Het Nieuwe Zijn

 

Een tweede verzameling preken en toespraken van Paul Tillich voor studenten aan de theologische faculteit of seminarie in New York en New London.
Tillich spreekt in deze preek over de betekenis van “Woord van God” en de mogelijkheid en de onmogelijkheid van de communicatie (ervan). Ligt het aan de hoorder of aan de spreker, dat het Woord niet wordt verstaan? Of aan beiden? En wanneer horen wij het Woord van de HEER wel, en hoe dan?








Chapter 16: "Is There Any Word From the Lord?"

Uit: The New Being (preek nr. 16)

Is er ook een Woord van de HEER?

23 Ben ik alleen een God van dichtbij,
ben ik niet ook een God van ver? – spreekt de HEER.
24 Als iemand zich verbergt,
zou ik hem dan niet zien? – spreekt de HEER.
Ben ik niet overal,
in de hemel en op aarde? – spreekt de HEER.

25 Ik heb gehoord wat voor leugens die profeten in mijn naam verkondigen. Ze roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!” 26 Hoe lang nog zullen die leugenachtige profeten, die zichzelf een rad voor ogen draaien, doorgaan? 27 Hoe lang nog zijn ze eropuit om met de dromen die ze elkaar vertellen mijn volk mijn naam te laten vergeten, zoals hun voorouders mijn naam door Baäl zijn vergeten? 28 Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer.
Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER.
29 Is mijn woord niet als een vuur,
als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.
30 Ik zal ze straffen – spreekt de HEER –, ik zal ze straffen, die profeten die elkaar napraten 31 en steeds zo zelfverzekerd “spreekt de HEER” roepen;

JEREMIA 23:23-31
17 Op een dag liet koning Sedekia hem in het geheim naar zijn paleis brengen. Hij vroeg: ‘Is er ook een Woord van de HEER?’ ‘Ja,’ antwoordde Jeremia, ‘u zult worden uitgeleverd aan de koning van Babylonië.’

 

JEREMIA 37:17.
Is er ook een Woord van de Heer? Dit is een vraag, die door allerlei mensen in diverse perioden van de geschiedenis wordt gesteld. Het is gevraagd door koningen, wanneer  gevaar dreigde. En dan  vroegen zij het aan priesters en profeten. De vraag is gesteld door volken in alle tijden en overal ter wereld in tijden van onrust. Dan vroegen zij het aan buitengewone mannen en vrouwen, die dikwijls als abnormaal werden beschouwd, mensen die in extase konden zijn of hysterisch waren. Het is gevraagd door gewone mensen op momenten, waarop belangrijke persoonlijke beslissingen genomen moesten worden. Zij vroegen het dan vaak aan de Heilige Schrift, die hopelijk een bijzonder woord voor hen had, hetzij via heiligen of door middel van een innerlijke stem.
En hoe zit het met onszelf? Hebben wij dan zelf nooit om een woord van de Heer gevraagd? Ik weet wel, velen zullen hierop met een beslist “Nee” antwoorden. Zij zullen ons vertellen, dat zij altijd zelf beslissingen hebben genomen, door hun redelijk oordeelsvermogen te gebruiken, gebaseerd op ervaring, kennis en intelligentie. Zij kunnen ons daarmee onder de indruk brengen, zodat wij ons misschien wel een beetje schamen te bekennen, dat wij wel eens om een woord van de Heer hebben gevraagd. Maar laten we nog even met ons antwoord wachten, totdat we hebben uitgevonden wat deze woorden eigenlijk betekenen.
We moeten ons niet laten misleiden door de zinsnede “Woord van de HEER”. Het klinkt alsof we ons wenden tot een of andere hemelse autoriteit, nadat alle andere, inclusief de autoriteit van de rede, hebben gefaald. Het klinkt alsof we de Heer van de Voorzienigheid vragen om ons even een glimp te laten opvangen van wat Hij voor ons in petto heeft, zowel voor ons individueel als voor de geschiedenis. Maar zoiets wordt ons niet vergund. De antwoorden, die door zieners, extatici, boeken en innerlijke stemmen worden gegeven zijn meestal dubbelzinnig, voor meerdere interpretaties vatbaar, zodat we wel om een tweede goddelijk Woord zouden moeten vragen om de eerste te interpreteren, en zo tot in het oneindige voort. Of deze antwoorden zijn zo helder als glas en stemmen volledig overeen met de beste wijsheid die we reeds bezitten zonder zo’n Woord. Daarom herhaal ik nog eens: laten we ons niet laten misleiden door de frase “Woord van de HEER”.  Het is geen orakelwoord, dat ons zegt wat we moeten doen of hebben te verwachten. Maar wat is het dan wel?
Het gaat om de stem vanuit een andere dimensie dan die waarin we normaal gesproken leven. Het snijdt in in de dimensie der dingen en gebeurtenissen, die we onze wereld noemen. Het helpt ons niet om de dingen beter te regelen binnen deze dimensie dan daarvoor. Het voegt ook geen kennis toe over de factoren, die een situatie beinvloeden en het haalt ook onze verantwoordelijkheid niet weg ten aanzien van onze beslissingen. Het doet iets geheel anders. Het verheft de situatie waarin we moeten beslissen, tot het licht van een nieuwe dimensie, de dimensie van wat uiterst belangrijk is en oneindig betekenisvol en waarvoor wij het woord “goddelijk” gebruiken.
Zo was dat ook het geval met koning Zedekia en met de valse profeten, met wie Jeremia het te stellen had. De koning kwam in een hopeloze situatie naar Jeremia toe, een situatie waarin hij zichzelf en zijn volk had gebracht door schuld en afwijking en voorbijgaan aan de waarschuwingen van de profeet. In zijn onjuiste beslissingen werd hij gesteund door nationalistische politici, die zichzelf “profeten” noemden zonder dat zij een woord van God hadden ontvangen. Zij interpreteerden de situatie van Juda temidden van bedreigende machten niet in haar volle ernst. Zij misten realisme, wat een kwaliteit is van het echte profetisme. Zij waren niet bij machte om verder te kijken dan wat politiek mogelijk was en militair te berekenen.
En toen het onheil naderbij kwam zette dat Zedekia aan om wanhopig te trachten troost en hulp te zoeken bij de profeet. Maar hij kreeg het niet. Vanuit de gevangenis vertelt Jeremia het enige dat hij niet wil horen, namelijk: Je zult overgeleverd worden in de hand van de koning van Babel! God zal je niet redden! En de koning voelde het aan: zo is het! Hij trad niet hard op tegen de onheilsprofeet, zoals huidige dictators of nationalistische meutes zouden doen. Integendeel, hij hielp hem zelfs de ellendige gevangenis uit. Maar verder deed hij niets om de situatie te veranderen. Daar was het zowel politiek als psychologisch gezien te laat voor en de dreiging van de profeet, het woord dat hij van de HEER had ontvangen voor Zedekia, werd een verschrikkelijke werkelijkheid. Toch was het (niet) vergeefs gesproken. Sindsdien is het herinnerd, niet als een interessant historisch bericht, maar als een gebeurtnis, waarin door het eeuwige een ultieme betekenis  wordt gegeven  aan een historische catastrofe.
De vele woorden van de HEER, die opgetekend zijn in het OT hebben diezelfde kwaliteit. Het zijn geen beloftes van een almachtige heerser, die in de plaats komen van de politieke of militaire macht. Het zijn geen lessen, die overgebracht worden door een alwetende leraar, die in de plaats komen van helder inzicht. Het zijn geen adviezen van een hemelse raadgever, die intelligent menselijk oordeel vervangen. Maar het zijn manifestaties van iets ultiems, dat in onze werkelijkheid met al zijn voorlopige vragen en inzichten inbreekt. Het voegt niets toe aan onze situatie, maar het voegt een dimensie toe aan de dimensie, waarin we normaal (gesproken) leven. Het woord van de HEER is het woord, dat vanuit de diepte van onze situatie spreekt. Het is, zouden we kunnen zeggen, de diepste betekenis van de situatie, van iedere situatie, die in zulke woorden tot ons komt.
Het is dus de diepte van onze eigen situatie, die tot ons spreekt, wanneer we een word van de HEER ontvangen!
Laten we ons een uur voorstellen, waarin we een belangrijke beslissing moeten nemen. Dat kan de keuze betreffende een roeping zijn, of de keuze van een levenspartner. We kennen de meeste factoren, die onze beslissing bepalen en we weten hoe onze ziel werkt ten aanzien van deze factoren. Toch kunnen we niet beslissen. De angst voor het mogelijke maakt ons rusteloos. We zien één, twee, misschien meer mogelijkheden voor ons. Ja, we zijn ons bewust van een verontrustend aantal mogelijke consequenties, die iedere keuze met zich meebrengt. We vragen het aan vrienden, aan raadgevers; we gaan bij onszelf te rade. Maar de angst om te moeten beslissen neemt alleen maar toe. In ons hart groeit een verlangen, een verlangen naar iets dat ons bevrijdt van de angst voor het mogelijke en dat ons de moed geeft voor de realiteit. Dat is de vraag van onze tekst: Is er een woord van de HEER?
En misschien is er een antwoord gekomen. Maar dat was dan geen orakelwoord, die de juiste roeping aanwees, die men moest kiezen of de juiste man of vrouw, waar men verder door het leven zou gaan. Het was een stem uit de diepte van onze situatie, die onze concrete problemen plaatste in een ultiem perspectief. Daardoor werden wellicht sommige factoren, die onze beslissing bepaalden van minder waarde en heeft het andere juist extra gewicht gegeven. Of het liet de balans van mogelijkheden onveranderd,maar het heeft ons de moed gegeven om een beslissing te nemen met alle risico’s van een beslissing, inclusief fouten, mislukkingen of schuld. Het woord van de HEER, de stem uit de diepte van onze situatie, beeindigt de angst voor het mogelijke en geeft de moed om de werkelijkheid met haar twijfelachtige elementen te beamen.
Sommigen van u zullen wellicht zeggen: Als dit “woord van de HEER” betekent, hoe kan dat mij dan helpen op momenten, wanneer beslissingen moeten worden genomen? Maar zou u dan werkelijk willen, dat ik u zou vertellen waar u heen moest gaan om een orakel te raadplegen, dat u zou bevrijden van de last van het nemen van beslissingen? Zeker, het zwakke in u zou dat wel fijn vinden, maar het sterke in u zou het verwerpen! De HEER, aan wie u een woord ontleent, wil dat u zelf beslist! Hij biedt u niet een zekere weg aan. U kunt de verkeerde beslissing nemen. Maar als u zich te binnen brengt, dat in verhouding tot God de mens er altijd naast zit, dan kan het verkeerde toch nog goed worden. Indien u ten overstaan van het eeuwige een nederlaag riskeert, dan is zelfs in uw nederlaag het woord van de HEER tot u gekomen.
Laten we nu eens kijken naar een wat andere situatie, één waarin we niet een belangrijke beslissing hebben te nemen, waarin de kleine beslissingen die we dagelijks hebben te nemen ons niet veel zorgen baren. Er zijn geen concrete bedreigingen van ons leven en onze welstand, er is geen deprimerend schuldgevoel of wanhoop jegens onszelf. Er is geen hartverscheurende twijfel of ondraaglijke leegte. Er is dus, kortom,  geen sprake van een extreme situatie. Betekent dit, dat er dan ook  geen verlangen is om te vragen om een woord van de HEER? Zijn situaties, die niet extreem zijn, uitgesloten van het  woord uit de dimensie van het eeuwige? Is God stil, als de grond van ons bestaan niet wankelt? Een lastige vraag, die op vele manieren wordt beantwoord. Hoe zouden wij er op antwoorden? Ik zal nooit vergeten, wat een wijze oude man tegen mijn grootvader zei, toen ik nog een kind was: “Ik heb iemand nodig, die ik kan bedanken, wanneer mij een grote vreugde ten deel gevallen is!” Kunnen wij deze ervaring meemaken? Herinneren we ons zulke momenten, waarin het eeuwige zich liet voelen door de overvloed of de grootheid van de schoonheid van het tijdelijke?
Ik geloof dat niemand van ons helemaal zonder dit soort ervaringen is. Maar zeiden we niet, dat een woord van de HEER is als de insnijding van het eeuwige in het tijdelijke? Zeker, dat is het! Dat het in het tijdelijk insnijdt wil niet zeggen dat het dat dan ontkent. Dat kan het wel betekenen, en dat betekent het (soms), wanneer we in een ultieme situatie gedreven worden. In ieders leven komen zulke situaties voor, ja zij komen vaak voor in de tragische geschiedenis van de mens. Maar het eeuwige kan ook insnijden in het tijdelijke door het te bevestigen, door een element uit de gewone context van dingen en gebeurtenissen te verheffen en het transparant te maken voor de glorie van God. Zonder zulke momenten zou het leven arm en droevig zijn; er zouden ook geen scheppingen zijn, waarin de grootheid van het leven wordt uitgedrukt. Maar die bestaat en het eeuwige schijnt er doorheen; ze kunnen een woord van de HEER tot ons worden!
Maar sommigen van u denken wellicht nog: dit kan allemaal zo zijn, zoals u zegt, maar het blijft vreemd voor ons. Noch in ultieme situaties noch op momenten van grote verhevenheid heeft het eeuwige ingesneden in ons tijdelijk bestaan. We hebben nog nooit een woord van de HEER ontvangen. Maar, misschien hebt u het niet gehoord, want het is zeker tot u gesproken. Want er is altijd een woord van de HEER, een woord dat gesproken is. Het probleem van de mens is niet, dat de HEER niet tegen hem spreekt: God spreekt tot iedereen, die een menselijk gelaat heeft (een ontmoetingsmogelijkheid), want dat maakt iemand tot mens. Iemand die niet in staat is iets ultiems te ervaren, iets oneindig belangrijks, is geen mens. Een mens is mens omdat hij in staat is een woord te ontvangen vanuit de dimensie van het eeuwige.
Het probleem is niet, dat de mensheid geen enkel word van de HEER heeft ontvangen, maar dat het is ontvangen en weerstaan en vervormd. Dat is ons aller verlegenheid. Het menselijk bestaan is nooit zonder dat wat verticaal inbreekt. De mens is nooit zonder een manifestatie van wat ultiem ernstig en oneindig betekenisvol is. Hij is nooit zonder een woord van de HEER en hij houdt nooit op om het te weerstaan en te vervormen, zowel wanneer hij het moet horen, als wanneer hij het moet zeggen.
Iedere christen, en zeker iedere dominee, zou zich dat bewust moeten zijn: wij weerstaan en vervormen het woord van de HEER niet alleen wanneer we het horen, maar ook als wij het spreken/zeggen. Wanneer we vragen waarom onze boodschap van het Woord van God wordt afgewezen, ontdekken we vaak, dat men niet dat afwijst, waarvoor wij staan, maar dat men de manier, waarop we ervoor staan, afwijst. Velen die het woord van God afwijzen wijzen het af, omdat de manier waarop wij het zeggen volkomen betekenisloos voor hen is. Zij kennen de dimensie van het eeuwige wel, maar ze kunnen de namen die wij er voor hebben niet accepteren . Als wij aansluiten bij hun woorden, zouden we er aan kunnen twijfelen of zij wel een woord  van de HEER  hebben ontvangen. Als wij hen als persoon ontmoeten weten we zeker, dat zij dat inderdaad hebben ontvangen!

Er is altijd een woord van de HEER, een woord dat is gesproken. De christelijke kerk gelooft dat dit woord een centrale inhoud heeft, namelijk de naam van Jezus de Christus. Daarom noemt de kerk niet zijn woorden het woord van God, maar zijn bestaan. De kerk gelooft dat in zijn bestaan het eeuwige heeft ingebroken in het tijdelijke op een wijze die ons eens en voor altijd een woord geeft, ja het woord van de HEER. Zij gelooft dat welk woord van de HEER ook in de hele geschiedenis en in iedere individuele leven is gezegd, dat dat woord in dit Woord is gevat. Dat zijn geen woorden, maar een werkelijkheid, een nieuwe werkelijkheid, de werkelijkheid van het eeuwige in het tijdelijke, die de weerstand en de vervorming van het tijdelijke overwint.
Dus we hebben niet een, maar het woord van de HEER? Als christenen kunnen we erop pochen, dat wij het hebben? Echt? Ontvingen wij de boodschap dan niet door mensen en waren wij het niet, mensen, die het hoorden? Betekent dat niet, dat de boodschap, terwijl zij door de mond van hen, die het spraken en door de oren van ons, die het hoorden, haar kracht verloor om in onze wereld en in onze ziel in te snijden?
Zij die het Woord spraken – de kerk en haar dienaren in alle tijden – maakten er iets wettisch en traditioneels van, iets van gewoonte en conventie. Zij maakten er iets van, dat we wisten, geloofden en trachtten op te volgen. Het snijdt in het geheel niet meer in in onze gewone wereld. Het is een deel van onze gewone wereld geworden. Zoals de profeten, met wie Jeremia in onze tekst overhoop ligt, zo hebben de dienaars van het Woord opgehouden te vragen en te schreeuwen om een woord van de HEER. Ze beweren het te bezitten, maar aangezien het woord van God nooit een bezit kan worden, zijn de woorden die zij spreken geen woord van de HEER. We hebben het (te) ontvangen!
Maar zoals het is vervormd in de mond van de predikers, zo is het (ook) weerstaan in de oren van de luisteraars, d.w.z. in die van ons allen. We horen het, maar we kunnen het niet bevatten. Als christenen verwerpen we het niet, maar het heeft zijn stem verloren, de stem waarmee Jahweh sprak in het hart van de profeten, de stem waarmee de Geest sprak in het hart van de discipelen. We horen woorden, die vroeger gesproken zijn. Maar we voelen niet (aan), dat zij spreken tot onze situatie en vanuit de diepte van onze situatie. Ze kunnen zelfs kwellende twijfels voortbrengen en ons aanzetten hartstochtelijk te vragen om een woord van de HEER tegen wat we ontvangen hebben als het Woord van God, in de Bijbel en de kerk.
Want er is geen word van de Heer dan het woord dat NU gesproken wordt. Hoe kunnen we zo’n woord, dat nu en tot ons gesproken wordt, krijgen?
Daar is maar één antwoord op: door onszelf open te stellen, wanneer het tot ons komt! Dat is niet zo gemakkelijk, want we proberen het te weerstaan en als het ons te sterk is dan proberen we het te weerleggen. We kunnen in een situatie zitten, waaruit we onszelf niet kunnen bevrijden. Daar is het dan te laat voor. Dan komt het woord van de HEER als een oordeelswoord en we kunnen dat niet aanvaarden. Of het woord dat tot ons komt vraagt om radicale veranderingen in onze leef- en denkwijze. Maar dat kunnen we niet bereiken en we zakken terug in onze gewoontes van goed en kwaad, van juist en onjuist. Of we zijn in twijfel, schuld en wanhoop verstrikt en dan komt het woord tot ons en vertelt ons, dat we Ja tegen onszelf kunnen zeggen, omdat een eeuwig Ja is tegen en over ons gezegd. Maar we weerstaan het woord, dat  moed van ons vraagt om Ja te zeggen tegen onszelf , omdat we te veel houden van onze twijfel, schuld of wanhoop.
Het is niet zo gemakkelijk om je open te stellen voor een word van de HEER. En niemand kan het gemakkelijker voor ons maken door ons de richting te geven waarin wij moeten luisteren. Er kan geen vaste plaats genoemd  worden, niet in onze religieuze traditie of op bijzondere plaatsen van onze cultuur, of in de diepte van onze ziel. Maar, begrijp me goed! Er is geen enkele plaats uitgesloten van waaruit een woord van de HEER met ons kan communiceren. Het is altijd aanwezig en tracht altijd door ons te worden gevat. Het is zoals lucht, die ons omringt, alomtegenwoordig, die iedere lege ruimte probeert in te gaan. Het is de lege ruimte in onze ziel, die het hier en nu probeert binnen te gaan. Daarom is de laatste vraag: is er een lege ruimte in jouw ziel?
Of is alles (op)gevuld met wat voorbijgaand, voorlopig, uiteindelijke onbetekenend is, hoe belangrijk het ook probeert te zijn. Zonder een ziel, die er voor openstaat, kan geen woord van de HEER ontvangen worden. Luisteren met een open ziel, een lege plaats in ons innerlijke leven openhouden, ons spirituele horen aanscherpen: dat is het enige dat wij kunnen doen. Maar dat is al veel…en gezegend zijn zij, wier gedachten en harten open staan!
Laten wij daarom onze oren en ons hart openhouden en vragen met grote ernst en passie: Is er soms een woord van de HEER, een woord voor mij, hier en nu, een woord voor onze wereld in dit tijdsgewricht? Het is er, het wil tot je komen. Sta er voor open!

 

Lees meer uit: Het Nieuwe Zijn

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.