De kerk en de huidige cultuur

uit: “World Christian Education”, 2nd Quarter, 1956 (pp. 41-43)

 

Kerk en cultuur

Als we wat ‘godsdienst’ is afleiden uit het Grote Gebod, dan kunnen we zeggen, dat godsdienst betekent ‘uiterst bezorgd’ zijn over dat wat ons ten diepste aangaat of zou moeten gaan. Het christendom gaat ervan uit, dat de God, die zich openbaarde in Jezus de Christus, de ware God is, naar Wie onze ultieme en onvoorwaardelijke ‘zorg’ uitgaat. Het christendom kan dit buitengewone stellen/poneren, t.g.v. het buitengewone karakter van de gebeurtenissen, waarop het gegrond is, namelijk de schepping van een nieuwe werkelijkheid binnen en onder de condities van onze menlijke situatie. Jezus is als de brenger van deze nieuwe werkelijkheid zelf gebonden en onderworpen (geweest) aan deze stand van zaken – namelijk aan eindigheid en angst, wetmatigheden en tragiek, onenigheid en dood. Maar hij behield op een zegevierende wijze de eenheid met God in stand door zichzelf als Jezus aan zichzelf te offeren als de Christus. Door dat te doen schept hij het nieuwe zijn, waarvan de kerkgemeenschap ‘de (uit)drager’ is in de geschiedenis.

Hieruit volgt allereerst, dat deze onvoorwaardelijke claim van het Christendom geen verband houdt met de christelijke kerk (zelf), maar met de gebeurtenis, waarop de kerk gebaseerd is. Als de kerk zichzelf niet onderwerpt aan het oordeel, dat zijzelf uitspreekt, dan wordt zij ‘afgodisch’ t.o.v. zichzelf. Dat is de tragiek van de rooms-katholieke kerk. Haar omgaan met de cultuur is het resultaat van haar onwil om zichzelf te onderwerpen aan het oordeel, dat zij zelf uitspreekt. Het protestantisme probeert deze verleiding te weerstaan, althans in principe. Maar in werkelijkheid valt zij ook telkens in diezelfde valkuil

Een tweede consequentie van dit religie-begrip, dat wij existentieel kunnen noemen, is dat de kloof tussen ‘gebieden’ die ‘gewijd’ zijn en die ‘seculier’ zijn verdwijnt. Als we onder godsdienst verstaan het gegrepen zijn door dat wat ons ten diepste aangaat, dan kan deze ‘situatie’ niet beperkt zijn tot een bepaald ‘gebied’. Het onvoorwaardelijke karakter van deze ‘bezorgdheid’ houdt in, dat het naar ieder moment van ons leven kan verwijzen en ook naar ieder aspect van wat ook maar. Het helaal is Gods heiligdom, iedere werkdag is een ‘dag des Heren’, iedere maaltijd een ‘avondmaal van de Heer’, ieder werk een vervulling van een goddelijke taak, iedere vreugde een vreugde in God.

Maar zo treffen we het niet aan in de werkelijkheid. Het seculiere element neigt ertoe zichzelf onafhankelijk te maken en zo haar eigen gebied op te richten. En als reactie daarop heeft ook het religieuze element de neiging voor zichzelf een eigen domein in te richten. De situatie van de mens wordt in feite hierdoor bepaald. Het gaat om het feit, dat de mens vervreemd is van zijn ware zijn. Deze indeling/verdeling tussen seculier en gewijd getuigt ervan hoe de mens er aan toe is.

De derde consequentie die volgt uit dit existentiële godsdienstbegrip, namelijk dat men ‘uiterst begaan’ is, betreft de verhouding van religie en cultuur. Godsdienst opgevat als ‘ten uiterste bezorgd’ zijn bepaalt de kern van de cultuur. Cultuur is dan te zien als het totaal aan vormen, waarin de fundamentele zorg van een godsdienst zichzelf uit. Kortom: religie is de kern van de cultuur en cultuur is de vorm van de religie.

Als we die verhouding zo opvatten dan voorkomt dat voorgoed, dat er een dualisme ontstaat tussen de godsdienst en de cultuur. Iedere godsdienstige handeling, niet alleen die binnen de georganiseerde godsdienst, maar evengoed die in de diepste zieleroerselen, is cultureel bepaald. Het feit alleen al, dat iedere beweging in iemand’s geestelijk leven gecommuniceerd wordt d.m.v. taal, al of niet uitgesproken, is al bewijs genoeg van deze bewering. Immers, de taal staat aan de basis de cultuur als schepping. Als men in staat is de stijl van een cultuur te lezen dan kan men ook haar ‘uiterste zorg’ ontdekken. Dat proberen wij nu te doen t.a.v. onze huidige cultuur.

Typische kenmerken van onze huidige cultuur

Ik wil onze huidige cultuur beschrijven d.m.v. de belangrijkste bewegingen daarin en het in kracht toenemende protest daartegen. De overheersende trend daarin is die van de industriële samenleving en de geest van protest daartegen is die van de existentiële analyse van de situatie van de mens daarin. Eén van de moeilijkheden waar men tegen aan loopt, als men onze huidige cultuur wil analyseren, is het dynamische karakter ervan en haar voortdurende verandering en de invloed, die het protest ertegen er zelf al op gehad heeft.

Niettemin is het mogelijk om drie hoofdkenmerken van de mens in de industiële samenleving aan te wijzen. Allereerst is er de nadruk (t.a.v. het handelen van de mens) op het methodisch onderzoek en de technische omvorming van zijn wereld, inclusief van zichzelf, met daarbij het verlies van de dieptedimensie in het tegemoet treden van de werkelijkheid. Het universum is voor de mens iets geworden, dat zichzelf genoeg is. En symptoom hiervan is, dat sinds het begin van de 18e eeuw God verwijderd is uit het krachtenveld van de menselijke activiteiten. Hij is de wereld uit gezet en Hij mag zich er niet meer mee bemoeien, zonder toestemming van de mens, omdat iedere inmenging de technische en zakelijke berekeningen van hem zou verstoren. De enige meester van het universum is de mens!

Dit brengt me op het tweede kenmerk van de industriële samenleving: dat de mens zoveel creatieve macht heeft, voorheen toegeschreven aan God alleen, leidt ertoe, dat men zijn vervreemding niet ziet. De gebondenheid van de wil, waarover de Reformator (Luther) sprak, de demonische machten, die centraal staan in het NT, de destructieve elementen in het persoonlijke en maatschappelijke leven, die worden allemaal genegeerd of ontkend. De ontwikkeling van het onderwijs wordt beschouwd als een proces dat in staat is om de grote meerderheid van de mensen aan te passen aan de eisen van het systeem van productie en consumptie en dat is a.h.w. ‘zijn tweede natuur’ geworden, die de mens zelf heeft geproduceerd boven zijn ‘gegeven’ natuur.

Dat de mens zo vertrouwt op zijn eigen creaties wordt niet alleen door de mens als individu geaccepteerd, maar ook door de mens als mens in de samenleving. De wetenschappelijke verovering van de tijd en de ruimte wordt beschouwd als de weg naar eenwording van de mensheid. De demonische structuren van de geschiedenis, de machtsconflicten op allerlei gebied in het leven worden gezien als slechts voorlopige belemmeringen. Het tragische en onontkoombare karakter ervan wordt totaal ontkend. Het universum is in de plaats van God gekomen en de mens als het centrum van het universum heeft Christus vervangen en de verwachting van vrede en gerechtigheid in de geschiedenis is in de plaats gekomen van de verwachting van het Koninkrijk Gods.

De houding van de kerken ten aanzien hiervan is nogal dubbelzinnig geweest. Deels hebben zij zich teweer gesteld door zich terug te trekken op het verleden, in tradities, leer, cultus en levensstijl. Deels hebben zij erop gereageerd door de nieuwe situatie te accepteren en te proberen zich er op aan te passen. De eerste houding houdt in, dat men een bovennatuurlijk ‘gebied’ plaatst boven het natuurlijke. De symbolen, waarmee de diepte van het zijn uitgedrukt wordt, werden naar beneden gehaald tot in een twee-dimensionale ervaring. Maar de liberale theologie in haar theologisch verstaan van God en mens betaalde de prijs van haar aanpassing (ondanks haar waardevolle bijdragen) omdat zij de boodschap van het Nieuwe Zijn kwijtraakte, die was bewaard door de verdedigers van een bovennatuurlijke zienswijze. Beide manieren, waarop de kerken probeerden om te gaan met de geest van de industriële samenleving, bleken niet doeltreffend te zijn.

De ‘voorzienige’ geschiedenis bereidde een derde weg voor, waardoor de godsdienst zich kon verhouden tot de modern cultuur. Ik bedoel hier de grote beweging, die begon bij Pascal en voortgezet werd door een paar profetische geesten in de 19e eeuw en tot volle glorie kwam in de 20e eeuw: ik noem het bij de - nu alom bekende - naam: het existentialisme. Dit kan gezien worden als de protestbeweging tegen de positie van de mens in het systeem van productie en consumptie in onze samenleving. De mens wordt geacht heer en meester te zijn over zijn eigen wereld en over zichzelf. Maar in werkelijkheid is hij een deel van de werkelijkheid geworden, die hij zelf geschapen heeft. Hij is een object temidden van de objecten, een ding tussen de dingen, een radertje in een wereldmachine, waaraan hij zichzelf moet aanpassen om te voorkomen, dat hij erdoor vermorzeld wordt. In die aanpassingen veranderen middelen in doelen, die in feite middelen blijven, hoewel een uiteindelijk doel er niet (meer) is.

Nu dit zo is kan men verschillende antwoorden bedenken om aan deze leegte, betekenisloosheid, ontmenselijking en vervreemding te ontsnappen. Men kan zich beperken tot een beperkt deel van de werkelijkheid. Of men kan zich onderwerpen aan de eisen van de industriële samenleving en de zinvraag onderdrukken. Of men kan de kracht bij zichzelf vinden om de angst en de zinloosheid moedig op zich te nemen – de meest gevoelige mensen in onze tijd drukken in hun culturele uitingen deze stand van zaken op een creatieve wijze uit. De grote kunst- en filosofische werken uit de cultuur van het begin van de 20e eeuw – beeldende kunst, muziek, poëzie, literatuur e.d. – laten in hun stijl zien hoe men het niet-zijn tegenkomt en hoe men de kracht heeft om dit te doorstaan en er op een creatieve manier vorm aan probeert te geven.

De invloed van de kerk op de huidige cultuur

De kerk heeft als functie antwoord te geven op de vraag, die met het menselijk bestaan (impliciet) gegeven is en daarbij de betekenis van het bestaan aan het licht te brengen. Eén van de manieren, waarop de kerk dat doet is door het Evangelie te verkondigen. Zij moet aan de mensen buiten de kerk laten zien, dat de symbolen waaardoor het leven van de kerk uitgedrukt wordt in feite die antwoorden zijn. Zij zijn in feite de antwoorden op de vragen, die impliciet in het bestaan als mens zijn begrepen en in het bijzonder ook op de situatie, waarin de mens terecht gekomen is door de ontwrichtende krachten van de industriële samenleving als zodanig.

Omdat het Evangelie de boodschap van (de) verlossing is – en omdat verlossing ‘heling’ betekent – is de boodschap van ‘heling’ in alle betekenissen van het woord bijzonder passend in onze situatie. Daarom hebben bewegingen aan de rand van de kerk – sektarische bewegingen van de meest primitieve en ‘foute’ soort – zo’n succes.

De kerk kan deze weg niet bewandelen. Maar tegelijkertijd moet zij zich realiseren, dat de gemiddelde prediking de mens van deze tijd niet bereikt. De kerken moeten beseffen, dat het christendom geen set leerstellige, rituele of morele regels is. Het is eerder het goede nieuws van de overwinning op de wet door de verschijning van een nieuwe ‘helende’ werkelijkheid. Ook moet men aanvoelen, dat de christelijke symbolen geen absurditeiten zijn, die niet door het verstand van onze tijdgenoten kunnen geaccepteerd worden, maar dat zij verwijzen naar wat alleen onze ‘uiterste zorg’ is, namelijk de grond en zin van ons bestaan en van het bestaan in het algemeen.

Er blijft nog één vraag over en dat is hoe de kerk zou moeten omgaan met de geest van onze samenleving, die verantwoordelijk is voor veel van wat door het Evangelie geheeld moet worden. Heeft de kerk de macht en de taak om de geest van de industriële samenleving te weerspreken en om te vormen? Zij moet zeker niet proberen de huidige maatschappelijke situatie te vervangen door een andere, bij wijze van opmaat naar het te realiseren Koninkrijk Gods. Zij moet geen blauwdruk proberen te schetsen van volmaakte sociale structuren of concrete hervormingen voorstellen. Culturele veranderingen vinden plaats door de eigen dynamiek van de cultuur zelf. De kerk neemt daar zelf aan deel, soms zelfs in een leidende rol. Maar in die verhouding is de kerk zelf een culturele macht naast andere en vertegenwoordigt zij beslist geen nieuwe machtsfactor in de geschiedenis.

Het is de profetische rol van de kerk, dat zij de demonische structuren in de samenleving ontmaskert en dat zij daardoor de macht ervan ondermijnt – ook als zij in de kerk zelf werkzaam zijn. Door dat te doen luistert de kerk naar de profetische stemmen buiten haarzelf, voorzover die de cultuur en de kerk als onderdeel van diezelfde cultuur (be-)oordelen. De meeste van dergelijke stemmen klinken niet uit de mond van personen, die actieve leden van de zichtbare kerk zijn, maar men zou hen wel deelnemers aan de latente kerk kunnen noemen.

Soms komt die latente kerk naar boven. Daarom zou de zichtbare kerk in deze stemmen de geest moeten herkennen van wat haar eigen geest zou moeten zijn en hen moeten accepteren, zelfs al zijn zij zeer vijandig ten opzichte van de kerk. Maar de kerk moet natuurlijk ook waakzaam zijn tegen demonische deformaties, waartoe aanvallen gerekend moeten worden, die niet gegrepen zijn door de juiste inhoud van de ‘uiterste zorg’. Zo’n lot van deformatie trof de communistische beweging. De kerk was zich onvoldoende bewust van haar rol als ‘waakhond’ toen zij zich onduidelijk uitliet over haar kwalijke tol in de geschiedenis. Maar omdat de kerk ook niet de profetische stem in het communisme had gehoord zag zij daardoor evenmin dat zij tot demonie kon uitgroeien.

Een oordeel ergens over uitspreken betekent, dat men oog heeft voor beide kanten. De kerk beoordeelt de cultuur, inclusief haar eigen levensvormen. Immers, haar vormen worden door de cultuur bepaald, want haar kern maakt cultuur mogelijk. De kerk en de cultuur zijn met elkaar verweven en staan niet los van elkaar. En het Koninkrijk Gods omvat beide door beide te transcenderen.

Ga naar het overzicht Lezingen & Artikelen

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.