Als de fundamenten gaan wankelen

 

HOOFDSTUK 3: De paradox van de zaligsprekingen


 20 Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God. 21 Gelukkig jullie die honger hebben, want je zult verzadigd worden. Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen. 22 Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. 23 Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel. Vergeet niet dat hun voorouders de profeten op dezelfde wijze hebben behandeld.
24 Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. 25 Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult hongeren. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. 26 Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld.

Wie het Nieuwe Testament leest of bestudeert vindt de eenvoudige uitspraken van Jezus, zoals die zijn opgetekend door de eerste drie evangeliën, vaak moeilijker te interpreteren dan de verfijnde argumentatie van Paulus of de mystieke wijsheid van Johannes. De woorden van Jezus lijken zo helder, recht toe recht aan en to-the point, dat men zich niet kan voorstellen dat men de bedoeling ervan zou kunnen missen. Maar als men ons vraagt om de betekenis ervan in eigen woorden weer te geven, dan komt men er achter, dat er meerdere betekenislagen in het geding zijn. We bemerken ineens, dat de woorden van Jezus, die we misschien al vanaf onze kinderjaren kennen, onbegrijpelijk voor ons zijn (geworden). En als we proberen tot ze door te dringen, raken we van de ene diepte in de andere verzeild; het is ons onmogelijk geworden om ze tot op de bodem te doorgronden. Niets lijkt eenvoudiger dan bijv. het Onze Vader, de gelijkenissen en de Zaligsprekingen, maar in feite is niets ingewikkelder dan juist die woorden en vertellingen.
We hebben de vier ‘wel en wee’s’ gehoord, zoals Lukas die heeft opgetekend. De betekenis ervan lijken we niet te kunnen missen. De armen, degenen die nu honger lijden, degenen die nu treuren, degenen, die buitengesloten en bespot worden, worden allen gelukkig geprezen, gefeliciteerd bij wijze van spreken, omdat zij precies het tegenovergestelde mogen verwachten van wat hun situatie nu is. En de rijken, degenen die van alles hebben, degenen die lachen en die populair en gerespecteerd zijn, die worden beklaagd, omdat zij precies het tegendeel kunnen verwachten van wat zij nu hebben.
Er komen twee vragen op: wat wordt beloofd en aan wie wordt dat beloofd? Wat is dat Koninkrijk dat de armen zullen bezitten en wie zijn die armen, die dat zullen verkrijgen? En wie zijn de rijken tegen wie al dat wee wordt uitgeroepen en wat zal er dan met hen gebeuren?
Mattheüs probeert deze vragen te beantwoorden door te zeggen dat de armen de armen van geest zijn en dat degenen die honger hebben zij zijn, die hongeren naar de gerechtigheid. Dat degenen die treuren zij zijn, die dat doen vanwege de toestand in/van de wereld. Hun wordt het Koninkrijk der hemelen beloofd; zij mogen God in de geest zien en ontvangen de troost en de genade van Gods Rijk.
Is de interpretatie van Mattheüs juist? Of is Mattheüs ermee begonnen – en de officiële christelijke kerk(en) hebben hem hierin gevolgd – de Zaligsprekingen te vergeestelijken? Of heeft Lucas juist de Zaligsprekingen vervalst in een meer materiële richting, waarin hij gevolgd werd door vele sectarische en revolutionaire bewegingen? Men heeft beide standpunten verdedigd, maar zij zijn beide onjuist. Als we het juiste antwoord willen weten moeten we kijken naar hen tot wie Jezus sprak. Hij sprak tot twee soorten mensen.
De ene soort leefde met hun hart richting de komende wereld. Zij waren slecht aangepast aan de dingen, zoals die waren: zij leden aan de omstandigheden waarin zij leefden. Velen hadden geen bezit, leefden zonder zekerheden, waren hongerig en werden onderdrukt. In de Zaligsprekingen wordt eigenlijk geen onderscheid gemaakt tussen geestelijke en materiële behoeften en dus ook geen onderscheid tussen geestelijke en materiële vervulling ervan. De mensen tot wie Jezus sprak hadden beide nodig! De profeten hebben de boodschap van het Koninkrijk niet vergeestelijkt en Jezus deed dat evenmin. Ook hebben ze het niet zo begrepen en geïnterpreteerd dat zij zeiden, dat het Koninkrijk zou komen als het resultaat van een louter materiële revolutie.
Het Christendom articuleert de eenheid van lichaam en ziel. De Zaligsprekingen prijzen hen gelukkig, die voldaan zullen zijn in hun hele zijn.
Maar die andere soort mensen, tot wie Jezus sprak, zijn zij, die Hij het wee aanzegde. Hun relatie tot de huidige stand van zaken in de wereld was ongebroken. Zij leefden met hun hart in de dingen, zoals zij waren. Hun leven stond er goed voor, ze genoten aanzien, hadden macht en voelden zich zeker van hun zaak. In geestelijk en materieel opzicht was Jezus een bedreiging voor hen. Zij zaten vast aan deze tijd en zij zouden met deze tijd verdwijnen. Zij hadden geen schat daarbuiten.
De situatie van de mensen in Galilea, tot wie Jezus sprak, is nog steeds onze situatie. Het wee wordt vandaag uitgeroepen over al diegenen van ons, die goed af zijn, gerespecteerd zijn, zeker zijn van hun zaak, niet zozeer omdat zij zekerheid en respect hebben, maar omdat dit ons onvermijdellijk bindt, met een bijna onweerstaanbare kracht, aan deze eeuw, aan de dingen, zoals zij zijn. En de Zaligsprekingen worden vandaag toegezegd aan een ieder van ons, die zonder zekerheden en populariteit leven, die treuren met hart en ziel. Hun wordt dat niet beloofd, eenvoudigweg omdat we zoveel missen, maar omdat het feit alleen al van ons gebrek en ons verdriet ons hart weghaalt van de dingen, zoals zij zijn in de richting van de komende eeuw. De Zaligsprekingen verheerlijken de armen en die in narigheid zitten niet – als individu of als klasse – omdat men arm is. Het wee wordt niet uitgeroepen over de rijken  en de zelfverzekerden – als klasse of als individu - , omdat men rijk is. Als dat zo was geweest dan had Jezus aan de armen niet de omkering van hun situatie kunnen beloven. Hij prijst de armen voor zover ze in twee werelden leven, de huidige en de komende wereld. En Hij bedreigt de rijken voor zover zij maar in één wereld leven.
Dit brengt een enorme spanning in ons leven! We leven in twee orden, die elkaars tegengestelden zijn. De komende orde is een altijd komende, die deze orde doet beven, die ermee in gevecht is en die deze overwint en er ook telkens door overwonnen wordt. De komende orde staat altijd voor de deur. Maar men nooit zeggen: kijk, hier is het of daar! Men kan die nieuwe orde eigenlijk nooit grijpen. Maar men kan er wel zelf door gegrepen worden! En zodra men er door gegrepen is, dan is men rijk, zelfs wanneer men arm is in deze wereldorde. Zijn rijkdom bestaat eruit, dat hij deel heeft aan de komende orde, aan zijn moeizame doorbraak, soms overwinnend, dan weer verslagen. Hij is gezegend, hij kan zich verheugen en zelfs springen, wanneer hij zich alleen voelt of beschimpt, want zijn alleen-zijn behoort tot deze orde, maar hijzelf behoort tot de andere (orde)!
.
Hij/zij is een gezegende, terwijl degenen, die zijn/haar naam uitkotsen meelijwekkend zijn. Uit hun angst en wanhoop, hun haat jegens hem of haar, blijkt dat het wee, dat Jezus tot hen gericht heeft,  al werkelijkheid wordt. Zij verliezen de ene en enige orde die zij hebben; lichamelijk en geestelijk vallen zij a.h.w. uit elkaar. Misschien is het terecht om de catastrofe van onze huidige wereld te beschouwen als vervulling van het wee, dat Jezus richtte tegen de rijken, tegen degenen die overvloed hebben, de lachers, de zelfingenomen sociale orde. Maar als we dat geloven dan kunnen we er ook niet omheen te geloven, dat degenen die arm geworden zijn en hongerig en verdrietig en vervolgd temidden van deze catastrofe, dat juist zij het zijn in wie de andere orde zichtbaar aan het worden is. Zij verraden die orde misschien, maar zij worden wel als eersten genoemd. Alleen door de paradox van de Zaligsprekingen beginnen we te begrijpen, hoe ons leven en dat van de wereld in elkaar steekt.


Lees meer uit: Als de fundamenten gaan wankelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.