Hoofdstuk 20: Het ene nodige

 

PAUL TILLICH’S “ULTIMATE CONCERN”

Het begrip “Ultimate Concern” neemt een grote plaats in in de theologie van Paul Tillich. Het is een wat lastig te vertalen begrip, maar enkele mogelijkheden zijn: “dat wat ons raakt”, “waar we in laatste instantie bezorgd om zijn”, “wat ons uiteindelijk aangaat” enz.

In zijn prekenbundel “The New Being” is een preek opgenomen, die hij de titel heeft meegegeven “Our Ultimate Concern” n.a.v. het verhaal in het Evangelie over de bezorgdheid van Martha en “het ene nodige” dat Maria gevonden heeft en wat Jezus over die beiden zegt. Het is een zoektocht geworden naar interpretaties, actualiseringen en het vermijden van misverstanden.

Voor wie wil meedenken en meelezen, publiceer ik hier mijn (werk)vertaling.




Chapter 20: Our Ultimate Concern


Hoofdstuk 20: Wat ons uiteindelijk aangaat: wat is ons uiteindelijk een zorg?


Uit: The New Being

38 Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. 39 Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. 40 Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ 41 De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. 42 Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Lucas 10: 38-42

De woorden, die Jezus tot Maria sprak, behoren tot de beroemdste van alle uit de Bijbel. Martha en Maria zijn symbool geworden voor twee mogelijke houdingen in het leven, voor twee krachten/mogelijkheden in de mens en de mensheid, voor twee typen zorgen. Martha maakt zich druk om vele dingen, maar zij zijn allemaal eindig, voorlopig en voorbijgaand. Maria is maar om één ding bezorgd en dat ene is oneindig, ultiem en blijvend.

Martha’s manier van doen is beslist niet laakbaar. Integendeel, deze manier van doen houdt de wereld draaiend. Het is een drijvende kracht, die ons leven en de cultuur in stand houdt en verrijkt. Zonder dat had Jezus niet eens met Maria kunnen spreken en Maria zou niet naar hem hebben kunnen luisteren. Ik heb eens een preek gehoord die gewijd was aan de rechtvaardiging en de verheerlijking van Martha. Dat kan! Er zijn in ons leven en in dat van de mensheid in het algemeen ontelbaar veel dingen, die onze zorg behoeven, die aandacht vragen, toewijding, ja hartstochtelijke toewijding.

Maar al deze dingen vereisen geen oneindige aandacht, onvoorwaardelijke toewijding, ultieme passie. Zij zijn weliswaar belangrijk, vaak erg belangrijk voor u en voor mij en voor de hele mensheid. Maar zij zijn niet uiterst belangrijk. En daarom prijst Jezus niet Martha, maar Maria. Zij heeft gekozen wat belangrijk is, het enige dat de mens nodig heeft, het enige dat uiteindelijk telt en van belang is voor ieder mens.

Een uurtje kerkdienst en ieder uur meditatief lezen is gewijd aan het luisteren zoals Maria deed. Iets wordt dan tot ons gezegd, zowel tot de spreker als tot de luisteraars, iets waarin we oneindig betrokken raken. Dat is in wezen de bedoeling van iedere preek. Zij zal in ons wakker roepen wat ons oneindig aangaat.

Wat betekent het ergens bezorgd over te zijn? Het betekent, dat we er in betrokken zijn, dat een deel van onszelf erin zit, dat we met hart en ziel er deel van uitmaken. Ja, het betekent

zelfs meer dan dat. Het gaat vooral over de manier waarop wij erin betrokken zijn, namelijk met bezorgdheid. Vaak worden in onze taal ‘zorg’ en ‘bezorgdheid’ gelijkgesteld. Wanneer we ergens in betrokken zijn voelen we ‘zorg’.

Vele dingen kunnen ons interesseren, ons medelijden of afkeer oproepen. Maar ze raken ons niet echt. Ze brengen niet die voort-durende, kwellende bezorgdheid voort, die aanwezig is wanneer we echt en serieus erop betrokken zijn. In ons verhaal is Martha serieus bezorgd. Laten we proberen ons te binnen te brengen wat ons in de loop van een gemiddelde dag bezighoudt, vanaf het moment dat we opstaan totdat we in slaap vallen, en zelfs daarna wanneer onze zorgen ons verschijnen in de vorm van dromen.

We hebben zorgen over ons werk; het is de basis van ons bestaan. We houden van ons werk of we verafschuwen het; we doen het plichtmatig of als bittere noodzaak. Maar bezorgdheid grijpt ons aan, wanneer we de grenzen van onze kracht voelen, ons gebrek aan efficientie, de strijd aangaan tegen onze luiheid of het gevaar van mislukking voor ogen zien. We zijn bezorgd over onze relaties met anderen. We kunnen ons niet voorstellen te leven zonder hun welwillendheid, hun vriendschap, hun liefde, hun ziels- en lichamelijke verbondenheid.

Maar we zijn ook vaak bezorgd en wanhopig, wanneer we denken aan de onverschilligheid, de uitbarstingen van woede en jaloezie, de verborgen en vaak giftige vijandschap die we ervaren bij onszelf alsook bij hen die wij liefhebben. De bezorgdheid om hen te verliezen, of dat we hen gekwetst hebben, of dat we denken dat we hun liefde niet waard zijn, dat alles kan ons hart binnensluipen en onze liefde rusteloos maken. We zijn dan bezorgd over onszelf. Want we voelen ons verantwoordelijk voor onze ontwikkeling richting volwassenheid, richting levenskracht, dat we wijze gedachten voortbrengen en een zuivere geest hebben.

Tegelijkertijd streven we naar geluk, we zijn druk bezig met onze pleziertjes en “het goed hebben”, een bezorgdheid die hoge ogen gooit bij ons. Maar onze bezorgdheid velt ons, wanneer we onszelf in de spiegel van zelfbeoordeling plaatsen of afgaan op het oordeel van anderen. We voelen aan, dat we de verkeerde beslissing(en) hebben genomen, dat we de verkeerde weg zijn ingeslagen, dat we tekortschieten tegenover anderen en tegenover onszelf. We vergelijken ons met anderen en voelen ons minder(waardig) en zo worden we depressief en gefrustreerd.

We gaan geloven dat we ons geluk verspeeld hebben door het te driftig na te jagen of omdat we geluk met plezier hebben verward of door niet moedig genoeg geweest te zijn om op het juiste moment een beslissing genomen te hebben, die ons wel echt geluk gebracht zou hebben.

We kunnen natuurlijk ook niet de meest natuurlijke en meest universele zorg vergeten van alles wat leeft, namelijk de zorg om het voortbestaan van het leven, voor ons dagelijks brood. In het recente verleden was er een tijd, waarin grote groepen in het Westen deze zorg bijna waren vergeten. Vandaag de dag is de simpele zorg om voedsel en onderdak en kleding voor een groot deel van de mensheid zo overweldigend, dat deze zorg de meeste andere menselijke zorgen in de schaduw heeft gesteld en de gedachten van allerlei mensen in beslag heeft genomen.

Maar, zo kan iemand zich afvragen, hebben we dan geen hogere zorgen dan alleen die van het dagelijks brood? En maakt Jezus zelf daar geen melding van? Wanneer hij bewogen wordt door de narigheid van de menigte, wijdt Hij dan niet de aandacht voor de sociale zorg, die ook vele mensen in onze tijd bezighoudt, en bevrijdt Hij zo van menige zorg die het dagelijkse leven aangaat? Wanneer Jezus is bewogen door medelijden met de zieken en hen geneest, wijdt Hij dan niet de zorg, die medische en spirituele genezers delen?

Wanneer Hij om zich heen een kleine groep verzamelt om daarmee een gemeenschap te stichten, wijdt Hij dan niet de zorg betreffende alle gemeenschapsleven? Wanneer Hij zegt dat Hij gekomen is om getuigenis af te leggen over de waarheid, wijdt Hij dan niet iedere zorg om de waarheid en iedere hartstocht om kennis, die beide zo’n drijvende kracht in onze tijd zijn? Als Hij de scharen en zijn leerlingen leert, wijdt Hij dan niet de zorg om leren en onderwijs? En als Hij gelijkenissen vertelt en de schoonheid van de natuur afschildert en zinnen schept van klassieke perfectie, wijdt Hij dan niet de zorg om schoonheid en verheffing van de geest die dat teweeg brengt en de vrede die dat verschaft na een rusteloze dag vol zorgen?

Maar zijn deze nobele zorgen inderdaad “dat ene nodige”, dat Maria heeft gekozen? Of gaat het hier om de hoogste vormen van waarvoor Martha in wezen staat? Zijn we nog, evenals Martha, bezorgd om vele dingen, ook al gaat het nu om grote en edele zaken?

Betreft het inderdaad een uiterste zorg, wanneer we sociaal bezorgd zijn en wanneer de ellende en het sociale onrecht van de massa, dat zo schril contrasteert met onze eigen bevoorrechte positie, op ons geweten valt en ons het vrij en gelukkig ademen ontneemt, omdat we meezuchten met zoveel volken op de wereld? En kent u de pijn van hen, die willen helen, maar die weten, dat het nu te laat is; kent u de pijn van hen, die willen onderwijzen, maar die alleen maar domheid ontmoeten, dwaasheid en haat? Kent u de pijn van hen, die leiding moeten geven, maar uitgeput raken door de onwetendheid van mensen, door de ambities van hun tegenstanders, of door slecht functionerende instituties of gewoon door domme pech?

Deze zorgen zijn groter dan die betreffende ons dagelijks leven. En weet u wat een enorme zorg er gepaard gaat met ieder eerlijk onderzoek, de zorg om er in vast te lopen of er verkeerd mee uit te komen, vooral wanneer men nieuwe en ongebaande denkpaden bewandelt. Hebt u wel eens het ondraaglijke gevoel van leegte ervaren, wanneer u van een groot kunstwerk terugkeerde naar de eisen, de lelijkheid en de zorgen van uw dagelijks leven? Zelfs dit is niet het “ene nodige” waar Jezus op doelde, toen Hij sprak over de schoonheid van de tempel, die op het punt stond om verwoest te worden. Het moderne Europa heeft geleerd dat millennia menselijke creativiteit, waarop het zich liet voorstaan, niet “het ene nodige” was, want de monumenten van deze millennia liggen nu in puin.

Waarom zijn de vele dingen waarover wij bezorgd zijn verbonden met zorg en angst? We geven ze onze aandacht, onze kracht, onze passie en dat hoort ook zo! Anders zouden we niets bereiken. Maar waarom maken die zorgen ons zo rusteloos diep in ons hart en waarom wijst Jezus ze af als uiteindelijk niet nodig?

Zoals Jezus aangeeft in zijn woorden over Maria: het is omdat ze van ons afgenomen kunnen worden. Zij eindigen allemaal; al onze zorgen zijn eindig. In de korte tijd van ons leven zijn vele al verdwenen en nieuwe zijn opgedoken, die ook weer zullen verdwijnen. Veel grote zorgen van weleer zijn weggevaagd en meerdere zullen vroeg of laat verdwijnen. De droefgeestige wet van de vergankelijkheid heerst zelfs over onze meest gepassioneerde zorgen.

De zorg om het einde woont in het geluk, dat ze geven. Zowel de dingen waarover we bezorgd zijn als ook wijzelf komen op een bepaald moment ten einde. Er zal een moment komen – en misschien is het niet eens ver weg – waarop we niet langer bezorgd zullen zijn over een of andere zorg, want de eindigheid ervan zal oplichten in de ervaring van onze eigen eindigheid – of van ons eigen einde.

Maar we blijven omgaan met onze voorlopige zorgen alsof zij de ultieme waren. Ja, ze houden ons in hun greep, zelfs al proberen wij ons ervan te bevrijden. Ieder zorg is tyranniek

en eist ons hele hart op, en onze gedachten en onze kracht. Iedere zorg probeert onze ultieme zorg te worden, onze god. De zorg om ons werk slaagt er vaak in om onze god te worden, maar ook de zorg om iemand anders of om onze pleziertjes. De zorg omtrent de wetenschap is er in geslaagd om de god te worden van een hele periode in de geschiedenis; de zorg om geld is een erg belangrijke god geworden en de zorg om de natie werd wel de allergrootste. Maar al deze zorgen zijn eindig, ze zijn vaak met elkaar in conflict, ze liggen als een last op ons geweten, want we kunnen ze niet allemaal recht doen.

We kunnen proberen ons te ontdoen van alle zorgen en een soort cynische onverschilligheid aan de dag leggen. We besluiten dat niets ons meer zorgen zal baren, behalve misschien incidenteel, maar nooit meer serieus. We proberen onbezorgd te zijn over onszelf en anderen, over ons werk en onze pleziertjes, over wat nodig is en wat luxe is, over sociale en politieke onderwerpen, over kennis en schoonheid. Misschien voelt deze onbezorgdheid wel heroïsch aan. En dit is zeker: het is het enige alternatief voor het hebben van een uiteindelijke zorg. Onbezorgd zijn of een ultieme zorg hebben – dat zijn de enige alternatieven. De cynicus is wel degelijk bezorgd, namelijk over één ding, zijn niet-bezorgd-zijn. Dat is de innerlijke contradictie van alle onbezorgdheid of zorgeloosheid. Daarom is er maar één alternatief en dat is “ultieme zorg”.

Wat is dan dat ene, dat we nodig hebben? Wat is dan het beste deel, waarvoor Maria gekozen had? Zoals ook in ons verhaal, aarzel ik om hierop te antwoorden, omdat ieder antwoord kan worden misverstaan. Als het antwoord is “godsdienst”, dan zal dat worden misverstaan, dat daarmee bedoeld wordt een serie dingen die men moet geloven en doen. Maar, zoals uit andere verhalen uit het NT blijkt, was Martha minstens zo religieus als Maria. Godsdienst kan een even grote menselijke zorg zijn als alle andere en dezelfde bezorgdheid voortbrengen als alle andere zorgen. Iedere bladzijde van de geschiedenis en de psychologie van de godsdienst toont dat aan.

Er is zelfs een soort mensen, van wie men mag veronderstellen dat ze deze bijzondere vorm van menselijke zorg cultiveren: zij worden met een hoogst blasfemische naam “religieuzen” genoemd – een woord, dat meer zegt over de teloorgang van religie in onze tijd dan wat ook maar. Als religie de bijzondere zorg van bepaalde mensen is (geworden) en niet de uiterste zorg van iedereen, dan is het nonsense of blasfemie. Daarom vragen we opnieuw: wat is het ene, dat wij nodig hebben? Alweer is het moeilijk te beantwoorden. Als we antwoorden “God”, dan zal dat ook worden misverstaan.

Zelfs van God kan men een eindige zorg maken, een object temidden van andere objecten, in wiens bestaan sommige mensen geloven en anderen niet. Zo’n God kan uiteraard niet onze uiterste zorg uitmaken. Of we maken van Hem een persoon, zoals alle andere personen, met wie het nuttig is om een relatie te onderhouden. Zo’n persoon kan onze eindige zorgen behartigen, maar Hij kan niet onze uiterste zorg zijn.

Het ene nodige is – dit is het eerste en in zekere zin ook het laatste antwoord dat ik kan geven – om uiterst, onvoorwaardelijk, oneindig bezorgd te zijn! Dat was Maria. Martha voelde dat aan en het maakte haar boos en dat is het wat Jezus in Maria prees. Behalve dit kan er verder weinig over Maria gezegd worden en het is in feite ook minder dan wat wordt gezegd over Martha. Maar Maria was oneindig bezorgd. En dat is het ene nodige!

Als we in de kracht en de passie van zo’n uiterste bezorgdheid kijken naar onze eindige zorgen, naar de Martha-sfeer van het leven, dan schijnt alles hetzelfde, maar toch is alles anders geworden. We zijn nog steeds bezorgd over alle dingen, maar nu anders – de angst is verdwenen. Die bestaat nog wel en probeert telkens weer terug te komen, maar de macht ervan is gebroken en die kan ons niet meer maken of breken. Wie gegrepen is door dat ene

nodige komt boven de vele dingen te staan. Zij gaan hem nog wel aan, maar niet meer in ultieme zin en wanneer hij ze verliest, dan verliest hij niet het ene nodige, want dat kan van niemand worden afgenomen.


Lees meer uit: Het Nieuwe Zijn

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.