Paul Tillich, Theology of Culture, Cambridge 1959

Hoofdstuk 1: Religion as a Dimension in Man’s Spiritual Life
Religie als een dimensie in het geestelijk leven van de mens

Zodra iemand iets zegt over religie krijgt hij of zij van twee kanten vragen op zich afgevuurd. Sommige theologen van christelijke huize zullen vragen of religie hier gezien wordt als iets, dat de menselijke geest zelf voortbrengt of als iets dat uiteindelijk een gave van goddelijke openbaring is. Als men daar dan op antwoordt, dat godsdienst een aspect is van het geestelijk leven van de mens, dan lopen zij weg. Vervolgens zullen enkele seculiere wetenschappers vragen of religie beschouwd kan worden als een voort-durende kwaliteit van de menselijke geest of dat zij eerder te beschouwen is als een gevolg van veranderende psychologische en sociologische omstandigheden. En als men daar dan op antwoordt, dat religie een noodzakelijk aspect is van het geestelijk leven van de mens, dan lopen ook zij weg, zoals ook de theologen al deden, alleen lopen zij de andere kant op.
Hieruit blijkt wel, dat er een bijna schizofrene splitsing in ons collectieve bewustzijn zit, die onze religieuze vrijheid bedreigt door het denken van de moderne mens in de richting te duwen, dat het irrationeel lijkt of als dwang overkomt, als men de betekenis van religie enerzijds ontkent of anderzijds bevestigt. En die dwangmatige reflex t.a.v. religie komt men zowel aan de zijde van de wetenschap tegen als aan de kant van de religie.
Theologen die ontkennen, dat religie een element van het geestelijk leven van ieder mens is, hebben natuurlijk een punt. Volgens hen is de betekenis van religie juist, dat de mens iets ontvangt, dat niet bij hemzelf vandaan komt, maar dat aan  hem wordt gegeven en zelfs tegenover hem kan staan. Zij onderstrepen, dat de verhouding tot God geen menselijke mogelijkheid is en dat God het is, die als Eerste zich tot hem verhoudt. Men zou de bedoeling van deze theologen in deze ene zin kunnen samenvatten, namelijk dat religie geen schepping van de menselijke geest is (met een kleine g), maar gave van de goddelijke Geest (met een hoofdletter G). Zij zouden eraan toe kunnen voegen, dat de menselijke geest wel creatief is t.a.v. zichzelf en de wereld, waarin hij zich bevindt, maar niet t.a.v. God. T.a.v. God is de mens receptief, uitsluitend receptief. Hij bezit in geen geval de vrijheid om zichzelf tot God te verhouden. Dit is, zou zouden zij eraan kunnen toevoegen, de intentie van de klassieke leer omtrent de ‘gebondenheid van de wil’, zoals die ontwikkeld is door Paulus, Augustinus, Thomas (van Aquino), Luther en Calvijn. Ten overstaan van deze getuigen(issen) moeten wij onszelf zeker afvragen: is het wel juist om van religie te spreken als van een aspect van de menselijke geest?
De kritiek van de andere kant heeft evengoed zijn geldigheid. Die kritiek komt van de kant van de menswetenschappen, zoals psychologie, sociologie, antroplogie en geschiedenis. Zij leggen de nadruk op de oneindige verscheidenheid van religieuze ideeën en praktijken, het mythologische karakter van alle religieuze voorstellingen en op het bestaan van vele vormen van het  niet-aanwezig-zijn van religie bij individuen en groepen. Religie is, zeggen zij (in navolging van Comte), kenmerkend voor een bepaalde fase van de ontwikkeling van de mens (de mythologische fase), maar het komt niet (meer) voor in de wetenschappelijke fase, waarin wij ons nu bevinden. Volgens deze opvatting is religie een voorbijgaande schepping van de menselijke geest en dus zeker geen essentiële kwaliteit ervan.
Als we nu deze twee groepen argumenten zorgvuldig analyseren dan ontdekken wij tot onze verbazing, dat beide beslist iets gemeenschappelijks hebben, ook al komen ze vanuit tegenovergestelde richtingen. Zowel de theologische als de wetenschappelijke critici van het geloof, die  beiden ontkennen, dat religie een aspect van de menselijke geest is, definiëren religie als de menselijke relatie t.a.v. goddelijke wezens, waarvan de kritische theologen aannemen, dat die bestaan, terwijl kritische wetenschappers beweren, dat die niet bestaan.  Maar juist dit idee van religie staat ieder begrip van religie in de weg! Als je start met de vraag of God  al of niet bestaat kun je Hem nooit bereiken; en het is zelfs zo, dat als je aanneemt dat Hij bestaat, dat je Hem dan nog minder kunt bereiken dan wanneer je stelt, dat Hij niet bestaat. Een God over Wiens bestaan of niet-bestaan men kan argumenteren is een ding naast andere in het universum bestaande dingen geworden. En de vraag of zoiets bestaat  is terechten het antwoord, dat zoiets niet bestaat is ook terecht. Het is te betreuren dat wetenschappers geloven, dat zij religie hebben weerlegd, wanneer zij terecht hebben aangetoond, dat er geen enkel bewijs is voor de aanname, dat zo’n wezen bestaat. Maar in feite  hebben zij religie niet alleen niet weerlegd, maar zij hebben haar zelfs een geweldige dienst bewezen! Zij hebben haar namelijk gedwongen om de betekenis  van het ontzagwekkende woord God te heroverwegen en opnieuw te poneren (of ‘in ere te herstellen’). Helaas maken veel theologen dezelfde fout. Zij beginnen hun boodschap met de bewering, dat er een hoogste wezen is, namelijk God, Wiens gezaghebbende openbaringen zij hebben ontvangen. Als het er op aan komt, vormen zij  eigenlijk een groter gevaar  voor de religie dan de zogenaamde atheïstische wetenschappers. Zij zetten namelijk de eerste stap op een weg, die onherroepelijk leidt naar wat men atheïsme noemt. Theologen, die van God een hoogste wezen maken, die aan sommige mensen informatie heeft verstrekt over Zichzelf, roepen a.h.w. onvermijdellijk het verzet op van hen, tot wie gezegd werd, dat zij zich moesten onderwerpen aan het gezag van die informatie.
Tegenover beide groepen ciritici bevestigen wij de juistheid van onze stelling, namelijk dat religie een aspect is van de menselijke geest. Maar tegelijkertijd nemen wij de kritiek van beide kanten even serieus en proberen recht te doen aan de waarheidselementen van beide standpunten.
 Als we zeggen, dat religie een aspect van de menselijke geest is bedoelen we daarmee, dat, indien wij vanuit een bepaald gezichspunt naar de menselijke geest kijken, zij zichzelf aan ons voordoet als (iets) religieus. Welk gezichtspunt is dat dan? Wel, het is het gezichtspunt van waaruit we kunnen kijken in de diepte(dimensie) van het geestelijk leven van de mens. Religie is niet een speciale functie van het menselijk geestelijk leven, maar het is de dieptedimensie in al haar functies. Deze bewering heeft verstrekkende gevolgen t.a.v. de interpretatie van de religie en daarom is een toelichting vereist bij iedere term, die hier gebruikt wordt.
Religie is niet een specifieke functie van de menselijke geest! De geschiedenis vertelt ons het verhaal van hoe de religie van de ene naar de andere spirituele functie verhuist en hoe zij er door afgewezen of door opgeslokt wordt. Religie nadert de morele functie en klopt aan haar deur en is ervan overtuigd, dat ze zal worden ontvangen. Is het ethische niet het meest verwant aan het religieuze? Hoe zou zij daar afgewezen kunnen worden? Inderdaad, zij wordt niet afgewezen, maar ze wordt opgenomen. Maar ze wordt opgenomen a.h.w. in een ‘armzalige verhouding’, omdat haar gevraagd wordt haar plaats te verdienen door de moraal een dienst te bewijzen. Zij wordt toegelaten, zolang zij eraan bijdraagt om goede burgers te kweken, en goede echtgenoten en kinderen, goede bedienden, ambtenaren en soldaten. Maar zodra e.e.a. voor zichzelf begint op te eisen, wordt haar de mond gesnoerd of buiten de deur gezet als overbodig of zelfs gevaarlijk voor de moraal.
Dus moet de religie omzien naar een andere functie in het spirituele leven van de mens en zo voelt zij zich aangetrokken tot de cognitieve functie. Dan wordt religie gezien als een bijzondere manier van kennis (verwerven), als een mythologische verbeelding of als mystieke intuïtie en zo schijnt religie daar een tehuis te vinden. Ook hier wordt de religie toegelaten, maar wel ondergeschikt aan de echte kennis en ook maar voor een korte periode. De zuivere kennis, in aanzien toegenomen door het enorme succes van de wetenschap, herroept weldra haar halfhartige acceptatie van de religie en stelt onomwonden vast, dat religie in geen enkel opzicht ook maar iets van doen  heeft met kennis.
Alweer is de religie dakloos geworden in de sfeer van het spirituele leven van de mens. Zij kijkt rond of er misschien nog een andere geestelijke functie beschikbaar is. En die vindt ze, warempel, in de esthetische functie. Waarom zou zij niet proberen een plaats te vinden op het terrein van de artistieke creativiteit van de mens?, zo vraagt de religie zichzelf af  bij monde van de godsdienstfilosofen. En de wereld van de kunst antwoordt, bij monde van vele artiesten, zowel uit vroeger tijden als van nu, dat zij er enthousiast en positief tegenover staan en men nodigt de religie niet alleen uit om de ‘kunstwereld’ binnen te treden, maar ook om te erkennen, dat kunst religie is.
Maar nu begint de religie te aarzelen. Want is het niet zo, dat de kunst de werkelijkheid uitdrukt, terwijl de religie haar omvormt? En heeft ieder kunstwerk, zelfs het grootste, niet een element van onwerkelijkheid in zich? De religie herinnert zich, dat het een oude (verstand)(ver)houding heeft met de moraal en met de gebieden van kennis en wetenschap, met de vragen rondom het goede en het ware, maar nu weigert zij in te gaan op de verzoeking om zichzelf op te (laten)  lossen in de kunst.
Maar waar moet de religie nu heen? Het gehele veld van het menselijk geestelijk leven is bezet en geen enkel terrein is bereid om religie een geschikte plaats aan te bieden. Daarom wendt de religie zich tot iets, dat iedere activiteit van de mens en iedere functie van het spirituele leven van de mens begeleidt: het is wat wij ‘gevoel’ noemen. Religie is een gevoel: dit schijnt het einde van de omzwervingen van de religie te zijn en dit einde wordt in sterke mate toegejuichd door al diegenen, die graag willen, dat het gebied van de kennis en van de moraal gevrijwaard blijft van iedere vorm van religieuze inmenging. Als de religie wordt verbannen naar het gebied van louter het gevoel, houdt zij ook meteen op een gevaar te zijn voor alles wat de mens op het rationele of het praktische vlak onderneemt. Maar tegelijkertijd moeten wij er wel aan toevoegen, dat religie zo ook haar ernst, haar waarheid en haar uiteindelijke betekenis heeft verloren. In de sfeer van het louter subjectieve voelen, wanneer er geen sprake is van een uiteindelijke bron van die emotie, wanneer er geen sprake is van een laatste inhoud, dan zal de religie onherroepelijk een zachte dood sterven. Daarom is dit ook niet het antwoord op de vraag, dat religie een aspect is van de menselijke geest.
Terwijl de situatie nu zo is, dat religie nergens onderdak vindt en nergens een plaats heeft om te wonen, realiseert zij zich plotseling, dat zij zo’n plaats ook helemaal niet nodig heeft, dat zij helemaal geen huis hoeft te zoeken. Zij is overal thuis en dan m.n. in de diepte van iedere functie van het geestelijk leven van de mens. Religie is de dieptedimensie in al die functies. Reiligie is het diepte-aspect in het geheel van de menselijke geest.
Wat betekent de metafoor diepte eigenlijk? Het betekent dat het religieuze verwijst naar iets dat ultiem, oneindig en onvoorwaardelijk in het leven van de menselijke geest is. In de meest brede en meest fundamentele betekenis van het woord is religie zoiets als ‘ultimate concern’, dat wat de mens ten diepste aangaat. En dat komt naar voren in alle creatieve functies van de menselijke geest. Het komt naar voren in de sfeer van de moraal, wanneer er sprake is van de onvoorwaardelijke ernst van de morele eis. Als iemand de religie verwerpt in naam van de morele functie van de menselijke geest, dan verwerpt hij religie in naam van de religie.
Het ‘ultieme belang’ komt tot uitdrukking op het gebied van kennis en wetenschap als het gepassioneerde  verlangen te weten wat de werkelijkheid in diepste zin is. Als iemand dus de religie verwerpt in naam van de cognitieve functie van de menselijke geest, dan verwerpt hij religie in naam van de religie.
Het ‘ultieme belang’ komt tot uitdrukking in de esthetische functie van de menselijke geest als het oneindige verlangen om de ultieme betekenis van iets uit te drukken. Als iemand dus de religie verwerpt in naam van de esthetische functie van de menselijke geest, dan wijst hij religie af in naam van de religie. Je kunt religie niet verwerpen in of met uiterste ernst, omdat de uiterste ernst of de toestand van’ in uiterste zorg te zijn’, eigenlijk de religie zelf is. Religie is namelijk de essentie, de grond en de diepte van het geestelijk leven van de mens. Dat is wat wij het religieuze aspect van de menselijke geest noemen.
Maar nu drijft de vraag boven, wat we moeten denken van religie in de beperktere en meer alledaagse betekenis van het woord, hetzij religie in haar institutionele vorm, hetzij religie als persoonlijke vroomheid? Indien religie aanwezig is in alle functies van het geestelijk leven, waarom heeft de mensheid dan de godsdienst  ontwikkeld als een aparte sfeer temidden van alle  andere, namelijk door mythen te vertellen, cultus op te voeren, toewijding te praktizeren en kerkelijke instellingen te stichten?
Het antwoord daarop is dit, dat het geestelijk leven van de mens op een tragische manier vervreemd is geraakt van zijn eigen grond en diepte. Volgens de ziener, die het laatste bijbelboek schreef, zal er geen tempel in het hemelse Jeruzalem zijn, omdat God alles in allen zal zijn. Er zal geen seculier terrein zijn en om dezelfde reden ook geen godsdienstig terrein. Religie zal weer zijn wat het oorspronkelijk en wezenlijk is: de alles-bepalende grond en (de) essentie van het geestelijk leven van de mens.
Religie ontsluit de diepte van het geestelijk leven van de mens, die doorgaans bedekt ligt onder een laag stof van ons dagelijks leven en bedolven ligt onder het geraas van ons werk in de wereld. Zij geeft ons de ervaring van het Heilige, van iets dat onaantastbaar is, dat ontzag inboezemt, een laatste betekenis, ja de bron vormt van onze uiteindelijke moed. Dat is de glorie van wat wij religie noemen. Maar naast haar glorie ligt haar schande. Zij maakt zichzelf tot het ultieme en laatste en veracht de wereld van het seculiere. Zij maakt haar mythen en leerstellingen, haar riten en wetten tot laatste waarheden en vervolgt degenen, die zich daaraan niet onderwerpen. Zij is dan vergeten, dat haar eigen bestaan het resultaat is van de vervreemding van de mens van zijn ware zijn. Zij is haar eigen nood-karakter totaal vergeten.
Dat is precies de reden van de gepassioneerde reactie van de seculiere wereld op de religie, een reactie die trouwens tragische gevolgen heeft voor het terrein van het seculiere zelf. Immers, het religieuze en het seculiere zitten in hetzelfde schuitje. Men zou ze niet van elkaar moeten scheiden en beide zouden zich moeten realiseren, dat het feit van hun aparte bestaan een ‘noodgeval’ is, dat beide geworteld zijn in religie in de bredere zin van het woord, namelijk in de ervaring van ‘ultimate concern’, de ervaring van wat ons ten diepste aangaat. Hoe meer men zich dit bewust is, des te meer zal men de conflicten tussen het religieuze en het seculiere te boven komen en zal de religie haar juiste plaats in het geestelijk leven van de mens herontdekken, namelijk in haar diepte, van waaruit zij essentie, laatste betekenis, waardebepaling en creatieve moed verleent aan alle functies van de menselijke geest.

 

Ga naar het overzicht Lezingen & Artikelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.