Systematic Theology Volume II

 

Te vinden op: http://people.bu.edu/wwildman/bce/tillich.htm

 

Het bestaan en de verwachting van de Christus

Dat is eigenlijk kort samengevat het thema van het 2e deel van Tillich’s Systematische Theologie. Hij presenteert zijn christologie en soteriologie in existentieel perspectief en zo probeert hij het werk en de persoon van de Christus met elkaar te verbinden, hetgeen in de traditionele theologie vaak gescheiden blijft. Voor Tillich is de christologie een functie van de soteriologie. De leer over de verlossing roept de christologische vraag op en geeft ook richting aan het christologische antwoord. Tillich heeft als filosoof van het leven altijd de volle aandacht gegeven aan de verhouding tussen religie en het menselijk bestaan, en daarom is het niet verwonderlijk, dat hij ook op zoek gaat naar de betekenis van het existentialisme voor de christelijke theologie (of: de theologie over de Christus d.i. de christologie). Immers, het existentialisme geeft een haarscherpe analyse van wat het betekent te ‘bestaan’.

Tillich’s filosofische theologie is de interpretatie van de christelijke symbolen in termen van zijn eigen(zinnige/-aardige) filosofie nl. die van het christelijk existentialisme. Volgens Tillich ontstond het existentialisme als een protest tegen Hegel’s volmaakte essentialisme. Het is volgens PT de taak van de systematische theologie om dit revolutionaire karakter van het existentialisme te belichten en zo de betekenis van het bestaan te onthullen, waarbij gebruik gemaakt wordt van religieuze symbolen, die (ook) naar de menselijke situatie verwijzen. Het punt van overeenkomst is, dat de existentiële situatie van de mens er één is van vervreemding van zijn/haar essentiële natuur. Daarom verzet Tillich zich tegen Hegel’s essentialisme, dat hij als een dwaling aanmerkt, omdat Hegel van mening is, dat die vervreemding overwonnen is en dat de mens reeds verzoend is met zijn ware wezen. Maar de existentialist confronteert de mens met de werkelijke wereld en daarin wordt het bestaan integendeel juist gekenmerkt door strijd, angst en afbraak. De mensheid verkeert wat zijn bestaan betreft in gevaar. De wereld is nog niet verzoend, noch als individu, noch als maatschappij, het leven zelf is voortdurend in gevaar.

Existeren betekent vervreemding en geen verzoening; het betekent ontmenselijking en het is dus niet de uitdrukking van het essentiële mens-zijn. De mens wordt een ding en houdt op persoon te zijn. De geschiedenis is niet de zelf-uitdrukking van God, maar een serie onverzoenlijke conflicten, die de

mensheid bedreigen tot zelfvernieting toe. Het bestaan van de individu zit vol angsten en de zinloosheid dreigt voortdurend.

Het existentialisme is te beschouwen als een terfzekere analyse van de menselijke situatie, maar de antwoorden op de vragen, die hierin impliciet gesteld worden, zijn religieus van aard. Tillich probeert dan ook het liefst antwoorden te vinden in de ‘symbolen’ van het Evangelie. De existentialist herontdekte in feite de klassieke interpretatie van het mens-zijn, zoals die in symbolische vorm verteld wordt in de mythe van de val (Gen. 3). Zo analyseren het existentialisme en het christendom beide het menselijk bestaan. Zodoende kan het existentialisme beschouwd worden als een bondgenoot van het christendom. Zo wordt duidelijk, dat Tillich’s theologie de methode van de correlatie volgt, waarbij een existentiële analyse datgene wat de mens ten laatste aangaat (his ultimate concern) openlegt en vandaaruit kan hij laten zien, dat ‘het nieuwe zijn in Jezus Christus’ het antwoord is op deze menselijke situatie (human predicament).

Het besef van een overgang van essentie naar existentie is cruciaal in de existentiële theologie. ‘Het symbool van de val’ is beslissend hierbij en volgens Tillich verscherpt dit verhaal het begrijpen van de overgang van essentie naar existentie. Als het gaat om de leer betreffende de val van de mens dan verwerpt Tillich alle vormen van letterlijke interpretatie. Mythen en symbolen letterlijk opvatten brengt de religieuze betekenis ervan om zeep. Het verhaal van Genesis 1- 3, mits opgevat als een mythe, beschrijft in feite het zich bewustworden van de mens van zijn existentiële vervreemding en verschaft a.h.w. het schema om de overgang van essentie naar existentie te laten zien. Dankzij (of: in naam van) hun eindige vrijheid weerspreken de mensen hun essentiële natuur. De eindige vrijheid maakt de overgang van essentie naar existentie mogelijk!

Tillich beschrijft de toestand voor de val in psychologische termen als ‘dromen in onschuld’. De metafoor ‘dromen’ is dan de beschrijving van de toestand van het essentiële zijn. En het woord ‘onschuld’ verwijst naar de nog niet-geactualiseerde mogelijkheid. Zo stelt Tillich, dat het symbool van ‘Adam voor de val’ begrepen moet worden als de toestand van ‘het dromen in onschuld van onbepaalde mogelijkheden’. Zodra de eindige vrijheid zich realiseert, aangedreven door het zich bewust-zijn van eindigheid en angst, dan is de staat van onschuldig dromen voorbij. De mens besluit tot zelf-verwerkelijking en maakt zo zelf een einde aan zijn ‘onschuldig dromen’.

Het Nieuwe Zijn

Het idee van het Nieuwe Zijn is eigenlijk het centrale begrip of symbool, waaromheen heel Tillich’s theologie draait. De noties van vervreemding en van de christologie, van het Zijn zelf en God, van eindigheid en het menselijk bestaan, godsdiensten, kerkleer, cultuur en geschiedenis en wat men daarvan kan.mag hopen, dat alles is gecentreerd rond het begrip van het Nieuwe Zijn, zoals dat in en door zijn christologie gedefinieerd wordt. Christus staat symbool voor iets/iemand, in wie de dubbelzinnigheden van het bestaan opgelost zijn. De christelijke belijdenis “Jezus als de Christus” staat symbool voor het Nieuwe Zijn. Het Evangelie vertelt, dat Jezus als de Christus onderworpen was aan de ‘condition humaine’, maar dat hij deze existentiële vervreemding ook te boven kwam.

De verschijning van het Nieuwe Zijn onder de voorwaarden van het menselijk bestaan – en deze ook overwinnen – dat is de paradox van het Evangelie. Verwijzend naar de symboliek van de eschatologie stelt Tillich, dat ‘de Christus’ degene is, die de nieuwe werkelijkheid aanbrengt. ‘Christus’ betekent het einde van een existentie, dat geleefd wordt in vervreemding, conflicten en zelfvernietiging, existentiële verscheurdheid, kortom de dubbelzinnigheden van het leven en de mens in zijn ‘historisch bestaan’. De ervaring van het Nieuwe Zijn in ‘Jezus als de Christus’ is (hetzelfde als) de macht ervaren in Jezus Christus, die de existentiële vervreemding heeft overwonnen. In Christus is het conflict tussen de essentiële eenheid van God en mens(heid) enerzijds en de mens als een existentieel vervreemd wezen anderzijds overwonnen.

De verschijning van het Nieuwe Zijn kan ook begrepen worden als de Incarnatie, waarbij Tillich onderscheid maakt tussen ‘God is mens geworden” en “de Logos werd vlees”. Tillich heeft voorkeur voor de tweede zegswijze als de geschiktste manier van begrijpen van de incarnatie. De uitdrukking “God is mens geworden” is volgens Tillich een onzin-uitspraak. Dat zou immers betekenen, dat God ophoudt God te zijn door mens te worden, hetgeen onmogelijk is. Het enige wat God niet kan doen is ophouden God te zijn. Tillich geeft de voorkeur aan de Johanneïsche uitdrukking van de incarnatie, namelijk dat de Logos ‘vlees’ is geworden. De incarnatie als openbaring kan uitgelegd worden door de Logos, omdat dat het principe is van de goddelijke zelf-openbaring van God. En het woord ‘vlees’ staat dan niet voor de materiële substantie, maar voor een historische existentie en het ‘werd’ duidt op de paradox dat God deelnam aan dat wat vervreemd was van Hem. Gods openbaring in ‘Jezus als de Christus’ als de drager van het Nieuwe Zijn vooronderstelt, dat God de wereld liefheeft en dat de openbaring ‘Jezus als de Christus’ de actualisering van deze liefde is.

Tillich geeft een radikale herinterpretatie van de incarnatie in zijn SyTh II. De verschijning van het Nieuwe Zijn is de nieuwe werkelijkheid van de redding. De

kernboodschap van de incarnatie is, dat God heeft gehandeld met het oog op de redding van de mens. God heeft een nieuwe werkelijkheid geschapen, waaraan wij mogen deelnemen. Tillich maakt kritische opmerkingen bij het traditionele verstaan van de incarnatie, dat dan in elkaar tegensprekende termen wordt begrepen en uitgedrukt, zoals eeuwig en tijdelijk, veranderlijk en onveranderlijk, God en mens. Al deze symbolen zijn ‘geleend’ van de heidense mythologie. De idee, dat het goddelijke zich verenigt met de menselijke natuur is een gedachte uit de heidense filosofie. En als deze gedachten ook nog letterlijk worden genomen, dan hebben we te maken met heidense gedachten. Daarom stelt Tillich ook voor om te ‘ont-letterlijken’ zodra men met symbolen en mythen te maken heeft. Tillich verschilt van Bultmann hierin, dat Tillich de mythen zelf niet verwerpt. Hij wil ze juist vasthouden en ze erkennen, zoals ze zijn, maar mythen en symbolen moeten wel geïnterpreteerd worden. Tillich verwerpt dan ook de ‘ontmythologisering’ (van Bultmann), omdat dat de religie van haar taal berooft en het zo de ervaring van het heilige monddood (stom) maakt. Symbolen en mythen zijn nodig omdat zij de kracht bezitten om uit te drukken wat zij moeten uitdrukken, namelijk het Nieuwe Zijn in Jezus als de Christus.

De historische Jezus

Dat de historische persoon Jezus werkelijk bestaan heeft is belangrijk voor Tillich. Als men dat ontkent, namelijk zijn werkelijk(e) mens-zijn dan zou men de kerninhoud van het Evangelie ontkennen. Als Jezus geen historische persoon is geweest en als het essentiële mens-zijn niet werkelijk in ons bestaan is gekomen dan zou er niets nieuws gebeurd zijn, dan had het Nieuwe Zijn zich niet gerealiseerd en dan zou het Nieuwe Zijn louter een hoop gebleven zijn. Vanuit deze visie onderscheidt Tillich twee implicaties y.a.v. de historische Jezus. Ten eerste dat het de werkelijk levende persoon Jezus is die ontvangen werd als de Christus. Tillich verwijst hier naar de historische persoon, zoals over hem getuigd wordt door de leerlingen van Hem in de verslagen van het NT. Ten tweede denkt hij aan de historische Jezus, zoals die gereconstrueerd wordt door de hostorische kritiek op grond van de bronnen, zoals die voor de moderne wetenschap beschikbaar zijn. Volgens Tillich is het jammer, dat beide referenten door elkaar lopen en op één hoop worden gegooid.

Tillich vindt dat men juist moet onderscheiden tussen ‘de levende persoon achter de tekst’ en ‘de gereconstrueerde historische persoon vanuit de tekst’. De levende persoon achter de tekst is van eminient belang en cruciaal voor de geldigheid van het Evangelie. Maar Tillich toont aan, dat de moderne schetsen van de persoon Jezus in geen enkel opzicht van belang zijn voor het christelijk geloof, want het betreft slechts louter ontwerpen van geïnteresseerde

wetenschappers. De huidige reconstructies van het leven van Jezus zijn hypothetisch, altijd voorwerp van kritiek vanwege het ‘min of minder waarschijnlijke’ karakter ervan en kan daarom nooit een voertuig zijn om ‘de ultimate concern’ mee/in uit te drukken. Tillich houdt vol, dat als we Jezus niet kunnen kennen d.m.v. historisch onderzoek, dat wij Jezus niettemin wel door het geloof kunnen kennen, namelijk als de historische persoon Jezus, die door het geloof aanvaard wordt als de Christus.

Kruis en Opstanding

Volgens het NT’s geloof (in verband met de SyTh) gaat het in de verhouding van de Christus tot onze menselijke vervreemding om twee dingen, nl. allereerst om Christus’ onderwerping aan het menselijk bestaan en ten tweede om zijn overwinning ervan. Beide relaties worden uitgedrukt door twee symbolen, namelijk die van het kruis en van de opstanding.. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Het onderworpen zijn aan de ultieme negativiteit van het bestaan wordt tot uitdrukking gebracht in het symbool van het kruis en de overwinning van de existentiële vervreemding, waaraan Jezus was onderworpen, wordt uitgedrukt in het symbool van de opstanding. Zo moet Tillich’s soteriologie verstaan worden als ‘heling’, een gebeurtenis van her-eniging van wat vervreemd was, het ongedaan maken van de breuk die er was tussen God en mens(heid), de wereld en de mensheid en personen en zichzelf. Christus als het Nieuwe Zijn kan alleen zo begrepen worden, waarbij Tillich onderstreept, dat de christologie een functie is van de soteriologie.

Verlossing of redding betekent de terugwinning van de mensheid vanuit de oude werkelijkheid en haar overbrengen in het Nieuwe Zijn. Dat betekent de vervulling van de uiteindelijke betekenis van ons bestaan door de kracht van het Nieuwe Zijn. Tillich verstaat onder verlossing een drievoudig gebeuren: er is eerst de weder-geboorte, d.i. verlossing als deelname aan het Nieuwe Zijn. De macht van het Nieuwe Zijn grijpt de mensheid in haar gebonden zijn aan de existentiële vervreemding en het Nieuwe Zijn wordt werkelijkheid door de deelname van de mens daaraan. Ten tweede betekent verlossing als aanvaarding van het Nieuwe Zijn hetzelfde als rechtvaardigmaking. De kracht van God door het Nieuwe Zijn trekt de onaanvaardbare aan en accepteert hem/haar. Te aanvaarden, dat men aanvaard is, dat is de paradox van de verlossing, volgens Tillich. Ten derde wijst hij op de heiligmaking als het proces, waarbij de kracht van het Nieuwe Zijn mensen en gemeenschappen omvormt.

 

Terug naar overzicht Syst. Theologie II

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.