The Meaning of Despair in Contemporary Theology

Tijdens mijn 'snuffeltocht' in het Paul Tillich Archief (april 2013) in de bibliotheek van de High School of Divinity in Boston/Cambridge kwam ik een tweetal lezingen van Tillich tegen, die hij in 1950 in Chicago heeft gehouden. De eerste heeft als onderwerp The Meaning of Despair in Contemporary Theology. Het is een wat ongewone en uitdagende titel, maar de inhoud is typisch tillichiaans: antwoordend op de vragen van de tijd, zoekend naar aanknopingspunten en antwoorden vermoedend in het brede spectrum van de cultuur. Uiteindelijk toch een theologie van de Hoop, maar die valt niet in een luchtledig vacuüm, maar in de goede aarde van de huidige cultuur.
 
19th Annual Ministers’ Week at the Chicago Theological Seminary
January 30 – February 3, 1950
Theme for the Week:
CHURCH, COMMUNITY, AND HUMAN NEED
Lectures by Paul J. Tillich (The Alden-Tuthill Lecturer) etc.
Lecture No. 1 by Paul Tillich:

THE MEANING OF DESPAIR IN CONTEMPORARY THEOLOGY

Wat betekent ‘wanhoop’ voor de moderne theologie?
Het vraagstuk, dat ik wil behandelen is niet: wat zegt de hedendaagse theologie over de wanhoop, maar waarom en in welke zin is de moderne theologie een theologie van de wanhoop? En hoe kunnen deze beide begrippen gecombineerd worden? Theologie als de leer over God – bepaald door de wanhoop?! Is dat geen contradictio in terminis? Als de wanhoop het laatste woord zou hebben dan zou dat zeker het geval zijn. Want als de wanhoop het laatste woord zou hebben, dan zouden er helemaal geen woorden meer zijn. Dan houdt men op met spreken. Maar zolang de wanhoop spreekt, is er niet alleen maar wanhoop. En als de wanhoop over iets gaat spreken, dat iets weg heeft van het ultieme, als het – zeg maar – theologie wordt, dan stijgt de wanhoop boven zichzelf uit. Een theologie van de wanhoop is een theologisch teboven komen van de wanhoop, of op z’n minst een poging daartoe. Maar om de wanhoop te overwinnen moet deze wel voorondersteld zijn. Een theologie van de wanhoop moet dus eigenlijk het antwoord zijn/vormen op de vraag, die impliciet in de wanhoop opgesloten zit.
Dit is uiteraard niet de noodzakelijke structuur van de theologie. De theologie kan de gehele menselijke situatie interpreteren, sturen en corrigeren. Zo’n theologie is niet zonder nut. Zij draagt dan immers bij aan de zekerheid van de stand van zaken door die te relateren aan de ultieme zekerheid, de zekerheid in of van God. Zij versterkt de sociale zekerheid door die te funderen op het Evangelie en door te corrigeren, wat daartegen in schijnt te gaan. Zo’n theologie  versterkt ook de individuele zekerheid van de mensen doordat zij hen een goed, moreel geweten geeft, terwijl ze bovendien kritisch reageert op morele misstappen  en hulp biedt op weg naar de morele volmaaktheid. Zo’n theologie, die we de theologie van de niet-wanhoop kunnen noemen, past bij het type mens in onze samenleving, die autonoom is, vol zelfvertrouwen, zelfbewust, maar zich ook bewust  is van zijn tekortkomingen, die vol goede moed op voortgang wil blijven houden bij wanhopige situaties in zijn persoonlijk leven of in de geschiedenis, die altijd nieuw gereedschap smeedt om zichzelf te verbeteren – op technisch gebied, in het onderwijs, in de politiek en hij gaat ervan uit, dat deze vooruitgang altijd maar doorgaat en dat die zich zelfs voortzet tot na de dood, althans  zeker voor de inviduele mens. Er is werkelijk niets, dat een finale angst of een serieuze wanhoop teweeg zou kunnen brengen, in leven noch in sterven. Dit is niet noodzakelijkerwijs een gebrek aan diepgang, zoals de theologen van de wanhoop graag beweren. Er kan best nog veel moed, zelfbeheersing en een zich bewust zijn van gevaren zijn; er kan, bovenal, in deze houding sprake zijn van grote intellectuele integriteit en van een grootse morele toewijding. Hier een verwijt te maken van primitief optimisme is te gemakkelijk. Trouwens, optimisme en pessimisme zijn gelijksoortige categorieën. Omdat ik dus dit soort verwijten niet maak aan de theologie, zou ik het op prijs stellen als men ophoudt theologen, incl mijzelf, te betichten van pessimisme. Laten we dit vanuit de emotie elkaar bekogelen nu achter ons laten en er toe overgaan om de situatie, waarin de mens van nu verkeert, in het algemeen en in het bijzonder, nader te onderzoeken.
Als we het totale veld van de theologie overzien, dan is één ding wel duidelijk: deze theologie van de niet-wanhoop beslaat een steeds kleiner gedeelte, terwijl het terrein van de theologie van de wanhoop steeds groter wordt. Deze situatie was al overduidelijk aan de orde in het Europa van na de WO I. De beslissende categorieën werden al gevormd in de wanhopige strijd, die de theologen van de wanhoop voerden in de 19e eeuw. Hier in Amerika kon de theologie van de wanhoop van de grond komen na de grote crises en dan m.n. vlak voor en na de WO II. Op dit moment speelt deze theologie een leidende rol in de intellectuele centra van Amerika. Als ik dit zo zeg gebruik ik duidelijk een ruimer begrip van wat ik bedoel met theologie. Ik stel voor theologie te definiëren als het op ‘logische’ wijze tot uitdrukking brengen van wat ons ten diepste en onvoorwaardelijk aangaat, namelijk de betekenis van ons bestaan. In dit geval betekent ‘logisch’ niet betrekking hebbend op de formele logica, maar het betekent ‘volgens de Logos’ d.i. volgens de betekenisvolle, redelijke, te begrijpen structuur, waaraan zowel ons denken als de werkelijkheid beantwoordt. En als we uitgaan van deze bredere opvatting van wat theologie is, dan pas kunnen we zeggen of die uitdrukking verwoord is in termen van de christelijke theologie of in die van een filosofisch systeem of een stuk literatuur – dat is dan voor ons probleem niet meer terzake. Voor de theologie van de wanhoop doet het er niet toe of het probleem (dat de theologie aangaat) nu achter artistieke creaties, onderwijsmethoden of politieke instellingen schuilgaat. Zij drukt zichzelf  zeer zeker (ook) uit via de huidige psychologische en medische theorie en praktijk en zij heeft invloed op het gedrag van belangrijke groepen mensen in onze tijd – en wij moeten naar al die situaties en op al die plekken kijken om te kunnen ontdekken wat de betekenis  van de huidige theologie van de wanhoop is. Zelfs indien de God van deze theologie de onbereikbare vader is, zoals bij Kafka, of het in het Niets oplossende niet-zijn bij Heidegger, of de ultieme of absolute vrijheid bij Sartre, het behoort tot de theologie van de wanhoop, dat veel van haar bedenkers in wanhoop (en verlegenheid) verkeren t.a.v. de naam van God. Hoewel zij allen naar een naam zoeken en hun zoeken is als een oceaan van wanhoop, in vergelijking daarmee zijn de theologen van de neo-orthodoxie – een ook in dit geval onjuiste benaming – als een baai, waarin de golven gestuwd worden om tot rust te komen op het omringende vasteland, d.i. de christelijke traditie. Maar om te weten wat er in de baai plaatsvindt moet men eigenlijk vooral naar de oceaan kijken.
In de van het Latijn afgeleide talen betekent ‘wanhoop’ ‘hopeloosheid’, ‘geen uitweg zien’ en heeft het woord een actieve betekenis. Het stuk van Sartre “No Exit” drukt de klassieke betekenis van het woord ‘wanhoop’ uit. In het Duits heeft het woord een andere wortel en heeft het  te maken met ‘Zweifel’, ‘twijfel’ en heeft dus iets van twee-heid of dualiteit in zich, in tweeën gesplitst, niet in staat om voor het ene of het andere te kiezen; maar bij de radicale twijfel gaat het niet over iets in ons bestaan, maar over het bestaan zelf. Deze relatie met het woord ‘twijfel’ (ver-twijfel-ing in het Ned.) geeft het woord wanhoop een meer intuïtieve en minder actieve lading. Het legt ook meer de nadruk op de verticale, minder op de horizontale dimensie – het gaat meer om een innerlijke tweespalt dan om een bepaalde kijk op de toekomst. Wat de wanhoop in het bijzonder kenmerkt kan worden beschreven met de titel van het boek van een van onze psychologen “De mens tegen zichzelf” en dat is iets anders dan “No Exit”. ‘Wanhoop’ in de zin van de theologie van de wanhoop gaat over beide elementen. Zij zijn afhankelijk van elkaar. In de ervaring van “No Exit” komt de innerlijke gespletenheid aan het licht, terwijl “No Exit” is gebaseerd op het “tegen zichzelf”.
Iedere beschrijving van de situatie van de mens heeft te maken met het volgende probleem: het medium waarmee de mens in zijn situatie wordt gezien is altijd de individu, die deze beschrijft: hij zit zelf altijd ingebed in de historische situatie en weerspiegelt deze voorzover deze relevant is. Toch is die historische situatie mogelijk, omdat de historische mens enkele algemene structuren vertoont, die zijn veranderende maatschappelijke en individuele situatie mogelijk maken. Men kan een leer aangaande de mens verwerpen, dus ook de theologie van de wanhoop, door die af te leiden uit het temperament van de individu of uit de historische omstandigheden of uit een onjuiste kijk op de universele structuur van de mens. In het geval, dat men deze afleidt uit het temperament van de individuele mens, dan zou men de auteurs – als zij theologen van de wanhoop waren – naar de psychotherapeut moeten sturen, en als zij theologen van de niet-wanhoop waren zou men hen naar het slagveld moeten sturen. In het tweede geval, als de historische situatie beslissend is, dan zou men de leer over de mens in Europa moeten uitstellen tot de normale situatie gevestigd is in dat werelddeel en in Amerika totdat de waterstofbom gevallen is. In het derde geval kan er een discussie gevoerd worden, maar pas nadat men de werkelijke situatie van de mens heeft afgeleid uit de wanhoop en de niet-wanhoop. Maar geen van deze drie absurditeiten is uitvoerbaar. Wat zich in de sociale en individuele situatie voordoet is een uitdrukking van de mogelijkheden van dat wezen, die in staat is een geschiedenis te hebben; en die mogelijkheden moeten aanwezig zijn op ieder moment in de geschiedenis. De concrete situatie, waar de individue en de samenleving mee te maken heeft, bemiddelt en maakt mogelijk. Het risico bestaat echter altijd, dat men wat historisch en individueel is door elkaar haalt en dat risico moet men in ogenschouw nemen telkens wanneer men de situatie van de mens tot uitdrukking wil brengen. En als men anderen graag wil benaderen met de methode van de psycho- en socio-analyse, dan moet men ook eerlijk genoeg zijn en naar voren stappen om ook zichzelf te laten psycho-analyseren of te socio-analyseren en dan zal men er achter komen, dat deze methode nergens toe leidt.
Er zijn eigenlijk twee hoofdtypen ‘wanhoop’: de eerste betreft de wanhoop over het onvermijdelijke einde en de andere heeft betrekking op de onvermijdelijkheid van de schuld. En beide komen voort uit deze ene wortel,  namelijk dat het eindige afgescheiden is van de grond van het zijn en van de zin.  Dit is de situatie, die ontstaan is door ‘bestemming’ en ‘vrijheid’ in één. De mens ‘tegen zichzelf’ en ‘zonder uitweg’ is gebaseerd op of komt voort uit vrijheid en bestemming tezamen. De wanhoop t.a.v. zijn schuld, die voortkomt uit het element van de vrijheid, komt overwegend naar voren in bepaalde perioden, zoals het late Jodendom en tijdens de Reformatie; de wanhoop t.a.v. het einde, die voortkomt uit het element van de bestemming, komt in weer andere perioden naar voren, wanneer de antieke wereld ten einde loopt en in onze tijd. Tussen beide bestaat een diepgaand verschil. De wanhoop over de schuld is affirmatief t.a.v. het zijn en de zin. De wanhoop over het einde staat negatief tegenover beide. In deze wanhoop gaat het doodsverlangen samen op met de ervaring van  zinloosheid. Dit sluit de elementen van schuld niet uit, zoals ook in de wanhoop over de schuld het doodsverlangen en de afgrond van zinloosheid zich kunnen voordoen. Maar historisch en geografisch gezien is het zo, dat één van beide kanten beslissend is voor de vraag en de antwoorden.
Paulus en Luther zijn typische en zuivere voorbeelden van de wanhoop over de schuld. Bij Augustinus en Kierkegaard komen we beide tegen, hoewel Augustinus meer neigt naar de ‘einde-wanhoop’ en Kierkegaard naar die van de schuld. De sceptici uit de Oudheid en de existentialisten van tegenwoordig zijn typisch vertegenwoordigers van de wanhoop over het einde. In onze tijd hebben wij dus vooral te maken met de wanhoop over het einde, hoewel niet uitsluitend.
Deze wanhoop heeft twee kanten: het einde als (het) Niets en het einde als zinloosheid,  maar uiteindelijk gaat het hier om hetzelfde. Aangezien mensen ‘zijn’, leven zij ook in ‘zin’; wordt hun ‘zijn’ vernietigd, dan gaat ook hun ‘zin’ teniet. Dit is duidelijk aanwijsbaar bij alle theologen van de wanhoop. Het is bijv. duidelijk herkenbaar in het gebruik van de term ‘niet-zijn’ bij Heidegger, in het gebruik van het begrip  ‘geen uitweg’ bij Sartre, in het gelijkstellen van de dood en de zinloosheid bij O’Neill. In psychologische zin is het aanwezig bij Freud en bij Nietschze, als hij profetisch spreekt over het opkomend nihilisme. Het niet-zijn in deze filosofieën van de wanhoop is het ontbreken van de macht tot het zijn en van de zin. Het idee van de wanhoop wordt doorgaans in verband gebracht met dat van de angst. Theologen van de wanhoop zijn dus ook theologen van de angst.
Een paar dagen geleden had ik een discussie op een conferentie van de Christelijke Studentenbeweging samen met de dichter Auden over zijn De eeuw van de angst, wat ook de titel van zijn boek is. Kierkegaard’s fragment, getiteld Vrees en beven en zijn Ziekte tot de dood laten duidelijk de eenheid van beide ideeën zien. Freud’s analyse, dat ‘angst’ het belangrijkste gevoel van onze tijd vertolkt, toont in feite hetzelfde aan. Heidegger beschrijft de angst en de begeerte als de belangrijkste drijfveren van de menselijke existentie. De beste beschrijving van de angst is, voorzover ik weet, wellicht te vinden in de romans van Kafka.
Nu wil ik nog graag iets zeggen over de vraag, hoe angst en wanhoop zich tot elkaar verhouden. Over (de) angst moet in drievoudige zin iets gezegd worden. Angst is allereerst het besef van eindigheid: angstig zijn is zich bewust zijn van het feit, dat men (zelf) eindig is. Ik noem dit de ontologische angst, omdat dit hoort bij het eindige zijn zelf.
Ten tweede is angst ook de eindigheid van alle strijd, een wanhopige angst, waarbij wanhoop en angst  samenvallen.
Ten derde de angst als (voor) afgezonderde of geïsoleerde  eindigheid, wat in feite de ultieme angst is. Laten we een paar worden aan deze drie typen wijden.
Allereerst de ontologische angst, d.i. de angst te weten eindig te zijn. Dit is een universeel kenmerk van alle leven/van ieder leven. Het is identiek met het schepsel-zijn en daarom beschrijven de bijbelverhalen de angst van Jezus, wanneer hij het uitschreeuwt, telkens weer, als een schepselmatige angst. Er zit geen wanhoop in dit soort angst, maar (alleen) de melancholie over het feit, dat men moet sterven. De angel van de dood komt vooral naar voren, als er sprake is van een conflict(situatie). En dat is de tweede soort (angst), de angst in een conflict zonder dat een uitweg mogelijk is – dan is er sprake van wanhoop. Deze angst kan in verband gebracht worden met het schuld-  en met het vrijheidselement: er kan angst vanwege schuld zijn, indien deze niet ‘bedekt’ of ongedaan gemaakt kan worden of het kan verband houden met het einde en dan is het de angst voor het einde, die dan een wanhopige angst is geworden.
De derde soort angst is de neurotische angst. Terwijl de ontologische angst nog geen wanhoop is, is de neurotische angst het niet meer. Er worden verdedigingsmechanismen ingezet tegen de wanhoop. Deze behoren tot de structuur van de eindigheid en zij bieden een bescherming tegen een mogelijk wanhopige radicalisering van onze angst. Maar zulke mechanismen plaatsen de angst altijd op de verkeerde plek en ook de schuldgevoelens op de verkeerde plaats. We kunnen ze ook niet op de juiste plek zetten, omdat we er dan oog in oog mee komen te staan. Daarom zetten we ze op de verkeerde plaats. Wanneer men deze neurotische angst achter zich gelaten heeft en ermee stukloopt, dan steekt de (echte) wanhoop de kop op.
Wanhoop als zodanig is niet neurotisch, maar het is het ontkennen van angst,  die op den duur neurotisch wordt. En daar volgt ook nog iets anders uit, namelijk dat er niets creatiefs voortkomt uit iets neurotisch, behalve wellicht op de momenten waarop de neuroticus instort en wanhopig wordt. Wanhoop is eindigheid of angst ‘in strijd’, en dat is aan de orde als die strijd geboren wordt en niet toegedekt en nog niet opgelost wordt. De ‘oplossing’ is het onderwerp van de volgende lezing en het enige dat ik er nu over wil zeggen is, dat het een concept of idee is, dat de angst en ook de wanhoop weerspreekt, namelijk ‘moed’ en in hoeverre moed succesvol is of niet, dat komt in de volgende lezing aan de orde.
De theologen van de wanhoop, die ons denkklimaat bepalen, hebben één ding gemeenschappelijk - van Pascal tot Sartre – en dat is de angst voor ontmenselijking. Zij beschrijven de ontmenselijking in termen, die er allemaal op schijnen te wijzen, dat er geen uitweg is, maar ook trachten zij wanhopig die wanhoop te boven te komen. Zo bestreed Pascal het mechanisme van de rationaliteit en daarmee wees hij op de ellende van de menselijke situatie. Kierkegaard bestreed de logische methode, zoals Hegel die voorstond en wees daarmee op de wanhoop en de angst. Marx bestreed het economisch mechanisme en wees daarmee op de vervreemding en de ontmenselijking van de mens. Nietschze en Bentham bestreden het mechanisme van de techniek en verwezen daarmee naar de wetten van de vitaliteit. De dieptepsychologie breekt door het oppervlak van het bewuste heen en verwijst daarmee naar de ontzaglijke invloed van de onbewuste strevingen. Alle soorten van de moderne kunst zijn door het plafond van de prachtige natuur gebroken en hebben daarmee verwezen naar de dieptedimensie van alle dingen. De dieptesociologie is door de oppervlakkigheid van de aanpassingen van de moraal en het onderwijs heengebroken en daarmee heeft zij verwezen naar de vaste structuren van de menselijke relaties, inclusief die van onszelf. De geschiedenis heeft de kunst van het balanceren in de politiek doorgeprikt en verwees daarmee naar de universele tweeheid/splijting in de mensheid, als zij zichzelf adekwaat beschrijft. Dit viervoudige protest tegen het mechanisme van de ontmenselijking en dit viervoudige aan het licht brengen, waar die ontmenselijking aan de oppervlakte komt, dit alles heeft een ‘openbaringsfunctie’. Alles wat geboren werd uit angst en wanhoop en ook degenen, die dit alles tot uitdrukking brachten en in zekere zin ook vertegenwoordigden en die zo ook het medium werden van deze ‘openbaringen’ van wanhoop, zij werden vaak zelf ook gebroken in hun pogingen om door te breken – deze alle werden theologieën van de wanhoop.
Zij protesteerden allen wanhopig tegen een wereld, waar zij doorheen wilden breken, omdat zij geloofden en ervoeren, dat die sterker was dan zijzelf, een wereld, die ons ontmenselijkte en ons onze creatieve kracht ontnam.
Het vraagstuk waar al deze mensen mee worstelen is dat zin heilzaam is tegenover  de ontwikkelingen, die ons van zin beroven. Het is een protest tegen een ontwikkeling, die ons maakt tot dingen, objecten of aangepaste, zogenaamd normale exemplaren van een bepaald soort, tot dingen die in een productie- of consumptiemachine passen of tot geconditioneerde slachtoffers van  machten, die alles omvatten en bepalen. We vallen dan zelfs zo diep, dat we zoals Egomos in Huxley’s Brave New World ons zelfs verheugen in onze degradatie. Dat is wat zij zagen en dat is tegelijkertijd waartegen zij zich verzetten en dat is precies de reden, waarom zij theologen van de wanhoop werden. En dit geldt zowel voor het Oosten als voor het Westen. In het Oosten past men geweld toe om menselijke wezens in dingen te veranderen, om hen tot elementen te maken in een gecentraliseerde machine, om hen tot een technische organisatie te maken, door hen hun menselijkheid af te nemen. In het Westen, bij ons, vindt deze ‘objectivering’ en ontmenselijking niet met geweld plaats, maar op een meer verfijnde manier: het gebeurt door de massacommunicatiemedia, door het onderwijs, dat vaak niet anders is dan een aanpassingstraject. Door al deze invloeden worden wij op een geraffineerde manier gemodelleerd volgens een patroon, dat ons berooft van onze creatieve mogelijkheden.
De angst van hen, die in staat zijn om deze angst te weerstaan en deze niet willen wegmoffelen: de wanhoop van onze tijd betreft een wanhoop van het niet-zijn als mensen; het is een angst om uit te komen bij de ultieme zinloosheid ten gevolge van de wereldwijde mechanisatie. Deze angst is de wanhoop van onze tijd, die verschilt van die van de antieke periode, verschilt van die van de Middeleeuwen. Het is onze angst, onze wanhoop. We kunnen dus zeggen, dat de analyse van de angst en de wanhoop een reactie tegen deze trend van ons bestaan heeft teweeggebracht en dat is de betekenis van de theologie van de wanhoop. In dit kader wil ik daar nog een paar dingen over zeggen, al is deze angst en wanhoop als een oceaan.
Eerst iets over de positie van de zogenaamde neo-orthodoxie: waar staat zij? Blijft zij in onze tijd niet geheel buiten beeld? Ik heb het niet over haar oplossingen voor deze tijd, maar ik spreek alleen over de wanhoop, die de hele onderneming uitstraalt. Het lijkt op Kierkegaard met zijn mengsel van wanhoop van schuld en wanhoop t.a.v. het einde. Het element van schuld is overheersend, maar het andere element is ook aanwezig. Deze theologie wordt wel genoemd de theologie van de crisis en het woord ‘crisis’ heeft altijd een interessante ambivalentie. Het heeft betrekking op onze crisis in de geschiedenis en tegelijkertijd gaat het over de eeuwige crisis, namelijk onze schuld.  Toen deze theologie voor het eerst ontstond ging het over die eerste crisis, gedeeltelijk onder invloed van Marx, gedeeltelijk onder invloed van Kierkegaard’s psychologie. Deze lijn werd gevolgd door mensen als Bultmann, een groot nieuwtestamenticus, Niebuhr en mijzelf en enkele van de jongere garde in Europa en hier. Maar door Barth werd deze kant zachtjes aan verlaten en hij verwijderde zich van zijn socialistische oorsprong van de beginjaren en hij begon zich te verzetten tegen de poging om de theologie te verbinden met het existentialisme en hij begon de nadruk te leggen op de wanhoop van de schuld en dan m.n. in een boven-historische zin. En deze theologie zou men, zoals hij zelf graag zou willen, Neo-reformatorische theologie moeten noemen?! Is dat mogelijk? Hier raken we aan het diepste probleem van deze theologie. Is het mogelijk te zeggen, dat zelfs de wanhoop t.a.v. het einde, van het niet-zijn en de zinloosheid voortkomt uit/gebaseerd is op de wanhoop van de schuld? Is het mogelijk om al deze vormen van wanhoop om te vormen tot de wanhoop van de schuld en dat men die dan teboven kan komen door de boodschap van de genade?  Deze kwestie gaat dieper en is veel belangrijker dan de vraag of we deze of gene neo-orthodoxe bewering kunnen volhouden of niet, of we het oppoetsen van deze of gene dogmatische formulering kunnen accepteren of niet enz. Dat zijn in feite maar oppervlakkige probleempjes. Het echte probleem is: biedt dit een oplossing voor een periode, die niet bepaald wordt door de angst voor en de wanhoop over zijn schuld (hoewel deze natuurlijk niet ontbreekt), maar door de angst voor en de wanhoop over het einde? Ik denk niet, dat dat mogelijk is. Ik geloof, dat zoals Augustinus trachtte de vraag betreffende de angst voor de schuld te beantwoorden, - maar ook oog had voor de angst voor het einde en dat bracht hij in zijn tijd naar voren, zoals wij dat doen in de onze - , zo moet iedere toekomstige theologie beide vragen proberen te beantwoorden. En hoe dat gedaan kan worden of reeds gedaan is, dat is het onderwerp van de volgende lezing.

 

Ga naar het overzicht Lezingen & Artikelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.