Als de fundamenten gaan wankelen

Hoofdstuk 7: De diepte van ons bestaan

Maar God heeft ze ons geopenbaard door zijn Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, ook de diepten van God. (1 Kor. 2: 10)

Uit de diepten roep ik tot U, o HEER (Psalm 130: 1)
  
 
Laten wij ons bij het horen van de woorden van Paulus’ brief aan de Korinthiërs concentreren op dit ene vers: “De Geest doorzoekt alle dingen, ja, ook de diepten van God”. En laten we dan in dit vers het woord ‘diep’ tot onderwerp van onze overdenking maken.
En laten we ons wat betreft Psalm 130 concentreren op dat ene vers: “Uit de diepten heb ik geroepen tot U, o HEER” en laten we ook hier dat ene woordje ‘diepte’ tot onderwerp van onze meditatie maken.
De woorden ‘diep’ en ‘diepte’ zijn gewoon alledaagse woorden, maar ook in de poëzie en de filosofie, in de Bijbel en in vele andere religieuze geschriften komen wij deze woorden evengoed tegen, maar dan meer om een geestelijke houding mee aan te duiden, hoewel de woorden zelf genomen zijn uit de sfeer van de ruimtelijkheid. Diepte is een ruimtedimensie, maar toch wordt er tegelijkertijd  een spirituele, geestelijke kwaliteit mee gesymboliseerd. Het is een opvallend kenmerk van de meeste van onze religieuze symbolen en dat herinnert ons tevens aan onze eindigheid en en aan ons gebonden zijn aan de dingen, die zichtbaar zijn. We zijn en blijven wezens, die aangewezen zijn op onze zintuigen, ook als we het hebben over geestelijke zaken. Hoe dan ook, er ligt een schat aan wijsheid verborgen in onze taal.
De taal vormt a.h.w. het corpus van ontelbare ervaringen in het verleden opgedaan. Het is lang niet altijd toevallig dat we juist deze bepaalde zichtbare symbolen gebruiken en geen andere. Daarom is het altijd nuttig om op zoek te gaan naar de redenen, waarom het collectief van vorige generaties juist die keuzes maakte. Het kan voor ons uitermate belangrijk zijn, als we zien welke implicaties verbonden zijn met termen als ‘diep’, ‘diepte’, ‘diepgaand’, waarmee we iets van ons geestelijk leven proberen uit te drukken. Het kan ons zelfs een impuls geven om zelf tot meer diepgang te komen.
 “Diep” in geestelijke zin gebruikt heeft twee betekenissen: het betekent of het tegenovergestelde van ‘oppervlakkig’ of het tegendeel van ‘hoog’. De waarheid is diep en niet oppervlakkig; lijden is diepte en geen hoogte. Zowel het licht van de waarheid als de duisternis van het lijden zijn diep te noemen. Zo is er sprake van een diepte in God, en er is een diepte, van waaruit de dichter schreeuwt naar God.
Waarom is de waarheid diep? En waarom is lijden diep? En waarom wordt hetzelfde ruimtelijke symbool gebruikt voor beide ervaringen?  Deze vragen zullen onze meditatie sturen.
Alle zichtbare dingen hebben een oppervlakte, d.i. is die zijde van de dingen, die als eerste aan ons verschijnt. Als we daar naar kijken dan weten we wat de dingen schijnen te zijn. Maar als we zouden handelen naar wat dingen en personen schijnen of lijken  te zijn, dan zullen we (toch) bedrogen uitkomen. Onze verwachtingen worden dan gefrustreerd. Daarom proberen we dieper door te dringen tot onder de oppervlakte om te leren, wat de dingen werkelijk zijn. Waarom hebben mensen altijd naar de waarheid gevraagd? Wel, omdat ze teleurgesteld waren in het oppervlakkige en omdat men wist, dat de waarheid niet teleurstelt, die ergens onder de oppervlakte moet huizen, in de diepte. Daarom heeft men gespit, en nog eens gespit, laag na laag afgegraven. Wat de ene dag wáár leek, bleek de volgende dag  oppervlakkig te zijn.
Als we iemand ontmoeten krijgen we een indruk van hem of haar. Maar het gebeurt heel vaak, dat als we daarnaar handelen, wij teleurgesteld raken door zijn/haar werkelijke gedrag. Als we een diepere laag van zijn/haar karakter aanboren, dan ervaren we voor een tijdje minder teleurstelling. Maar weldra kan hij iets doen wat volstrekt in strijd is met onze verwachtingen en dan realiseren we ons weer, dat wat we van hem weten nog steeds heel oppervlakkig is. Daarom graven we dieper, op zoek naar zijn ware identiteit.
Op dezelfde wijze boekt de wetenschap vorderingen. De wetenschap bevraagt de algemene aannames, die voor iedereen waar lijken te zijn, zowel voor de leek als voor de gemiddelde geleerde. Maar dan verschijnt ineens het genie ten tonele en hij vraagt naar de basis van de geaccepteerde aannames en als die niet waar blijken te zijn, dan kan vanuit de diepte een aardbeving in de wetenschap plaatsvinden. Zulke aardbevingen hebben zich voorgedaan, toen Copernicus begon te vragen of de indrukken van onze zintuigen de basis konden zijn van de astronomie, en toen Einstein zich afvroeg of er een absoluut punt is, vanwaaruit de waarnemer de beweging van de dingen kon zien.
Zo voltrok zich een aardbeving toen Marx zich afvroeg of er wel een intellectuele en morele geschiedenis bestond onafhankelijk van de economische en sociale basis ervan. En het gebeurde ook – en wel als een vulkaanuitbarsting – toen de eerste filosofen vragen gingen stellen bij wat sinds onheuglijke tijden door iedereen als vanzelfsprekend was aangenomen, namelijk het Zijn zelf. Toen zij zich bewust werden van het verbluffende feit, dat ten grondslag ligt aan alle feiten, namelijk dat er iets is en niet niets: zo werd een onovertrefbare diepte van denken bereikt.
In het licht van deze grote en gewaagde stappen in de richting van de diepten van onze wereld, zouden we ook naar onszelf moeten kijken en naar de opvattingen, die we doorgaans vanzelfsprekend vinden. En we zouden moeten zien hoeveel vooroordelen daarin zitten, die voortkomen uit onze individuele voorkeuren en onze sociale omgeving. We zouden geschokt zijn, als we zouden zien hoe weinig van onze geestelijke wereld dieper is dan de oppervlakte, hoe weinig ervan een serieuze klap zou kunnen overleven. In ieders geestelijk leven vinden van tijd tot tijd verschrikkelijk tragische dingen plaats: waarheden, die ooit diep en krachtig waren, ontdekt door de grootste genieën door diep lijden en ongelofelijk gezwoeg heen, zijn ondiep en oppervlakkig geworden door het vele gebruik in alledaagse discussies. Hoe kan diepte diepte zijn zonder de weg naar de diepte?
De waarheid zonder de weg naar de waarheid is dood. Als ze toch gebruikt wordt draagt het alleen maar bij aan de oppervlakte van de dingen. Kijk maar naar de student, die de inhoud kent van de honderd belangrijkste boeken over de wereldgeschiedenis, maar zijn geestelijk leven is even ondiep als voorheen - of misschien wordt dat  er nog wel oppervlakkiger door. Maar kijk ook eens naar die ongeschoolde arbeider, die zijn dagelijkse routinewerk dag in dag uit uitvoert, maar die zich plotseling afvraagt: wat betekent het, dat ik dit werk doe? Wat betekent dit voor mijn leven? Wat is de betekenis van mijn leven? Omdat hij deze vragen stelt is deze man op weg naar de diepte, terwijl die andere persoon, die geschiedenisstudent, aan de oppervlakte blijft tussen versteende lichamen, die naar boven zijn gebracht door een of andere geestelijke aardbeving in het verleden.
Een eenvoudige arbeider kan de waarheid vatten, zelfs al kan hij zijn eigen vragen niet beantwoorden; het is (ook) mogelijk, dat de geleerde student geen waarheid bezit, zelfs al kent hij alle waarheden uit het verleden.
De diepte van de gedachte is een deel van de diepte van het leven. Het meeste van ons leven voltrekt zich aan de oppervlakte. In het dagelijks leven zijn wij de slaaf van onze routines, zowel in ons werk als in onze vrijetijdsbesteding, zakelijk als voor de fun. Ons leven wordt door ontelbare lotgevallen bepaald, goede en slechte. We wórden meer geleefd dan dat we leven. En we nemen geen pauze om naar de hoogte boven ons te kijken of naar de diepte onder ons. We draven altijd maar door, hoewel doorgaans in een cirkel, die ons uiteindelijk terugbrengt naar de plek, waar vandaan we aanvankelijk vertrokken waren. We zijn voortdurend in beweging, maar stoppen nooit eens om in het diepe te springen. We praten aan één stuk door, maar luisteren nooit naar de stemmen, die tot en vanuit onze diepten spreken. We aanvaarden onszelf zoals we denken dat we zijn en we maken ons niet druk over de vraag wie (wat) we werkelijk zijn.
We lijken wel veel op paardenmenners. We verwonden onze ziel door de snelheid waarmee we ons voortbewegen aan de oppervlakte, maar terwijl we zo voortrazen laten we onze ziel bloedend en moederziel alleen achter. Daardoor missen wij onze diepte en ons ware leven. En dat komt vooral aan het licht, wanneer het plaatje dat we van onszelf hebben volledig instort, en dat gebeurt, wanneer a.h.w. als bij een aardbeving het oppervlak van onze zelfkennis begint te scheuren. En dan pas  zijn wij bereid de blik te richten op de diepere lagen van ons wezen.
De wijsheid van alle tijden en van alle continenten spreekt over de weg naar onze diepte. Die weg is op ontelbaar verschillende manieren beschreven. Maar allen, die zich met die weg hebben beziggehouden, mystici en priesters, dichters en filosofen, eenvoudige en geleerde mensen - en men deed dat langs de weg van bekentenissen, eenzaam zelfonderzoek, temidden van catastrofes, die zich in hen of buiten hen voltrokken, langs de weg van gebed of meditatie, - zij allen hebben getuigenis afgelegd van dezelfde ervaring. Zij kwamen er allemaal achter, dat zij niet waren wie zij dachten dat zij waren; voor hen openbaarde zich een diepere laag onder de oppervlakte die aan het verbleken was. Maar die diepere laag werd zelf ook weer oppervlakte, toen een nog diepere laag werd ontdekt. En dat gebeurde steeds maar door, zolang zij leefden, zolang zij zich bevonden op de weg naar hun diepte.
Vandaag de dag is een nieuwe vorm van deze methode bij veel mensen bekend geworden, namelijk de zogenaamde “diepte-psychologie”. Deze brengt ons van de oppervlakte van onze zelfkennis naar lagen, waar dingen liggen opgeslagen waarvan ons oppervlakkige bewustzijn geen kennis heeft. Er komen bijv. karaktertrekken boven water, die alles weerspreken wat we meenden te weten over onszelf. Dit kan ons helpen de weg naar onze diepte te vinden, hoewel deze methode ons niet in ultieme zin kan helpen, omdat de dieptepsychologie ons niet kan brengen naar de diepste grond van ons bestaan en van alle bestaan, de diepte van het leven zelf.
De naam van deze oneindige en onuitputtelijke diepte en grond van alle zijn is God. Die diepte is wat het woord God betekent. En als dat woord niet zoveel betekenis voor u heeft, probeer het dan te vertalen en spreek (liever) bijv.  over de diepten van uw leven, of de bron van uw bestaan of wat u onvoorwaardelijk aangaat (ultimate concern), wat u zonder enig voorbehoud echt serieus neemt. Misschien is het dan ook wel goed om nog verder te gaan, dat u (even) alles vergeet wat de traditie u geleerd heeft over God, misschien zelfs ook het woord God zelf. Als u maar zou weten dat God diepte betekent, dan weet u al erg veel van Hem. Dan kunt u zichzelf ook geen atheïst of ongelovige (meer) noemen, want u u kunt toch niet denken of zeggen: het leven heeft geen enkele diepte! Het leven is ondiep of het zijn is alleen maar oppervlakte?! Als u dat in volstrekte ernst zou zeggen dan zou u inderdaad een atheïst zijn; anders bent u het niet. Wie (iets) van diepte weet, weet van God.
We hebben nu stilgestaan bij de diepte van de wereld en bij de diepte van onze ziel. We moeten wel bedenken, dat we alleen maar in de wereld kunnen zijn dankzij en door een mensengemeenschap. En zo kunnen we onze ziel ook alleen maar ontdekken door de spiegel van hen, die naar ons kijken. Er is geen diepte in het leven zonder de diepte van het leven in gemeenschap. Doorgaans leven we ons individuele leven aan de oppervlakte, ook al is het verbonden met de geschiedenis. We begrijpen ons historische bestaan, zoals dat zich aan ons voordoet, niet zoals het werkelijk is. De stroom van het dagelijkse nieuws, de golven van de dagelijkse propaganda, de banden van conventies en onze sensatiezucht leggen beslag op ons denken. Het geluid van deze ondiepe wateren verhindert ons om te luisteren naar de geluiden uit de diepte, naar wat er werkelijk gebeurt op de bodem van onze sociale structuur, naar wat er werkelijk leeft in de harten van de massa en naar wat er in de hoofden omgaat van hen, die gevoelig zijn voor de echte historische veranderingen.
We zijn net zo doof (geworden) voor de schreeuwen uit de onderste delen van de samenleving als we doof zijn voor het roepen uit de diepten van onze ziel. We laten de bloedende slachtoffers van ons sociale systeem net zo alleen achter – nadat we hen verwond hebben door hun kreten niet te horen in de geluiden van ons dagelijks leven – als dat we onze eigen bloedende ziel alleen achterlieten. Er is een tijd geweest, dat we geloofden dat we in een tijd leefden, die onvermijdellijk voortschreed richting een humanere wereld. Maar in de onderste lagen van de sociale structuur hadden de tegenkrachten van vernietiging al post gevat. Er is een tijd geweest, dat we dachten dat de menselijke rede de natuur en de geschiedenis hadden overwonnen. Maar dat gold alleen aan de oppervlakte, want op een dieper niveau in onze samenleving was de opstand tegen de oppervlakte al begonnen. We produceerden steeds beter en ook steeds meer werktuigen en apparaten om het leven van de mensen te veraangenamen, maar in de diepte werden ze al omgevormd tot wertuigen en apparaten ter vernietiging.
Tientallen jaren geleden hebben profetische geesten in de diepte gekeken. Schilders drukten hun gevoel  t.a.v. de naderende catastrofe uit door tekeningen te maken, waarop zichtbaar werd hoe het gelaat van de mens en de natuur ontsteld was. Dichters gebruikten vreemde, aanstootgevende woorden en ritmes om licht te werpen op het contrast tussen wat er leek te zijn en wat er werkelijk was. Behalve een dieptepsychologie kwam er ook een dieptesociologie. Maar vooral nu, in dit decennium waarin de meest verschrikkelijke maatschappelijke aardbeving van alle tijden zich heeft voorgedaan en de hele mensheid heeft aangegrepen, juist nu zijn de ogen van de naties opengegaan voor de diepten onder hen en voor de waarheid omtrent hun historisch bestaan. Maar er zijn nog steeds mensen, ook in de hogere regionen, die hun ogen van die diepten afwenden en die weer willen terugkeren naar de verwoeste oppervlakte, alsof er niets gebeurd is. Maar wij die de diepte van wat gebeurd is kennen zouden niet tevreden moeten zijn om te blijven op het niveau van waar we nu zijn terecht gekomen. Dan zouden we wanhopig worden en onszelf gaan verachten. Laten we liever dieper doordringen in de grond van ons historische leven, tot in de diepste diepte van onze geschiedenis.
De naam van deze oneindige en onuitputtelijke grond van de geschiedenis is God. Dat is wat het woord betekent en dat is het ook waarheen woorden als Koninkrijk Gods  en goddelijke Voorzienigheid verwijzen. En als deze woorden niet veel betekenis (meer) voor u hebben, probeer ze dan te vertalen en spreek dan bijv. over de diepte van de geschiedenis, over de grond en het doel van ons sociale leven of over wat u onvoorwaardelijk serieus neemt in uw morele en politieke activiteiten. Misschien zou u deze diepte hoop kunnen noemen, eenvoudigweg hoop. Immers, als je hoop vindt in de grond van de geschiedenis, dan bent u verbonden met de grote profeten, die in staat waren een blik te werpen in de diepte van hun tijd en die geprobeerd hebben daaraan te ontkomen, omdat zij de verschrikking van hun eigen visioenen niet konden uithouden en die toch de kracht hadden om naar een diepere laag te kijken, waarin zij dan hoop ontdekten. En die hoop beschaamde hun niet. En geen enkele hoop zal ons beschaamd doen staan, als we haar maar niet vinden aan de oppervlakte, waar dwazen vergeefse verwachtingen koesteren, maar als we haar gevonden hebben in de diepte, waar degenen met bevend en verscheurd hart de kracht der hoop ontvangen, wat de waarheid is.
Dit laatste brengt ons bij nog een andere betekenis van de woorden “diep” en “diepte”, die zij zowel in seculiere als religieuze taal hebben: de diepte van het lijden, die de deur is, ja de enige deur naar de diepte van de waarheid. Dit lijkt mij duidelijk. Het is aantrekkelijk en gemakkelijk om aan de oppervlakte te leven zolang alles ongeschokt blijft. Het is heel pijnlijk om daarvandaan op te breken en af te dalen naar onbekende diepere lagen. Het is heel natuurlijk, dat er zoveel weerstand tegen ontstaat bij iedereen en ook snap ik wel, dat er zoveel uitvluchten worden verzonnen om de weg naar de diepte uit de weg te gaan. Voor de meeste mensen doet het gewoon te veel pijn om een blik te werpen in zijn/haar eigen diepte. Zij willen liever terugkeren naar hun vroegere leven en gedachten, ook al is  het oppervlak ervan beschadigd en verwoest is.
Hetzelfde geldt voor allerlei groepen in de samenleving, die allerlei ideologieën en rationalisaties ontwikkelen om degenen, die hen op de weg naar de diepte van hun sociale bestaan willen gidsen, op afstand te houden. De breuken in het oppervlak van hun bestaan willen ze liever toedekken met onbeduidende hulpmiddelen want men is niet bereid dieper te graven. De profeten van alle tijden kunnen ons wel vertellen hoeveel haat en weerstand zij opriepen, toen zij het aandurfden de diepten hun oordeel over de maatschappij te uiten, maar ook hun hoop durfden uit te spreken. Maar wie kan ook in waarheid de ultieme diepte, het brandende vuur in de grond van alle bestaan, verdragen, zonder met de profeet uit te roepen: “Wee mij, ik verga, want mijn ogen hebben de HEER der heerscharen gezien!”
Het is heel natuurlijk, dat wij de weg naar zulke diepten van lijden willen vermijden en ook onze uitvluchten daarvoor zijn begrijpelijk. Eén van de methoden, die wij gebruiken – en het is eigenlijk een heel oppervlakkige – is om te beweren, dat ‘diepe dingen’ te subtiel zijn, niet te begrijpen voor een eenvoudig mens. Maar het kenmerk van ware diepte is nu juist haar eenvoud. Als u zou zeggen: “Dit gaat mij te diep, ik kan er niet bij”,dan misleidt u uzelf. Want u zou toch moeten weten, dat niets wat werkelijk van belang  is ooit te diep voor iemand kan zijn? Het is dan ook niet, omdat het te diep is, maar eerder omdat het te ongemakkelijk is, dat u verlegen bent met de waarheid. Laten we de subtiele, ingewikkelde dingen niet verwarren met de diepe dingen van het leven. Die eerste gaan ons uiteindelijk niet werkelijk aan en het doet er eigenlijk niet toe of wij die begrijpen of niet. Maar de diepe dingen moeten ons altijd aangaan, want het doet er oneindig toe of wij daardoor gegrepen zijn of niet.
Er speelt ook nog een andere feit van belang mee als het gaat over de weg naar de diepte, waardoor men zich verontschuldigt om die weg te willen vermijden. In religieuze taal wordt de diepte vaak gebruikt om de woonplaats van kwade machten mee uit te drukken, ja van de demonische krachten, van de dood en de hel. Is de weg naar de diepte niet een weg naar een gebied waar deze krachten de overhand hebben? Zitten er geen elementen van vernietigingsdrang en doodsverlangen in , als men deze weg naar de diepte wil afleggen? Toen een Amerikaanse vriend van mij tegenover een groep Duitse vluchtelingen zijn bewondering voor de Duitse diepgang naar voren bracht, vroegen wij ons af of wij die waardering wel konden aanvaarden. Was juist die zogenaamde diepgang niet de bodem geweest waaruit de meest demonische krachten van de moderne tijd waren voortgekomen? Was die diepte niet een diepte van doodsdrift en vernietigingsdrang (geweest)?
Laat ik hierop antwoorden door u een oude en fraaie mythe te vertellen: wanneer de ziel het lichaam verlaat komt zij langs vele gebieden, waar demonische krachten heersen; alleen de ziel die het juiste en ‘verlossende’ woord kent kan zijn/haar weg vervolgen naar de diepste diepte van de goddelijke grond. Geen enkele ziel ontkomt aan deze test. Als we de strijd in ogenschouw nemen, die de heiligen van alle tijden, de profeten en de hervormers en de grote scheppende geesten op allerlei gebied hebben gevoerd, dan moeten we de waarheid van deze mythe toch wel erkennen. Iedereen moet de diepe dingen van het leven onder ogen zien. Dat dat gevaarlijk is is geen excuus. Dat gevaar moet men zien te overwinnen door de kennis van het verlossende woord. Het Duitse volk – en velen in andere naties – kende dat woord niet en daarom liep het de ultieme, reddende diepte mis en werd het bevangen door de kwade machten van de diepte.
Er is daarom geen geldig excuus om de weg naar de diepte van de waarheid te ontwijken, maar de enige weg erheen is wel een weg van lijden. Dat lijden kan van buitenaf komen en we kunnen dat ook op ons nemen als de weg naar de diepte, maar het kan ook vrijwillig gekozen worden als de enige weg naar de diepere dingen des levens. Het kan de weg van de nederigheid zijn of de weg van de revolutie; het Kruis kan men inwendig dragen of uitwendig, maar die weg loopt altijd tegengesteld aan die we vroeger leefden en dachten. Daarom prijst Jesaja Israël, de Knecht van God, in de diepte van zijn lijden; en daarom spreekt Jezus juist hen zalig, die in de diepte van narigheid en vervolging, van honger en dorst, zowel geestelijk als lichamelijk, zijn terechtgekomen en daarom zegt Hij dat wij ons leven moeten verliezen om het te behouden. Daarom spreken twee grote revolutionairen, namelijk Thomas Műntzer in de 16e eeuw en Karl Marx in de 19e eeuw in gelijke bewoordingen over de roeping van hen, die staan aan de grenzen van de menselijkheid in de diepten van de leegte, zoals Műntzer dat noemt; in de diepte van de onmenselijkheid, zoals Marx dat noemt als hij het heeft over het proletariaat, dat hij aanwijst aan de drager van een lichtende toekomst.
En zoals het is in ons leven, zo geldt dat ook voor ons denken: ieder element ervan lijkt omgekeerd te moeten worden. De religie  - en ook het christendom - wordt er vaak van beschuldigd irrationeel en paradoxaal te zijn. Het is waar, dat er veel domheid, bijgeloof en fanatisme mee verbonden is. De eis, dat men zijn verstand moet opofferen is eerder een demonische eis dan een goddelijke. Immers, de mens houdt op mens te zijn als hij ophoudt een intelligent wezen te zijn. Maar wel wordt de diepte van het offer, van het lijden en van het Kruis  gevraagd als het gaat om ons denken. Iedere stap in de richting van de diepte van ons denken is er één van opbreken van vorige, oppervlakkige gedachten. Dit opbreken, dat plaatsvond bij mensen als Paulus, Augustinus en Luther, bracht zo extreem veel lijden met zich mee, dat het ervaren werd als de dood en de hel.
Maar zij aanvaardden dit lijden als de weg naar de diepten Gods, als hun spirituele weg, de weg naar de waarheid. Zij drukten de waarheid, die zij te zien kregen uit in spirituele taal, d.w.z. in woorden die tegengesteld waren aan alle oppervlakkig geredeneer, maar die wel in overeenstemming waren met de rede, die goddelijk is. De paradoxale taal van de godsdienst drukt de weg naar de waarheid uit als een weg naar de diepte en zij is daarom als een weg van lijden en offer. Alleen hij of zij die bereid is om die weg te gaan is in staat om de paradoxen van de religie te begrijpen.
Wat ik tenslotte nog wil zeggen over de weg naar de diepte heeft betrekking op één van deze paradoxen, namelijk dat het einde van die weg vreugde is! En die vreugde gaat dieper dan het lijden. Het betreft hier het hoogste. Laat ik dit mogen uitdrukken met de  woorden van iemand, die in zijn gepassioneerde streven naar diepte, bevangen werd door destructieve krachten en die het woord niet kende om ze te overwinnen. Ik bedoel Friedrich Nietzsche, die ergens schrijft: “De wereld is diep, dieper dan de dag kan lezen. Diep zijn haar sores, maar de vreugde is nog dieper dan het zieleleed kan zijn. Het hartzeer zegt: Ga weg! Maar de vreugde wil alle eeuwigheid, wil diepe, grondeloze eeuwigheid”.
Eeuwige vreugde is het einde van de wegen Gods. Dat is de boodschap van alle religies. Het Koninkrijk Gods is vrede en vreugde. Dat is de boodschap van het christendom. Maar eeuwige vreugde wordt niet bereikt door aan de oppervlakte te leven. Zij wordt eerder bereikt door juist door de oppervlakte heen te breken, door diep door te dringen in onszelf, in onze wereld, in God. Het moment waarop wij de laatste diepte in ons leven bereiken is het moment, waarop wij de vreugde ervaren, die de eeuwigheid in zich draagt, de hoop die niet vernietigd kan worden en de waarheid waarop leven en dood zijn gebouwd. Want in de diepte bevindt zich de waarheid en in de diepte ligt hoop en in de diepte vinden wij de vreugde!


Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.