Samenvatting van ‘Systematic Theology’ Volume I

 

Te vinden op: http://people.bu.edu/wwildman/bce/tillich.htm

 

Christelijke Theologie

De theologie van Tillich is een christelijke theologie. Dat staat als een paal boven water. Tillich is van mening, dat de christelijke theologie ontstaan is om in te gaan op de vragen van(uit) de kerk. De waarheid van de christelijke boodschap verkondigen enerzijds en de waarheid voor de nieuwe generatie(s) vertolken, dat zijn de twee apologetische manieren voor de kerk om in te gaan op de vragen, die voortkomen uit de situatie waarin de kerk verkeert. “Theologie is de methodische interpretatie van de inhoud van het christelijk geloof” (SyTh, 15). Het beantwoorden van zulke naar voren komende vragen met en vanuit de christelijke boodschap (het Evangelie), dat is het werk van de christelijke theoloog. Antwoord geven in/op de gegeven situatie is kenmerkend voor het theologisch werk van Tillich, waarin men de ‘creatieve interpretatie van onze existentie’ kan vinden.

Inderdaad is het de situatie die bepaalde (en) verschillende vragen oproept over de menselijke existentie en het is de christelijke theologie, die op basis van het Evangelie, deze vragen wil beantwoorden. Tillich’s theologie kunnen we dus beschouwen als een apolegtische theologie, maar wel gebaseerd op de kerygmatische (theologie). Zo moet duidelijk vastgesteld worden, dat Tillich’s systematische theologie te typeren is als een theologie van de synthese van twee polen (nl. de apologetische en de kyrugmatische theologie) en die staat in het spanningsveld van iedere existentiële situatie. Deze existentiële benadering van de theologie is zeer kenmerkend voor het denken van Tillich. Het nauwkeurig onderzoek van de menselijke situatie is de eerste stap voor de theoloog om te komen tot een antwoord op de existentiële vragen van de mens.

Volgens Tillich moet iedere theologie aan twee criteria voldoen, namelijk “het object van de theologie is dat wat ons ten diepste aangaat” (SyTh, 12) en “wat ons ten diepste aangaat bepaalt ons zijn of niet-zijn” (SyTh, 14). M.a.w. het doel van de theologie is om wat ons ten diepste aangaat en over ons zijn en niet-zijn beslist uit te leggen.

De christelijke manier van uitleggen van wat ons ten diepste aangaat moet worden afgeleid uit het Evangelie, en dat omvat de Bijbel, de kerkgeschiedenis en de geschiedenis van de religie en de cultuur. Die kunnen allemaal als bronnen voor de systematische theologie gelden. Toch is het de religieuze ervaring, die als middel geldt, waardoor deze bronnen tot ons spreken. Deze ervaring beschouwt Tillich als een ‘middel’, zij is niet de bron zelf, maar zij is het

waardoor de bronnen tot ons komen. Behalve deze bronnen en open ervaringen moet er ook gezocht worden naar een norm voor de christelijke systematische theologie, die nodig is om de theoloog te gidsen.

De norm waaraan de bronnen en het middel onderworpen zijn moet worden afgeleid uit de Jezus-de-Christus-gebeurtenis. Voor Tillich is deze norm het “Nieuwe Zijn in Jezus als de Christus” (SyTh, 50). Zo is het “Nieuwe Zijn in Jezus als de Christus” niet alleen het voorwerp/object van de theologie, maar dit bepaalt ook wat ons ten diepste aangaat, ons zijn of niet-zijn. Dus de ‘correlatie-methode’ wordt door Tillich zelf als een middel gebruikt om vragen en antwoorden, situaties en boodschap, menselijke existentie en goddelijke openbaring aan elkaar te linken.

Zoals Tillich zelf zegt: “de methode van de correlatie legt de inhoud van het christelijk geloof uit door middel van de existentiële vragen en de theologische antwoorden in wederzijdse afhankelijkheid van en betrokkenheid op elkaar” (SyTh, 60). Deze methode vat a.h.w. Tillich’s theologische systeem samen. In dit systeem moeten de filosofische vragen, die opkomen bij het analyseren van de menselijke existentie en de theologische antwoorden, die gebaseerd zijn op de bronnen, het middel en de norm van de systematische theologie goed en voortdurend uit elkaar gehouden en onderscheiden worden. Volgens Tillich legt dit onderscheid de basis voor de structuur van zijn theologisch systeem.

De rede, de openbaring en het symbool

De rede is niet de bron voor de theologie en toch speelt de rede een belangrijke rol in de theologie. Tillich onderscheidt twee categorieën ‘rede’, nl. de ontologische rede en de technische rede. De eerste is ‘de structuur van de geest, die de geeest/gedachten in staat stelt om de werkelijkheid te bevatten en te vormen’, terwijl de andere louter ‘het vermogen tot ‘redeneren’ betreft’ (SyTh, 71-75). Voor Tillich is de ontologische rede het meest fundamentele idee. De technische rede is geschikt voorzover het een instrument is om de ontologische rede te ontdekken. De ontologische rede, waarin het subjectieve en het objectieve geworteld zijn, kan in verband gebracht worden met de Logos. De subjectieve rede kan gedefinieerd worden als de rationele strcutuur van de geest/het denken en die is in staat om de werkelijkheid te (be-)vatten en te vormen.

In dit verband kan de objectieve rede gedefinieerd worden als de rationale structuur van de werkelijkheid en die kan bevat en gevormd worden door de geest. Hieruit volgt, dat de Logos “het woord is dat de werkelijkheid bevat en vormt” (SyTh, 74) en daarom wordt deze de ontologische rede genoemd. Tillich gebruikt de term ‘de diepte van de rede’, om de trancendente kracht ervan in verband te kunnen brengen met de zin van het zijn zelf. Echter, de rede zit wel

vast aan onze huidige, actuele existentie en daarom ervaart de rede allerlei beperkingen, conflicten en ambivalenties in ons bestaan. Daarom is een speuren naar openbaring onvermijdelijk om de eindigheid van onze rede op te lossen.

De openbaring onthult wat ons ten diepste aangaat. Tillich onderscheidt twee soorten ‘openbaring’, namelijk de oorspronkelijke en de afhankelijke openbaring. Een oorspronkelijke openbaring is de ‘geef-kant’ van de openbaring, die ons nooit eerder is gegeven, terwijl de afhankelijke openbaring de ‘ontvang-kant’ openbaring is, waardoor de individu en de groep omgevormd/veranderd worden. “Jezus is de Christus” betekent, dat Hij zowel de Christus kon worden èn omdat Hij ontvangen werd als de Christus (SyTh, 126). Zo is de openbaring van Jezus als de Christus, waarop het Evangelie stoelt, de uiteindelijke en werkelijke openbaring en deze lost op zijn beurt de eindigheid van onze existentiële rede op.

De openbaring onthult wat ons ten diepste aangaat. Toch moet de grond van de openbaring, zo stelt Tillich, beschreven worden als “de grond van het zijn, geopenbaard in de existentie” (SyTh, 155). In christelijke terminologie is “de grond van het Zijn God” (SyTh, 156). De openbaring bemiddelt de kennis door de menselijke kennende rede. Wat de openbaring doet kennen is de kennis van God, die symbolisch beschreven moet worden. Het “Woord van God” is een symbool voor God, die zichzelf openbaart in Jezus als de Christus, omdat het Woord van God Gods bekendmaking in Jezus als de Christus openbaart, hetgeen de betekenis van het symbool is.

Volgens Tillich wijzen symbolen naar iets boven zichzelf uit. Symbolen hebben ook deel aan de kracht van datgene, wat zij symboliseren, terwijl dat bij tekens niet zo is. “Een symbool heeft waarheid in zich: het is het meest adekwate (middel) om de openbaring uit te drukken. Een symbool is waar: het is de uitdrukking van (een) ware openbaring” (SyTh, 240). Religieuze symbolen kunnen alleen ware symbolen zijn, indien zij deel hebben aan de macht van het goddelijke, waarnaar zij verwijzen; zij brengen het oneindige naar het eindige en het eindige naar het oneindige; zij onthullen het goddelijke leven aan de mensen en het menselijke aan het goddelijke. Religieuze symbolen brengen hoogste waarheid over door middel van dingen, personen en gebeurtenissen.

Het Zijn en God

De fundamentele vraag in de theologie is de vraag naar God. Ongetwijfeld is het zo, dat God het antwoord is op de vraag van de theologie. Toch blijft de vraag hangen, waar we dan het antwoord kunnen vinden. Tillich is van mening, dat het antwoord impliciet aanwezig is in de analyse van het zijn. Tillich verandert de vraag naar God in de richting van de vraag naar het zijn, van

waaruit het antwoord op de vraag naar God tevoorschijn komt. Door de vraag naar het zijn te onderzoeken (nl. wat is het Zijn zelf?) vraagt men niet naar een bijzonder wezen of een groep wezens. Eerder is het zo, dat de vraag naar het Zijn zelf de vraag betreft wat het betekent ‘er te zijn’. Tillich gelooft dat zo’n ontologische vraag betreffende het Zijn zelf ontspringt aan “de shock van het niet-zijn”. Niet-zijn wordt ervaren als de bedreiging van het zijn, waardoor een gevoel van eindigheid wordt opgeroepen. M.a.w.: de eindigheid verbindt het zijn en het niet-zijn (met elkaar).

De fundamentele vragen betreffen die van zijn en niet-zijn, namelijk ‘er te zijn’ of ‘er niet te zijn’. De menselijke eindigheid is onbegrijpelijk zonder de idee van het niet-zijn, omdat eindigheid op menselijk niveau wordt ervaren. We hebben echter wel de mogelijkheid om onze verbeelding te gebruiken, die onze eindigheid overstijgt en die wijst in de richting van de oneindigheid. Daardoor zijn wij in staat ons oneindigheid in te denken. Dit bewust-zijn vooronderstelt de vraag naar God. Toch blijft dit ons bewust-zijn van de oneindigheid geworteld in ons besef van eindigheid. Dit idee van de eindigheid is noodzakelijk en cruciaal in Tillich’s werk, omdat dit concept hem brengt bij de vraag naar God. Voor Tillich ligt het zo, dat wij de vraag naar God kunnen stellen, omdat wij ons bewust zijn van oneindigheid. “De vraag naar God is mogelijk, omdat een bewust-zijn van God al aanwezig is in de vraag zelf. Dit bewust-zijn gaat aan de vraag zelf vooraf” (SyTh, 206).

“De vraag naar God moet gesteld worden vanwege de dreiging van het niet-zijn, die de mens ervaart als angst en dat drijft hem tot de vraag van het zijn, dat het niet-zijn overwint en spoort hem aan tot moed om de angst te boven te komen. Deze vraag is de kosmologische vraag naar God” (SyTh, 208). Daarom is het zoeken van/naar God iets onvermijdelijks voor mensen.

God is het antwoord op de vraag, die impliciet aanwezig is in het menselijk(zich) bewust-zijn van de eindigheid. God gaat ons ten diepste aan. Wat we ook aangrijpen als onze uiterst belang/zorg (ultimate concern), dat zullen we ‘god’ noemen. Wij willen ‘god’ graag in concreto ontmoeten (SyTh, 214). Tillich gebruikt hier de kleine letter ‘g’ om de noodzaak van concreetheid te beklemtonen boven die van het ultieme in het idee van god. Toch is het zo, dat onze uiterste zorg (wat ons ten diepste aangaat) iedere concrete zorg moet transcenderen. Daarom gebruikt Tillich de hoofdletter “G” om de transcendente dimensie boven de concrete zorg te beklemtonen. Door het eindige te transcenderen, zal echter onze uiterste zorg (dat, wat ons ten diepste aangaat) loskomen van het concrete wezen, dat een wezen-tot-wezen relatie met ons heeft. Dit vormt het onvermijdelijke innerlijke conflict aangaande het idee betreffende God. Voor Tillich vormt dit conflict a.h.w. de leidraad om onderzoek te doen naar de geschiedenis van de religie.

Tillich stelt, dat het polytheïsme tegemoet komt aan de behoefte aan concreetheid, terwijl de behoefte aan het absolute richting het monotheïsme drijft en dat de behoefte aan een balans tussen het concrete en het absolute iemand drijft in de richting van de trinitarische structuren (SyTh, 221). Trinitarisch monotheïsme wil niet zeggen, dat er maar één God wordt erkend, maar dat het ultieme uitstijgt boven het concrete. Het betreft eigenlijk meer een kwalitatieve dan een kwantitatieve karateristiek van God. Het maakt het ook voor de mensen mogelijk om te spreken over een levende God, in Wie het concrete en het ultieme verenigd zijn. “Trinitarisch monotheïsme is (een) concreet monotheïsme en bevestigt, dat we van doen hebben met de levende God” (SyTh, 228). De vraag is wel, hoe wij die levende God kunnen beschrijven?

Volgens Tillich is God het Zijn zelf, niet een wezen (zijnde) temidden van andere wezens/ zijnden. Om de verhouding te beschrijven tussen het Zijn zelf en eindige zijnden, daarvoor voert Tillich het begrip “grond” in. Volgens Tillich is God de grond van het Zijn, de grond van de zijns-structuur. God als het Zijn zelf is de grond van de ontologische zijns-structuur. M.a.w. ieder ontologisch wezen heeft de kracht om er te zijn dankzij het Zijn zelf en participeert (dus) in de grond van het zijn. Alle verhalen over God worden zo uitgedrukt, dat wij ze kunnen bevatten. Kunnen wij God wel kennen? Volgens Tillich is het antwoord duidelijk (een) Ja.

Tillich neemt de theorie van de analogia entis (de analogie van het zijn) over, d.i. “wat oneindig is is het Zijn zelf en alles participeert (dus) in het Zijn zelf” (SyTh, 239). De theorie van de ‘analogia entis’ legt uit, waarom het mogelijk is (iets) over God te weten en iets over Hem te zeggen. Maar volgens Tillich kan deze theorie alleen maar geldig zijn, wanneer we eraan vasthouden, dat God begrepen moet worden als het Zijn zelf (SyTh, 240). Daarom moet de existentiële (be-)nadering van God d.m.v. de categorie van het eindige (ons mens-zijn) symbolisch (d.m.v. symbolen, in symbolische taal) beschreven worden. God is de grond van het Zijn, het Zijn zelf, dat ons ten diepste aangaat. God is het, die ons ten diepste aangaat.

 

Terug naar overzicht Syst. Theologie I

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.