Als de fundamenten gaan wankelen

 

Hoofdstuk 11: Religie als juk

MATTHEUS 11:25-30.

Toen ik de leeftijd had bereikt om - aangenomen - te worden tot (een) volwaardig lid van de kerk moest ik een passage uit de Bijbel kiezen, die mijn persoonlijke benadering tot de bijbelse boodschap en tot de christelijke kerk uitdrukte. Dat moest iedere confirmant doen en we moesten die passage ook hardop opzeggen ten overstaan van de gemeente. Toen ik de woorden "Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt" gekozen had, werd mij een zekere verbazing en zelfs een lichte ironie gevraagd, waarom ik juist die tekst had uitgekozen. Ik leefde immers onder gelukkige omstandigheden en ik was nog maar 15 jaar oud en ging niet gebukt onder zware arbeid of lasten. Toen wist ik niet goed wat ik daarop moest zeggen, ik was een beetje in verlegenheid gebracht, maar toch vond ik mijn keuze terecht. Ik had inderdaad gelijk, omdat ieder kind gelijk heeft, wanneer het in spontaniteit antwoordt op deze woorden; iedere volwassene heeft ook gelijk wanneer hij er op antwoordt in de verschillende perioden van zijn/haar leven en onder alle omstandigheden van zijn innerlijke en uiterlijke geschiedenis.
Deze woorden van Jezus zijn universeel en passen bij ieder mens en bij iedere menselijke situatie. Zij zijn eenvoudig en ze raken het hart van de eenvoudige ziel als ook die van de diepe ziel en ze verwarren de gedachten van de wijzen. Dat geldt eigenlijk voor vrijwel ieder woord van Jezus, ook al zijn er verschillen tussen Hem als de bedenker ervan en de interpreten, zoals zijn leerlingen en theologen, heiligen en priesters.Toen ik voor het eerst van mijn leven weer terugkeerde tot deze passage van mijn eerste keuze, voelde ik mer er net zo door gegrepen als toen, maar wel oneindig meer erdoor in verlegenheid gebracht vanwege zijn majesteit, diepte en onuitputtelijke betekenis. Onze taak ten overstaan van woorden als deze is duidelijk: we moeten ons richten op de kern van de zaak, waarom deze woorden onze ziel zo raken; we moeten uitleggen, waarom in die emotionele kracht juist ook een ultieme waarheid verborgen is en we moeten proberen onze menselijke situatie te zien in het licht van deze woorden.
Het lezen van de woorden van Jezus roept eigenlijk drie vragen op en de antwoorden die er in meegegeven worden zullen we ook moeten interpreteren. Wat is de moeite en de last, waarvan we rust kunnen vinden door Hem? Wat is het zachte juk en de lichte last die Hij op "Al wie vermoeid en belast zijt"… wordt tegen iedereen gezegd, hoewel niet iedereen zich misschien zo voelt. Het is de menselijke situatie in het algemeen om zwaar belast te zijn en rusteloos te zwoegen onder een juk, dat nauwelijks te dragen is. Wat voor last is dat dan? We kunnen allereerst denken aan de vermoeienissen en klussen, die het dagelijks leven ons bezorgen. Maar daar gaat het niet over in onze tekst. Jezus vertelt ons niet, dat hij het werk en de last van ons leven en werk zal vergemakkelijken. Hoe zou Hij dat kunnen, zelfs als Hij het zou willen? Of wij nu tot Hem komen of niet, de dreigingen van ziekte en werkloosheid worden er niet minder door, de zwaarte van ons werk neemt niet af en als we vluchteling zijn en van het ene naar het andere land moeten vluchten, zal dat er niet door veranderen; ruines, die ons schrik inboezemen, verwondingen en een plotselinge dood houden niet op en het verdriet om het heengaan van vrienden, ouders of kinderen wordt er niet door weggenomen. Jezus belooft niet meer plezier en minder pijn ␣ en dat zou Hij ook niet kunnen ␣ aan hen, van wie Hij vraagt tot Hem te komen.
Integendeel, soms belooft Hij hen juist meer pijn, meer vervolging, meer doodsdreiging, of het kruis, zoals Hij het zelf noemt. Dit alles is niet de last waarnaar Hij verwijst.
Ook gaat het niet over de last van de zonde en de schuld, zoals iemand die opgevoed is in de traditionele christelijke interpretatie van het werk van Christus zou kunnen aannemen. Niets in de woorden van Jezus wijst in die richting. Als men zijn zachte juk op zich neemt betekent dat niet dat men de zonde gemakkelijker 'opneemt' of minder zwaar tilt aan de schuld Hij vertelt hen, die tot Hem komen niet, dat hun zonden niet zo belangrijk zijn als zij lijken te zijn. Hij geeft hen geen gemakkelijker geweten over hun fouten en mislukkingen. Integendeel, Hij scherpt hun geweten juist aan in praktisch ieder woord van Hem. Hij veroordeelt zonden, die de traditionele theologie van zijn tijd niet eens als zonden beschouwde. Dit is dus ook niet de last, waar Hij het over heeft.
De last die Hij van ons wil afnemen is de last van de religie. Het is het juk van de wet, in zijn tijd opgelegd aan de mensen door de religieuze leiders, de wijzen en verstandigen, zoals Hij ze in onze woorden noemt, de Schriftgeleerden en Farizeers, zoals zij gewoonlijk worden genoemd. Zij die zwoegen en gebukt gaan onder zware lasten zijn zij die zuchten onder het juk van de religieuze wet. En Hij geeft hen de kracht om deze religie en wet te overwinnen; het juk dat Hij hen geeft is een "nieuwe zijn" boven alle religie. Wat Hij hen wil leren is de overwinning op de wet van de wijze en de verstandige, de wet van de Schriftgeleerden en de Farizeers.
In welke zin gaat dit ook over ons? Ja, waarom raakt dit uiteindelijke alle mensen, in alle situaties? Dit raakt ons, omdat wij, tezamen met alle mensen, zuchten onder de wet, een wet die religie heet en een religie die een wet is. Zp peilen wij de diepte van Jezus' woord; dit is de waarheid, die in de emotionele kracht van dit woord mee is gegeven. De mens werkt zich in het zweet,omdat hij een wezen is dat weet van zijn eindigheid, weet dat hij voorbijgaat, weet hoe gevaarlijk het leven kan zijn en hoe tragisch ons bestaan in feite is. Alle mensen delen in het lot van angst en vrees, zoals Paulus wist, toen hij naar Joden en heidenen keek. Onrustig is ons hart, ons leven lang, zo wist Augustinus. Een verborgen wanhoop huist in ieders hart, zo had de grote protestantse wijsgeer Kierkegaard ontdekt. Iedere religieuze genie, iedere nauwkeurige waarnemer van de afgrond van de menselijke ziel, iedereen die in staat is te luisteren naar alle geluiden van zijn hart, zou dit getuigenis van inzicht in de menselijke natuur en het menselijk bestaan moeten onderschrijven. Iedere ziel heeft gaten en spleten: bijv.: wij weten dat wij meer dan stof zijn en toch vergaan wij allen tot stof. We weten dat we tot een hogere orde dan die van onze animale noden en behoeften behoren en toch weten we dat we de hogere orde misbruiken ten dienste van onze lagere natuur. We weten dat we maar kleine leden van de spirituele wereld zijn en toch weten we, dat we zullen streven naar het geheel en maken zo onszelf tot het centrum van de wereld.
Zo is de mens, en omdat de mens zo is is er ook religie en wet. De wet van de religie is de grootse poging van de mens om zijn angst, rusteloosheid en wanhoop teboven te komen, om het gat in zichzelf te dichten en onsterfelijkheid te bereiken en spiritualiteit en volmaaktheid. En zo zwoegt en zweet hij onder de wet die religie heet, in zijn denken en ook metterdaad.
De religie die wet is eist, dat hij ideeen en dogma's accepteert, dat hij gelooft in leerstellingen en tradities. Het aanvaarden daarvan is de voorwaarde om gered te worden van zijn angst, wanhoop en dood. Daarom probeert hij ze ook te aanvaarden, hoewel die ideeën en dogma's hem vreemd of twijfelachtig toeschijnen. Hij zwoegt en zweet onder de religieuze eis om dingen te geloven, die hij niet kan geloven. Uiteindelijk probeert hij aan de wet, die religie heet, te ontsnappen. Hij probeert het zware juk van de leerstellige wet, die hem is opgelegd door de kerkelijke autoriteiten, orthodoxe leraren, vrome ouders en vaste tradities, van zich af te schudden.
En hij wordt kritisch en sceptisch. Hij gooit het juk van zich af, maar niemand kan leven in de leegte of als louter scepticus en daarom keert hij weer terug tot het oude juk, dat een soort juk van zelfkwelling en fanatisme wordt en hij probeert dat ook andere mensen op te leggen, bijv. zijn kinderen of leerlingen. Hij wordt gedreven door een onbewust verlangen naar wraak, vanwege die last die hij zichzelf heeft opgelegd. Veel families worden door dit soort pijnlijke tragedies verscheurd en vele harten zijn gebroken door een dergelijke houding van ouders, leraren en priesters. Anderen, die de leegte van het scepticisme niet kunnen uithouden, vinden een nieuw juk buiten de kerk (om), nieuwe leerstellige wetten waaronder zij beginnen te zwoegen: politieke ideologieen, die zij met religieus fanatisme propageren, wetenschappelijke theorieen, die zij met religieus dormatisme verdedigen en utopische verwachtingen, die zij aankondigen als voorwaarde voor de redding van de wereld, waarmee zij hele naties onder het juk van hun geloofsbelijdenissen brengen, die dus eigenlijk ook religie(s) zijn, ook al heeft men zich voorgenomen de religie te willen uitroeien. We zuchten allemaal onder dit juk, dat religie heet. Soms proberen we allemaal oude of nieuwe leerstellingen of dogma's weg te werpen, maar na verloop van tijd keren we er weer naar terug en maken we opnieuw onszelf tot slaaf ervan en brengen we ook anderen in slavernij.
Datzelfde geldt voor de praktische wetten van elke religie. Ze eisen rituele handelingen, deelname aan religieuze praktijken, het bestuderen van de religieuze tradities, gebeden, sacramenten en meditaties. Ze eisen morele gehoorzaamheid, onmenselijke zelfbeheersing en ascese, toewijding aan de mensen en de dingen, haast onmogelijk te volbrengen voor ons mensen, men moet zich overgeven aan ideeen en plichten, die boven onze macht gaan, een onbegrensde zelfontkenning wordt gevraagd als ook een grenzeloze zelfvervolmaking: de religieuze wet eist het volmaakte in alle opzichten. En ons geweten stemt met deze eis in. Maar de spleiting in ons zijn komt hier direct uit voort: dat het volmaakte, hoewel het de waarheid is, boven ons uitgat, tegen ons is en ons veroordeelt en verdoemt. Daarom proberen we de rituele en morele eisen weg te werpen; we verwaarlozen ze, we haten ze, we bekritiseren ze en sommigen van ons nemen een cynische houding van onverschilligheid aan t.o.v. religieuze en morele wetten.
Maar aangezien een houding van louter cynisme even onhoudbaar is als die van louter scepticisme, keren we terug naar oude en nieuwe wetten en worden zelfs fanatieker dan voorheen en nemen een wettisch juk op ons, dat leidt tot meer zelfverachting en nog wreder is jegens onszelf en dat bereid is ook anderen onder datzelfde juk te dwingen in naam van het volmaakte. Jezus zelf wordt voor deze perfectionisten, puriteinen en moralisten een Leraar van de religieuze wet, die de zwaarste van alle lasten op ons legt, namelijk de last van Zijn wet. Maar dat is de grootst mogelijke afwijking van wat Jezus in gedachten had. Deze afwijking kan gevonden worden in de gedachten van hen, die Hem hebben gekruisigd, omdat Hij de religieuze wet had gebroken, niet door er voor weg te vluchten, zoals de cynische Sadduceeen deden, maar door hem te overwinnen.
We lopen allemaal voortdurend het gevaar Jezus te misbruiken door te beweren, dat Hij de stichter is van een nieuwe godsdienst en de brenger van een andere, meer verfijnde, maar ook meer 'verslavende' wet. En zo zien we in alle christelijke kerken het zwoegen en zweten van mensen, die christenen worden genoemd, ernstige, serieuze christenen, die zuchten onder een ontelbare wetten, die ze niet kunnen vervullen, waar ze voor wegvluchten en weer naar terugkeren of die zij vervangen door andere wetten. Dat is nu net het juk waarvan Jezus ons wil bevrijden! Hij is meer dan een priester, een profeet of een religieus genie. Die onderwerpen ons altijd aan een religie, maar Hij bevrijdt ons van religie. Zij maken altijd nieuwe religieuze wetten, maar Hij overwint de wet die religie heet.
"Neemt mijn juk op u en leert van Mij…want mijn juk is zacht en mijn last is licht". Dit wijst niet in de richting van een kwantitatief verschil, dat het een beetje gemakkelijker, een beetje lichter zal zijn. Nee, het wijst in de richting van een tegenstelling! Het juk van Jezus is gemakkelijk in zichzelf, omdat het een wet teboven gaat en omdat het het zwoegen en zweten vervangt door rust in onze ziel. Het juk dat religie heet vooronderstelt al die gaten en scheuren in onze ziel en zij spoort ons aan om te trachten die te boven te komen. Het juk van Jezus gaat deze scheuren en gaten teboven. Het overwint ze, wanneer het verschijnt en wordt ontvangen. Het is niet een nieuwe eis, een nieuwe leer of een nieuwe moraal, maar eerder een nieuwe realiteit, een nieuw zijn en een nieuwe kracht om ons leven te transformeren. Hij noemt het een juk, vooral omdat het van bovenaf komt en ons (aan)grijpt met reddende kracht. Hij noemt het licht/zacht, omdat het niet een kwestie is van handelen en streven, maar eerder dat het ons gegeven is voordat we iets kunnen doen.
Het is een zijn, een kracht, een werkelijkheid, die de angst en de wanhoop overwint, alsook de rusteloosheid en vrees in en voor het bestaan. Het is hier, midden onder ons, temidden van onze persoonlijke tragedie en die van de geschiedenis. Plotseling, midden in de hardste strijd, verschijnt het als een overwinning, niet door onszelf behaald, maar zomaar aanwezig boven alle verwachting en zonder dat we het zelf bevochten. Plotseling overkomt ons een vrede, die alle verstand te boven gaat, d.w.z. dat die ons zoeken naar het ware te boven gaat, als ook ons streven naar het praktisch goede. Het ware, namelijk de waarheid omtrent ons leven en ons bestaan, heeft ons (aan)gegrepen. We weten dan, nu, op dit moment, dat we in de waarheid zijn, ondanks al onze onwetendheid over onszelf en de wereld. We zijn niet wijzer geworden of hebben niet meer begrip in de gewone zin van het woord; wij zijn nog steeds kinderen in ons kennen. Maar de waarheid ten leven is in ons, met een verlichtende zekerheid, die ons verenigt met onszelf en die ons een groots en rustgevend gevoel van geluk geeft.
En het goede, het ultiem goede, dat niet ergens goed voor is, maar het goede op zichzelf heeft ons gegrepen. We weten dat we nu, op dit moment, in het goede zijn, ondanks al onze zwakheid en ons kwaad, ondanks het fragmentarische en verscheurde karakter van ons Zelf en van de wereld. We zijn niet moreel beter of heiliger geworden; we behoren nog steeds tot een wereld die onderworpen is aan het kwaad en aan zelfvernietiging. Maar het goede, het leven is in ons, dat verbindt ons met alles wat goed is en dat geeft ons de gezegende ervaring van (de) universele liefde. Indien het zou kunnen gebeuren ␣ en tot op zekere hoogte gebeurt het ook ␣ dan zouden we onze eeuwigheid bereiken, de hogere orde en geestelijke wereld, waartoe wij behoren, maar waar we van afgescheiden zijn in ons normale bestaan. We zouden buiten onszelf zijn! Het nieuwe zijn zou ons helemaal in beslag nemen, hoewel het oude zijn niet zou verdwijnen.
Waar kunnen wij deze nieuwe werkelijkheid vinden? Eigenlijk kunnen wij die niet vinden, maar zij vindt ons. Zij probeert ons gedurende ons hele leven te vinden. Zij is in de wereld en zij draagt de wereld en zij is er de oorzaak van dat ons Zelf en onze wereld nog niet zijn vervallen in uiterste zelfvernietiging. Hoewel verborgen onder angst en wanhoop, onder eindigheid en tragedie, zij is overal in, in lichaam en ziel, omdat alles het leven uit haar put. Het nieuwe zijn betekent dat het oude zijn zichzelf nog niet helemaal heeft vernietigd; dat het leven nog steeds mogelijk is, dat onze ziel nog steeds kracht vindt om door te gaan en dat het
goede en het ware nog niet zijn uitgeblust. Zij is aanwezig en zal ons vinden! Laten wij ons door haar vinden: zij is sterker dan de wereld, hoewel zij rustig en zacht en nederig is.
Dat is de betekenis van de roep van Jezus: "Komt tot Mij". Immers, in Hem is het nieuwe zijn zodanig aanwezig, dat het zijn hele leven bepaalt. Dat wat in alles verborgen is, dat wat ons soms oplicht wanneer onze ziel tot grote hoogten komt, dat is de vormende kracht van dit leven. Het is het unieke en het mysterie van Zijn zijn, de belichaming, de volle verschijning van het nieuwe zijn. Dat is ook de reden waarom Hij woorden kan zeggen, die geen profeet of heilige ooit heeft gezegd: dat niemand God kent dan Hij en zij die hun kennis ontvangen door Hem. Deze woorden betekenen zeker niet, dat Hij ons een nieuwe theologie of een nieuwe religieuze wet oplegt. Zij betekenen eerder, dat hij het nieuwe zijn is, waaraan iedereen kan deelnemen, omdat het universeel en alomtegenwoordig is.
Hoe kan Hij zichzelf zacht en nederig van hart noemen, nadat Hij woorden heeft gezegd over zijn uniciteit, woorden die in ieders mond blasfemisch en arrogant zouden klinken? Dat komt omdat het Nieuwe Zijn dat Hem vormt niet door Hemzelf is geschapen. Hij is er zelf door geschapen. Het heeft hem gevonden, zoals het ook ons vindt. En zoals Zijn zijn niet het resultaat is van zijn streven en zwoegen en zoals het evenmin de slaafse onderworpenheid aan een religieuze wet, maar eerder de overwinning op religie en wet, die Hem uniek maken, zo legt Hij ook geen religie en wetten aan mensen op, en ook geen last en juk.
We zouden zijn roep hatelijk afwijzen, als Hij ons riep tot de christelijke religie of tot de christelijke leerstellingen of tot de christelijke moraal. Wij zouden zijn eis om zacht en nederig te zijn en rust te geven aan onze ziel niet accepteren, als Hij ons nieuwe geboden gaf betreffende ons denken en doen. Jezus is niet de stichter van een andere religie, maar de overwinnaar van de religie. Hij is niet de maker van een nieuwe wet, maar Hij heeft de wet veroverd! Wij, predikanten en leraren van het christendom, roepen u niet tot het christendom, maar eerder tot het Nieuwe Zijn, wrvan het christendom een getuige moet zijn en (van) niets anders. En zij moet ook zichzelf niet met dat Nieuwe Zijn verwarren. Vergeet alle christelijke leerstellingen, vergeet je eigen zekerheden en je eigen twijfels, wanneer je de roep van Jezus hoort. Vergeet alle christelijke moraal, wat je bereikt hebt en waarin je faalde, wanneer je tot Hem komt. Er wordt niets van je gevraagd, geen idee over God, en geen goedheid in jezelf, niet dat je religieus moet zijn, niet dat je een christen moet zijn, niet dat je wijs moet zijn en niet dat je moreel in orde moet zijn. Het enige dat van je gevraagd wordt is open te staan en bereid te zijn te aanvaarden wt je gegeven wordt, het Nieuwe Zijn, het zijn van liefde, gerechtigheid en waarheid, zoals dat manifest is in Hem, wiens juk zacht is en wiens last licht is.
Laat ik, zoals ik begonnen ben, ook afronden met een persoonlijk woord. Geloof me, u die religieus bent en een christen bent: het zou niet de moeite waard zijn het christendom te onderwijzen als het om het christendom zou gaan. En geloof me, u die vervreemd bent van elke religie en ver verwijderd van het christendom, het is niet onze bedoeling om u religieus te maken of christen te laten worden, wanneer we de roep van Jezus op een juiste wijze voor onze tijd interpreteren. We noemen Jezus de Christus, niet omdat hij een nieuwe godsdienst bracht, maar omdat Hij het einde is van iedere religie, boven religie en niet-religie uit, boven christendom en niet-christendom uit. Wij verkondigen zijn roep, omdat het een roep is tot ieder mens, in iedere periode, om het Nieuwe Zijn te ontvangen, die reddende kracht die in ons bestaan verborgen is, die het zwoegen en lasten dragen van ons afneemt en onze ziel rust geeft.
Vraag me nu niet, wat we moeten doen of welke actie(s) uit dit Nieuwe Zijn zal/zullen volgen, vanuit de rust van onze ziel. Vraag dat niet, want je vraagt toch ook niet hoe de goede vruchten voortkomen uit de goedheid van de boom? Zij volgen (er op); de daad volgt op het zijn en nieuwe daden, betere daden, sterkere daden volgen uit het Nieuwe Zijn, uit het betere zijn, het sterkere zijn. Wijzelf en onze wereld zouden beter, rechtvaardiger zijn, als er meer rust in de ziel was, in onze wereld. Onze daden zouden creatiever en meer in staat zijn om de tragedies van onze tijd te overwinnen, als zij zouden voortkomen uit een diepere laag van ons leven. Want onze creatieve diepte is de diepte waarin wij stil zijn!

Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.