Het Eeuwige Nu

 

HOOFDSTUK 2: Vergeten en vergeten worden

 

Er is één ding, dat ik wil doen en dat is: vergeten wat achter (mij) ligt en mij uitstrekken naar hetgeen vóór mij ligt.
Filipp. 3: 13

Deze zeer persoonlijke woorden van Paulus duiken zomaar op in één van zijn meest persoonlijke brieven en wij vragen ons af: wat was het, dat hij wilde vergeten? En: wat vergeten wij zelf en wat herinneren wij ons? Wat is de functie van het vergeten in ons leven en welke plaats neemt het vergeten in in het geheel van het universum? En vooral: wat zouden we ons moeten herinneren en wat kunnen we beter vergeten?
Maar door deze vragen op te werpen, schiet mij nog een andere vraag te binnen, die nog verontrustender is, namelijk wat betekent het voor iets, voor een wezen om vergeten te worden? Wat betekent het voor ons, wanneer wij ten dele of zelfs helemaal vergeten worden, hetzij gedurende een bepaalde periode of zelfs ons leven lang? Wat doet de gedachte met ons, dat wij voor eeuwig vergeten kunnen worden? Kunnen wij de woorden van de Prediker verdragen, wanneer hij over de doden opmerkt, dat “hun herinnering dood is”, dat zij voorgoed vergeten zijn, “met al hun liefde en hun haat” en volgens een Psalm is het zo, dat men zijn (stand)plaats niet meer kent!
Alleen al het eenvoudige woordje “vergeten” doet ons wegzinken in diepe raadsels, die samenhangen met leven en dood, tijd en eeuwigheid. De Bijbel staat er vol van. Immers, vergeten en herinneren zijn twee heel bijzondere, opmerkelijke kwaliteiten, waardoor het beeld van God in de mens zichtbaar wordt. Ik nodig u uit om samen met mij na te denken over het mysterie van het vergeten en het zich herinneren en ook van het vergeten worden, ook al weten we van tevoren, dat onze woorden ontoereikend zullen zijn, terwijl ook  onze inzichten en onze moed te beperkt zullen zijn om zo’n mysterie in het oog te vatten. Laten we eerst eens overwegen wat vergeten en zich herinneren inhouden en daarna bezien wat vergeten worden en misschien tenslotte ook nog herinnerd worden betekenen.

I
Het leven zou geen voortgang kunnen hebben, als we het verleden niet zouden kunnen terugduwen naar het verleden, want op die manier bevrijden we het heden van de last van het verleden. Als we dat niet zouden kunnen, zou het leven zonder toekomst zijn; het zou door het verleden gegijzeld zijn. Er zou dan helemaal niets  kunnen gebeuren en er zou zelfs niets ouds zijn, want wat nu oud is was eens nieuw; er zou eigenlijk niets tot stand kunnen komen. Als we het verleden niet tot verleden konden maken zou het leven eigenlijk onmogelijk zijn. Maar het leven heeft die mogelijkheid wel, zoals we duidelijk kunnen zien in de groei van iedere plant en van ieder dier. De eerdere fasen in de ontwikkeling van een levend wezen worden achtergelaten om ruimte te maken voor de toekomstige, ja voor een nieuw leven!
Maar niet alles van het verleden wordt terugverwezen naar het verleden; sommige dingen van het verleden blijven springlevend in het heden bestaan, zodat er zich een bodem vormt, waarop men naar de toekomst kan toegroeien. Iedere groei laat zien, dat zij het verleden heeft overwonnen, al is het soms in de vorm van littekens. Het leven maakt gebruik van zijn verleden en strijdt er tegelijkertijd  ook tegen om zo in de richting van zijn eigen vernieuwing te gaan. In dit opzicht is de mens één met alle wezens: dit is echt een universele karaktertrek van alle leven, of dat levende wezen zich dat bewust is of niet.
Echter, alleen de mens kan zich er ten volle van bewust zijn. Hij bewaart het verleden door het zich te herinneren en hij duwt het weg door het te vergeten. Op die manier groeit ieder kind op, zowel in fysiek als in geestelijk opzicht. Het neemt ‘dingen’ mee en laat ook dingen achter. Het herinnert zich van alles en nog wat , maar vergeet ook bepaalde dingen. Bij een gezonde ontwikkeling is er sprake van een evenwicht tussen die beide en dat stelt hem/haar in staat om op weg te gaan naar het nieuwe. Maar wanneer te veel wordt bewaard en te weinig wordt vergeten, dan wordt de weg geblokkeerd: dan is het verleden met zijn invloeden en herinneringen uit de kindertijd sterker dan de toekomst. We weten, dat dit kan plaatsvinden en dat daardoor ons innerlijke leven stagneert.
We ontdekken dan bijvoorbeeld restanten uit onze kindertijd, die we nog nooit naar het verleden verwezen hadden, waar ze wel thuishoren. Dat beperkt onze vrijheid enorm  en het versmalt ons pad naar de toekomst. Het kan zelfs een groeistoornis veroorzaken. Denk bijv. aan het voortzetten  van gewoonten uit onze kindertijd, dingen die we gewend zijn te doen of te zeggen; of onze behoefte om ons terug te trekken, toen we een jongeman of een meisje waren en dat we gewend zijn om agressief reageren; onze eerste beelden van onszelf en van onze wereld, die vaak ver afstaan van de echte werkelijkheid; ongefundeerde angsten en dwaze verlangens, een nog ongeschokte afhankelijkheid van autoriteiten uit onze jeugd, zoals bijv. onze vader of moeder; en onze steevaste vooroordelen, die geen enkel verband hebben met de huidige fase, waarin wij ons bevinden. Er waren vast wel momenten in het verleden om dingen achter ons te laten, maar we misten de kracht ervoor; we vergaten wat tot de vergetelheid behoorde. Kortom, we vergaten te vergeten en nu denken we, dat het daar te laat voor is.
Er zijn naties of landen geweest, die niet in staat waren om iets van hun erfgoed weg te zetten in het verleden en zo sneden zij zichzelf af van de mogelijkheid om verder te groeien, totdat het gewicht van het verleden zo zwaar op het heden begon te drukken, dat men er bijna onderdoor ging. En soms zouden we ons wel eens mogen afvragen of ook de christelijke kerk – maar dat geldt ook voor andere godsdiensten – niet teveel uit het verleden heeft meegesjouwd en te weinig heeft achtergelaten. Vergeten is voor een godsdienstige traditie blijkbaar veel moeilijker dan voor enige andere erflater. Immers, God staat niet alleen aan het begin, waar we vandaan komen, maar Hij staat ook aan het einde, waar we heen gaan. Hij is net zo goed de Schepper van iets nieuws, als ook “de Oude van dagen”. Aan al zijn schepselen heeft hij het heden gegeven en het heden, dat weliswaar op het verleden rust, streeft naar de toekomst.
Daarom heeft alle leven de gave van het vergeten ontvangen. Een kerk die deze gave niet aanvaardt ontkent, dat zij een schepsel is en valt – en dat geldt voor iedere kerk -  in de verleiding om zichzelf tot God te verheffen. Natuurlijk mag geen enkele kerk, natie of persoon ooit zijn of haar eigen identiteit vergeten. Ons wordt niet gevraagd onze naam te vergeten, het symbool van ons eigen ik. En zo wordt van de kerk zeker niet geëist om haar fundament te vergeten. Maar als zij niet in staat is om veel van wat op dat fundament gebouwd is, achter zich te laten, dan verliest zij haar toekomst!
Maar alle leven, ook het menselijke, laat niet alleen dingen achter zich, het bewaart ook het een en ander. Het vergeet niet alleen e.e.a., maar herinnert zich ook bepaalde dingen. Het onvermogen zich te herinneren is even verwoestend als het onvermogen  om te vergeten. Een oude boom laat al zien, dat haar levenskracht, die aanwezig was in het oorspronkelijke zaad, niet alleen de huidige vorm heeft bepaald, maar dat die kracht ook nog steeds werkzaam is. Een dier zou werkelijk omkomen, als het zijn aanpassingen aan het leven, die het vanaf het eerste begin geleerd heeft, zou vergeten. Dat geldt ook voor de mens,  toen hij een  kind was en ook in zijn latere groei, zowel lichamelijk als geestelijk. De herinnering aan vroeger zorgt ervoor, dat men de identiteit met zichzelf als menselijk wezen behoudt. Anders zou men zichzelf helemaal verliezen en ditzelfde geldt voor alle sociale groepen. Een vormeloos vooruitsnellen, waarbij men de wortels in het verleden rűcksichtslos doorsnijdt, leidt onherroepelijk tot leegte, het ontbreekt dan aan ‘heden’ en dus ook aan ‘toekomst’. Zo zijn er kerken, die in hun verlangen tot vergeten, de herinnering aan hun wortels zijn kwijtgeraakt. Ook zijn er naties, die zichzelf hebben losgesneden van hun tradities.
Misschien is één van de meest verontrustende voorbeelden daarvan wel onze eigen natie. Zij heeft wel een oceaan aan drugs gebruikt om de bronnen van haar  eigen beschaving te vergeten, namelijk Jeruzalem en Athene. Ik spreek hier niet over de kennis van het verleden bij geleerden en op scholen e.d., want die is er wel degelijk is, maar ik bedoel vooral, dat de creatieve power van het verleden nauwelijks wordt aangewend om deze natie voorwaarts te stuwen, de toekomst tegemoet. Meer dan andere naties bezit onze natie het ongekende vermogen om te kunnen en te willen vergeten. Maar dit vermogen is niet in balans met het vermogen om te herinneren en dit feit kan ons nog wel eens opbreken, zowel in spiritueel als in politiek opzicht. Want als we onze identiteit verliezen,  dan zijn we verloren!

II
We hebben erbij stilgestaan, dat vergeten een manier is om het leven in de richting van zelfvernieuwing te stuwen. Maar de klemmende vraag is dan wel, wat we zullen vergeten en hoe doen we dat dan? Wat wilde Paulus eigenlijk vergeten, toen hij streefde naar wat vóór hem lag? Ongetwijfeld verlangde hij ernaar om zijn verleden als farizeeër en vervolger van de christenen te vergeten. Maar uit ieder woord van zijn brieven blijkt dat het voor hem onmogelijk was dat ooit te vergeten.
Er schijnen meerdere soorten van ‘vergeten’ te bestaan.  Het is bijvoorbeeld heel natuurlijk om de dingen van gisteren en wat er die dag gebeurde te vergeten. Als we ze nog weten, dan zijn het ook maar een paar dingen, die we ons nog herinneren. Maar langzaam verdwijnen ze ook uit ons geheugen. De hele dag verdwijnt en alleen wat werkelijk van betekenis was zullen we ons blijven herinneren. De meeste van onze levensdagen verdwijnen in vergetelheid. Dit is het natuurlijke proces van vergeten dat zonder ons medewerken plaatsvindt, zoals bijv. ook onze bloedsomloop.
Maar er is ook nog een ander aspect, dat met ‘vergeten’ te maken heeft en dat kennen we allemaal. Er is iets in ons, dat ons verhindert om het te blijven herinneren, want de herinnering  is te moeilijk en te pijnlijk voor ons.  Zo gebeurt het wel, dat wij gunsten vergeten, omdat we dankbaarheid tonen moeilijk vinden. We vergeten vroegere liefdes, omdat we de verplichtingen, die dat met zich meebrengt, te lastig en te zwaar vinden. We vergeten vroeger ervaren haat, omdat het koesteren ervan ons gemoed alleen maar zal verwarren. We vergeten vroegere pijn liever, omdat het nog steeds te pijnlijk is. We vergeten vroegere schuld, omdat we de angel ervan niet kunnen verdragen.
Dit soort vergeten is niet hetzelfde als het gewone, dagelijkse vergeten. Want dit vergeten vraagt wel om onze medewerking. We onderdrukken, waar we niet tegen kunnen. We vergeten het door het diep in ons te begraven. Het gewone vergeten bevrijdt ons van onnoemlijk veel kleine dingetjes, die bij het gewone leven horen. Vergeten door verdringing bevrijdt ons echter niet, maar lijkt ons alleen maar af te schermen van wat ons doet lijden. Het helpt ons echter niet echt, want de herinnering wordt in onszelf begraven en heeft invloed op iedere fase in onze groei. En soms breekt het zomaar ineens los vanuit die gevangenis en verwondt het ons regelrecht en dat is pijnlijk.
En dan komen we nu bij het ‘vergeten’ waar Paulus het overheeft. Dat bevrijdt ons niet van de herinnering aan vroegere schuld, maar wel van de pijn, die ermee gepaard gaat. De goede, oude naam voor dit soort vergeten is berouw. Tegenwoordig wordt berouw al gauw geassocieerd met een min of meer pijnlijke, maar ook wel prettige emotionele concentratie op iemands schuld, maar dat is iets anders dan bevrijdende vergetelheid. Maar oorspronkelijk heeft berouw te maken met een ommekeer, waarbij men de verkeerde weg verliet en men zich op de goede begaf. Het houdt in, dat men het besef en de pijn van de schuld naar het verleden verwijst, niet door het weg te drukken, maar door het juist te erkennen en door het woord van aanvaarding, desondanks,  te ontvangen. Als we berouw kunnen hebben, kunnen we ook vergeten, niet omdat de vergeten daad onbelangrijk was, en ook niet omdat we wegduwen wat we niet kunnen verdragen, nee, maar omdat we onze schuld hebben erkend en er nu ook mee kunnen leven. Want die is voor eeuwig vergeten! Zó vergat Paulus wat achter hem lag, hoewel het hem altijd bijbleef.
Dit soort ‘vergeten’ is beslissend voor onze persoonlijke relaties, want deze kunnen niet bestaan als we niet steeds stilzwijgend zouden vergeven, telkens weer. Je kunt alleen maar vergeven, als je je kunt herinneren. En daaruit komt het ‘vergeten’ voort en dat is niet het natuurlijke vergeten, zoals bijv. vergeten welk weer het gisteren was, maar hier gaat het om iets groters, namelijk een ‘desondanks’, dat zegt: “Ik vergeet het, hoewel ik het mij herinner”. Menselijke verhoudingen zouden niet op een gezonde manier kunnen voortbestaan, als dit soort ‘vergeten’ niet bestond. Ik heb het nu niet over die plechtige daad van het vragen om en het geven van vergeving. Zulke rituelen, die soms plaatsvinden tussen ouders en kinderen, tussen vrienden of tussen man en vrouw, zijn vaak handelingen, waaruit aan de ene kant morele hoogmoed  spreekt, terwijl aan de andere kant er sprake is van een geforceerde vernedering. Ik heb het echter over de voort-durende bereidheid om de ander, die ons gekwetst heeft, te aanvaarden. Zulk vergeven is de hoogste vorm van vergeten, hoewel het hier niet om vergetelheid gaat. Het struikelblok dat de ander pijn gedaan heeft wordt naar het verleden verwezen en zo kan er iets nieuws in de verhouding tussen (deze) twee mensen ontstaan.
Vergeten ondanks de herinnering, dat is vergeving. We kunnen alleen maar leven dankzij het feit, dat onze schuld is vergeven en dus voor eeuwig vergeten wordt. We kunnen ook alleen maar liefhebben, wanneer we in staat zijn te vergeven en wanneer we weten, dat ook ons vergeven wordt.

III
Paulus richt zich op wat vóór hem ligt. En wat ligt er dan vóór hem? Als we deze vraag stellen brengt ons dat meteen bij een ander soort ‘vergeten’,  namelijk het vergeten dat we eens vergeten zullen zijn. Die gedachte kunnen we eigenlijk niet verdragen en daarom verdringen we die ook steeds. De wereldliteratuur bevat een overvloed aan verhalen, waarin zowel koningen als bedelaars eraan herinnerd worden, dat zij moeten sterven. De mens kan het vooruitzicht op de dood moeilijk aan en daarom verdringt hij die gedachte ook. Maar deze verdringing kan de altijd aanwezige angst in ons niet uitbannen en er zijn momenten in ieders leven, waarop blijkt dat die verdringing volstrekt niet werkt.
We stellen onszelf dus de vraag: zal er een tijd komen, waarin we voor altijd vergeten zullen zijn? De angst om te moeten sterven is toch vooral de angst dat men zal worden vergeten, zowel nu als voor eeuwig. Ieder levend wezen verzet zich ertegen om naar het verleden verwezen te worden zonder dat er een nieuw heden is. Een krachtig symbool, waaruit deze staat van vergeten worden blijkt is het begraven worden. De begrafenis betekent in feite dat men verwijderd wordt uit het bewustzijn, het is een totale verwijdering van het aardoppervlak. Daarom geven de woorden in de geloofsbelijdenis dat Jezus “begraven werd” een extra dimensie en diepgang aan de betekenis van zijn wederopstanding.
Het is een tamelijk oppervlakkige kijk op de angst voor de dood, wanneer men ervan uitgaat  dat deze angst hetzelfde is als de vrees voor het proces van het eigenlijke sterven.  Dat kan inderdaad huiverigwekkend zijn, maar anderzijds kan het soms ook heel gemakkelijk gaan. Nee, de diepste angst die men heeft voor het sterven heeft te maken met de angst om voor eeuwig vergeten te worden.
De mens heeft deze gedachte eigenlijk nooit kunnen verdragen. De Grieken gaven al uitdrukking aan hun verzet ertegen door te spreken over ‘roem’ als de beste optie om niet vergeten te worden. Vandaag de dag zouden we dat ‘historische betekenis’ noemen. Als het maar even mogelijk is, bouwt men zijn (eigen) gedachtenisruimte en herinneringsplek. Het is immers vertroostend om te denken, dat we nog een tijdje in herinnering zullen blijven, ook na onze dood, niet alleen door degenen die ons liefhadden, haatten of bewonderden, maar zelfs ook door degenen, die ons nooit gekend hebben, behalve dan nu van naam. Zo worden sommige namen eeuwenlang in de herinnering gehouden. Er klinkt hoop in door, wanneer de dichter trots vaststelt, dat “de afdrukken van zijn aardse dagen in eeuwen niet uitgewist kunnen worden”. Maar deze ‘voetstappen’, die ongetwijfeld nog in deze aardse wereld bestaan, dat zijn we toch niet zelf en ze dragen ook niet onze naam. Dat kan dus niet voorkomen, dat we toch vergeten worden.
Is er dan niets, dat kan verhinderen dat wij vergeten worden? Wel, het is dit, dat wij gekend zijn van eeuwigheid en tot in eeuwigheid herinnerd zullen worden. Dat is de enige zekerheid die ons kan bevrijden van de huiver om voor altijd vergeten te worden. We kunnen niet vergeten worden omdat we ‘eeuwig’ gekend zijn, over het verleden en de toekomst heen.
Maar al is het zo, dat wij niet vergeten kunnen worden, het is wel mogelijk, dat wij onszelf vergeten, namelijk ons ware zijn, datgene van ons dat eeuwig gekend is en eeuwig herinnerd zal worden. Van de meeste dingen die we ieder uur meemaken is het uiteindelijk niet zo belangrijk of wij ze zullen vergeten of zullen herinneren. Maar het is oneindig belangrijk dat we niet onszelf vergeten, dit individuele wezen, dat niet herhaald zal worden, uniek is, eeuwig kostbaar en dat ons in handen gegeven is. Helaas kan het gebeuren, dat het dan mis(be)handeld wordt, over het hoofd gezien of in boeien geslagen wordt. Maar dan, op een goed moment, als we het ons te binnen brengen, worden we ons ervan bewust dat we een oneindige betekenis hebben, en we realiseren ons, dat we reeds in het verleden gekend zijn (geweest) en dat we ook in de toekomst niet vergeten zullen zijn. Want de waarheid van ons  wezen, wie wij zijn, is geworteld in de grond van het Zijn, waaruit het voortkomt en waarnaar het terugkeert.
Niets wat werkelijk echt is zal voor eeuwig vergeten (kunnen) worden, want alles wat werkelijk is komt uit de eeuwigheid en gaat naar de eeuwigheid. En nu spreek ik in het bijzonder over iedere individueel mens, maar niet alleen over hem/haar. Het geldt eigenlijk voor alles in het universum: het zal gekend zijn en blijven en uiteindelijk zal niets dat werkelijk bestaat vergeten worden. De atoom, die vandaag voortsnelt langs onmetelijke paden en de atoom, die zich voortbewoog in een onnavolgbare baan miljarden jaren geleden, ze zijn geworteld in de eeuwige Grond. Er is geen absoluut, geen volledig vergeten verleden mogelijk, want het verleden is, evenals de toekomst, gegrond in het leven van God. En daarom wordt niets naar het verleden terugverwezen. Niets wat werkelijk is zal in absolute zin ooit verloren zijn of zelfs maar vergeten worden.
Samen met alles wat werkelijk is maken we namelijk deel uit van het leven van God. Alleen wat niet echt, wat niet werkelijk is – in onszelf en om ons heen –  dat wordt voorgoed naar het verleden verwezen. Dat wordt bedoeld met “het laatste oordeel”, namelijk de scheiding  in ons, ja in alles: dat wat waar(devol) en blijvend is zal gescheiden worden van wat voorbijgaand en leeg was en geen werkelijkheid bezat. Wijzelf zullen nooit vergeten worden, maar veel in ons waar we van hielden en naar verlangden kan wel voor eeuwig vergeten zijn of worden. Zo’n oordeel vindt op ieder moment in ons leven plaats, maar dit proces is tijdens ons leven voor ons verborgen, maar het zal voor ons oplichten in de eeuwigheid. Laten we daarom nu al datgene naar het verleden verwijzen en vergeten wat voor eeuwig vergeten moet worden en laten we ons vooruit bewegen in de richting van wat ons ware zijn uitmaakt en wat daarom in eeuwigheid nooit verloren zal gaan.

 

Lees meer uit: Het Eeuwige Nu

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.