen de Joden, waar we ze ook maar tegenkomen: vergelijk uw godsdienst niet met onze godsdienst, uw rituelen met die van ons, uw profeten met onze profeten, uw priesters met die van ons, de vromen onder u en onder ons. Daar gaat het allemaal niet om! En denk vooral niet, dat we u willen bekeren tot het Engelse of Amerikaanse christendom, tot de religie van de westerse wereld. We willen u niet bekeren tot ons, zelfs niet tot de besten van ons. Dat zou nergens op slaan. Het enige dat wij willen is u iets te laten zien, wat wij gezien hebben en u iets vertellen wat wij gehoord hebben: dat temidden van de oude schepping er een Nieuwe Schepping is en dat die Nieuwe Schepping zichtbaar is (geworden) in Jezus, die de Christus genoemd wordt.
En als we fascisten en communisten, humanistische wetenschappers en ethische idealisten ontmoeten, zouden we tegen hen kunnen zeggen: poch er niet te veel op, dat jullie geen rituelen en mythen hebben, dat jullie niets met bijgeloof e.d. hebben, dat jullie volmaakt redelijk zijn, onbesneden dus in iedere betekenis van het woord. In de eerste plaats wil ik jullie zeggen, dat jullie wel degelijk ook je rituelen en mythen hebben, jullie vorm van besneden-zijn: zij zijn heel belangrijk voor jullie. Want als jullie er volkomen los van zouden zijn dan had je geen reden om te verwijzen naar jullie onbesneden-zijn. Het baat jullie echter niets. Denk maar niet, dat wij jullie willen bekeren van jullie seculiere staat tot de religieuze staat, dat we u religieus willen maken en leden van een erg hoogstaande religie, de christelijke, en nog wel van een erg gewichtige richting daarbinnen, namelijk de onze. Dat zou nergens op slaan. We willen alleen maar een ervaring, die wij gekregen hebben, met u delen, namelijk dat her en der in de wereld en zo nu en dan in onszelf er een Nieuwe Schepping is, doorgaans verborgen, maar soms ook manifest en wel zeker duidelijk aanwezig in Jezus, die de Christus genoemd wordt.
Zo zouden we moeten spreken tot allen, die buiten het domein van het christendom verkeren, of ze nu religieus of seculier zijn. En we zouden ons niet al te druk moeten maken over het christendom als godsdienst, over de stand van zaken binnen de kerken, over het aantal leden en over de leerstellingen, over de instituten en de dominees, over de preken en de sacramenten. Dat is eigenlijk allemaal ‘besijdenis’; en als men dat alles niet heeft, noem het de secularisatie die zich vandaag de dag breed maakt in de wereld, dat is in feite het ‘niet-besneden zijn’. Beide zijn eigenlijk niets, van geen belang, wanneer de uiterst belangwekkende vraag wordt gevraagd, de vraag naar de Nieuwe Werkelijkheid. Dat is de vraag, die er werkelijk toe doet, van oneindig belang. Daarover zouden we ons meer druk moeten maken dan om wat ook tussen hemel en aarde. De Nieuwe Schepping – dat is onze uiterste zorg, wat ons uiteindelijk aangaat; dat zou onze oneindige passie moeten zijn, ja van ieder mens. Dat is iets wat er toe doet, uiteindelijk doet alleen dit er eigenlijk toe!  In vergelijking hiermee doet eigenlijk heel weinig er nog toe – zelfs godsdienst of  geen godsdienst, christendom of geen christendom niet – ja, dat telt uiteindelijk in het geheel niet.
Laten we ons er nu eens even op laten voorstaan, dat wij christenen zijn en laten we ons nu eens als dwazen gedragen door hierover/op te pochen, want zo noemt Paulus zichzelf als hij dat doet. Het is de grootsheid van het christendom, dat zij kan laten zien hoe klein zij is. Het belang van het christen-zijn is, dat we het inzicht aankunnen, dat het van geen enkel belang is. Het is de spirituele kracht van (deze) godsdienst, dat hij/zij die religieus is zonder vrees de ijdelheid van godsdienst onder ogen durft te zien. Het is de rijpste vrucht van het christelijk verstaan, dat het christendom inziet, dat het cristendom als zodanig er niet toe doet. Dit is roemen op – nee, geen persoonlijk roemen – het christendom, maar het is in feite dwaasheid. Maar als het een roemen is op het feit, dat er niets te roemen valt, dan is het wijsheid en rijpheid. Alles bezittend, terwijl je niets hebt – dat is de juiste houding  ten aanzien van al het grootse en wonderlijke in het leven, zelfs als het om de godsdienst en het christendom. Maar dit is niet de juiste houding t.a.v. de Nieuwe Schepping. Daar past alleen een houding van gepassioneerd zijn en een oneindig verlangen.
Nu vragen we opnieuw: wat is het Nieuwe Zijn? Het Nieuwe Zijn is niet eenvoudigweg dat in de plaats komt van het Oude Zijn. Maar het is eerder een vernieuwing van het oude, dat bedorven is, gespleten, uiteengescheurd en bijna vernietigd is. Maar niet geheel verwoest. De in een Nieuwe. Daarom kunnen we over de Nieuwe Schepping spreken in termen van ver-nieuwing. Er is sprake van een drievoudige “her”, namelijk ver-zoening (re-conciliation), her-eniging (re-union) en weder-opstanding (re-surrection).
In zijn brief verbindt Paulus de Nieuwe Schepping met het begrip verzoening. De boodschap van de verzoening is: Wees verzoend met God. Houd ermee op om vijandig jegens Hem te zijn, want Hij is nimmer vijandig jegens jou. De boodschap van de verzoening is niet, dat God verzoend moet worden. Hoe zou Hij dat kunnen? Hij is immers de bron en de kracht van de verzoening, wie zou Hem dan kunnen verzoenen? Heidenen, Joden en christenen – wij hebben allen geprobeerd – en we doen dat nog steeds – Hem te verzoenen door middel van rituelen en sacramenten, door middel van gebeden en diensten, door moreel gedrag en door werken van barmhartigheid. Maar als we dat zo proberen, als we proberen Hem iets te geven, Hem goede werken te tonen, die Hem tevreden moeten stellen, dan slaan we de plank mis. Het zou ook nooit genoeg zijn; we kunnen Hem nooit tevreden stellen, want er ligt een oneindige eis op ons. En omdat we Hem niet kunnen bevredigen, worden wij vijandig jegens Hem.
Hebt u ooit opgemerkt hoeveel vijandschap jegens God er woont in de diepste gronden van goede en eerlijke mensen, die uitblinken in werken van weldadigheid, vroomheid en religieuze ijver? Dat kan ook eigenlijk niet anders, want men is vijandig – bewust of onbewust – jegens degene door wie men zich afgewezen voelt. Iedereen zit in dat zelfde schuitje of hij nu dat waardoor hij afgewezen wordt “God” noemt of”de natuur”, of “bestemming” of “sociale bepaaldheid”. Iedereen koestert een zekere vijandigheid t.o.v. het bestaan waarin hij geworpen is, t.o.v. de verborgen machten, die zijn/haar leven bepalen en dat van het universum, t.o.v. dat wat hem schuldig maakt en hem bedreigt met vernietiging, omdat hij schuldig is geworden.
We voelen ons allemaal afgewezen en vijandig jegens wat ons heeft afgewezen. We proberen dat te verzoenen, maar omdat dat niet lukt, worden we steeds vijandiger. Dit gebeurt vaak zonder dat we dat opmerken. Maar er zijn twee symptomen, die we vast wel zullen opmerken, namelijk de vijandigheid t.o.v. onszelf en t.o.v. anderen. Men spreekt vaak over trots en arrogantie, zelfbewustheid en toegeeflijkheid bij mensen. Maar dat is, in de meeste gevallen, vaak de buitenkant van hun werkelijke zijn. Daaronder ligt, op een dieper niveau, vaak zelfverwerping, walging en zelfs haat van zichzelf.
Wees verzoend met God, dat betekent tegelijkertijd: wees verzoend met jezelf! Maar dat zijn we niet; we proberen onszelf tevreden te stellen; we proberen onszelf meer acceptabel te maken voor onszelf en wanneer dat niet lukt worden we vijandig jegens onszelf. En hij die zich afgewezen voelt door God zal ook zichzelf afwijzen en zich ook afgewezen voelen door anderen.
Wanneer men vijandig wordt t.o.v. zijn lot en zichzelf, wordt men dat ook jegens anderen. Als we soms schrikken van de onbewuste of bewuste vijandigheid, die mensen jegens ons uiten of wanneer we schrikken van onze eigen vijandigheid jegens mensen, van wie wij dachten dat , we van hen hielden, laten we dan niet vergeten: zij voelen zich afgewezen door ons en wij voelen ons door hen afgewezen. Zij probeerden zich zo goed mogelijk acceptabel te maken voor ons, maar dat mislukte jammerlijk. En zo probeerden wij hetzelfde bij hen te bereiken, maar dat lukte ons evenmin. En hun en onze vijandschap nam alleen maar toe. Wees verzoend met God – dat betekent tegelijkertijd, wees verzoend met de anderen. Maar dat betekent niet, probeer je te verzoenen met de anderen en evenmin probeer je te verzoenen met jezelf. Probeer je te verzoenen met God en het zal mislukken. Dit is de boodschap: er is een nieuwe werkelijkheid verschenen, waarin je verzoend bent. En om in dit Nieuwe Zijn binnen te gaan hoeven we helemaal niets te laten zien. We hoeven er alleen maar voor open te staan om er door gegrepen te worden, ook al hebben we niets om te laten zien.
Verzoend zijn – dat is het eerste kenmerk van de Nieuwe Werkelijkheid. En her-enigd zijn is het tweede kenmerk. Verzoening maakt hereniging mogelijk. De Nieuwe Schepping is de werkelijkheid, waarin wat gescheiden herenigd wordt. Het Nieuwe Zijn is zichtbaar in de Christus, omdat in Hem de scheiding nooit de eenheid tussen Hem en God, tussen Hem en de mensheid, tussen Hem en Hemzelf de eenheid verbrak. Het beeld dat  de evangelieen van Hem tekenen heeft daarom zo’n overweldigende en onuitputtelijke kracht. In Hem kijken we naar een menselijk leven, dat de eenheid bewaarde ondanks alles dat Hem in de richting van scheiding dreef. Hij vertegenwoordigt en bemiddelt de kracht van het Nieuwe Zijn, omdat Hij de kracht van een ongebroken eenheid vertegenwoordigt en bemiddelt.
Waar de Nieuwe Werkelijkheid verschijnt voelt men zich verenigd met God, de grond en betekenis van iemands bestaan. Men heeft dan, zoals men dat wel noemt, de liefde van zijn bestemming gevonden en wat men vandaag de dag wel zou kunnen noemen de moed om onze eigen angst op ons te nemen. Men heeft dan de verbluffende ervaring, dat men zich verenigd voelt met zichzelf, niet hoogmoedig en vol onechte zelfbevrediging, maar in een diepe aanvaarding van zichzelf. Men aanvaardt zichzelf als iets/iemand, dat/die van eeuwig belang is, eeuwig bemind, eeuwig aanvaard. Het walgen van zichzelf, het haten van zichzelf is verdwenen, want er is een middelpunt, een richting, een betekenis van iemands leven. Iedere genezing – lichamelijk en mentaal – schept deze vereniging van iemand met zichzelf. En waar echte heling is, daar is het Nieuwe Zijn, de Nieuwe Schepping.
Maar werkelijke heling is niet daar, waar maar een deel van het lichaam of de geest wordt verenigd met het geheel, maar waar het hele zelf, ons hele bestaan, onze hele persoonlijkheid wordt verenigd met het zelf. De Nieuwe Schepping is een helende schepping, omdat het vereniging schept met iemands zelf. En ook vereniging met de anderen. Niets is meer kenmerkend voor het Oude Zijn dan de scheiding tussen mensen onderling. Niets is meer hartstochtelijk nodig dan sociale heling, dan het Nieuwe Zijn in de geschiedenis en de menselijke verhoudingen. De godsdienst en het christendom wordt verweten, dat zij de vereniging binnen de mensenlijke geschiedenis niet tot stand hebben gebracht. Niemand zal de uitdaging van deze waarheid ontkennen. Toch leeft de mensheid nog steeds. En zij zou niet hebben kunnen leven indien de kracht van de scheiding niet voortdurend en blijvend was overwonnen door de kracht van de vereniging, van de heling, van de Nieuwe Schepping.
Waar iemand wordt ‘gegrepen’ door een menselijk gezicht, omdat het menselijk is, hoewel men misschien persoonlijke afkeer moet overwinnen, of de vreemdheid van een ander ras of de moeite met een nationaal conflict of het verschil in sekse of leeftijd, schoonheid of kracht of kennis of welke andere talloze redenen van scheiding er maar kunnen zijn – daar gebeurt de Nieuwe Schepping! De mensheid bestaat nog, omdat dit keer op keer gebeurt. En indien de kerk, die de vergadering van God is, een ultieme betekenis heeft, dan is dit haar betekenis: dat daar de hereniging van mens tot mens wordt verkondigd, beleden en gerealiseerd, hoe fragmentarisch ook, hoe zwak en verscheurd ook. De kerk is de plaats, waar de hereniging tussen de mensen werkelijk gebeurt, hoewel de Kerk van God voortdurend wordt verraden door de christelijke kerken. Maar, hoewel de Nieuwe Schepping steeds wordt verraden en verbannen, zij redt en houdt in stand waardoor zij wordt verraden en verbannen: de kerken, de mensheid en de geschiedenis.
Zowel de kerk als haar leden vallen telkens terug vanuit het Nieuwe Zijn in het Oude Zijn. Daarom is het derde kenmerk van de Nieuwe Schepping de weder-opstanding. Het woord “weder-opstanding” heeft voor veel mensen de connotatie van dode lichamen, die hun graven verlaten of andere spookbeelden. Maar weder-opstanding betekent de overwinning van de Nieuwe stand van zaken, het Nieuwe Zijn geboren uit de dood van het Oude. Weder-opstanding is niet een gebeurtenis die zou kunnen gebeuren in een verre toekomst, maar het is de kracht van het Nieuwe Zijn om leven uit de dood te scheppen, hier en nu, vandaag en morgen. Waar het Nieuwe Zijn is, daar is weder-opstanding, namelijk de schepping van eeuwigheid uit ieder tijdsmoment. Het Oude Zijn wordt gekenmerkt door desintegratie en dood. Het Nieuwe Zijn zet daar een streep door. Uit de desintegratie en de dood wordt iets van eeuwige betekenis geboren. Dat wat verlopen was in wanorde loopt uit op een Nieuwe Schepping. Weder-opstanding vindt nu plaats of het gebeurt helemaal niet. Het gebeurt in onszelf en rondom ons, in ons eigen leven en in de geschiedenis, in de natuur en in het universum.
Verzoening (re-conciliation), vereniging (re-union), weder-opstanding (re-surrection) – dat is de Nieuwe Schepping, het Nieuwe Zijn, de nieuwe stand van zaken. Nemen wij eraan deel? De boodschap van het christendom is niet het christendom zelf, maar een Nieuwe Werkelijkheid. Een nieuwe stand van zaken is verschenen en verschijnt telkens; het is verborgen en zichtbaar; het is hier en het is daar. Aanvaard het, treed er in binnen, laat het je grijpen!

 

Lees meer uit: Het Nieuwe Zijn

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.