Verlossing

 

HOOFDSTUK 10 uit: “The Eternal Now”: Verlossing

 

Verlos ons van de boze. Matth. 6:-13b

De laatste bede in het Onze Vader is bij ons bekend als “Verlos ons van het kwaad”. Deze vertaling is niet onjuist, maar zij raakt toch niet aan de diepgang van de oorspronkelijke woorden, namelijk “Red ons van de boze”. Laten we hier wat dieper over nadenken en dan vooral over dat ene woord ‘redden’ of ‘verlossen’.

Het Christendom is terecht een verlossingsreligie genoemd en de ‘Christus’ is een ander woord voor Hem, die verlossing brengt: de ‘Verlosser’. Verlossing, verlossen en Verlosser zijn veel gebruikte woorden in het Oude en het Nieuwe Testament en zij worden talloze keren gebruikt in de kerk, in de werken van grote theologen, in liederen van christelijke dichters, in de liturgie en in plechtige geloofsverklaringen van de kerk, catechismi en, het allerbelangrijkst, in de persoonlijke gebeden van gelovigen. Er zijn weinig andere woorden die het christendom in leven en denken zo kleuren als deze. Hoe is het mogelijk om daarover te spreken in de beperkte ruimte van een preek?

Misschien is het inderdaad onmogelijk! Maar al is dat misschien zo, laat mij dan toch met grote nadruk en ernst zeggen, dat het wel noodzakelijk is, want de woorden die het meest in een godsdienst gebruikt worden zijn precies die woorden, waarvan de gewone betekenis bijna helemaal verloren is gegaan en waarvan de invloed op de menselijke geest vrijwel te verwaarlozen is. Zulke woorden moeten opnieuw tot leven komen, als dat mogelijk is; of anders moeten ze maar weggegooid worden, zelfs al worden ze gekoesterd door een lange traditie. Maar er is maar één manier om hun oorspronkelijke betekenis en invloed te herstellen, namelijk door onszelf af te vragen, wat deze woorden voor ons leven betekenen; ons af te vragen of zij in staat zijn iets oneindig belangrijks op ons over te brengen of niet.

Dit geldt voor alle belangrijke begrippen in onze religieuze taal: God en de Christus, de Geest en de kerk, zonde en vergeving, geloof, liefde en hoop, eeuwig leven en het Koninkrijk Gods. Van elk van deze woorden afzonderlijk moeten wij ons afvragen of zij in staat zijn ons in de diepte van ons wezen te raken. Indien een woord zijn zeggingskracht heeft verloren voor veel mensen in onze tijd, die serieus bezig zijn met de vragen en dingen van uiterst belang, dan moet zo’n woord niet meer gebruikt worden, althans niet zolang het niet opnieuw tot leven is gewekt of herboren is in zijn oorspronkelijke zeggingskracht

Misschien is het nog mogelijk, dat de woorden ‘verlossing’, ‘verlossen’en ‘Verlosser’ zelf nog eens ‘verlost’ worden. Hun oorspronkelijke betekenis heeft een enorme diepgang, maar zij liggen bedolven onder het stof der eeuwen en zijn leeg geworden door de vaak mechanische herhalingen. Maar laten we proberen, wat misschien onmogelijk is en laten we het woord ‘verlossing’ tot onderwerp van ons denken maken gedurende dit uur.

De twee vertalingen van de zevende bede in het Onze Vader gebruiken twee verschillende beelden van wat verlossing is: “redden” en “bevrijden”. Het woord ‘salvation’ (redding/verlossing) is afgeleid van het Latijnse woord ‘salvus’, dat ‘heel’ en ‘geheel(d)’ betekent. De ‘Saviour’ (Verlosser) maakt heel en heelt, wat ziek en verwond is. In Griekenland werd de god van de genezing Asclepios ook wel een verlosser genoemd, de genezer. Jezus noemt zichzelf ook wel de ‘medicijnmeester’, die gekomen is voor de zieken, niet voor de gezonde mensen.

Maar ‘verlossen’ betekent ook ‘loslaten’, ‘bevrijden’, ‘vrij maken’. Dat is dus een ander beeld: we zitten gevangen. Het is de boze – symbool van de misvormende en verwoestende

machten in de wereld – die ons in slavernij houdt. De Verlosser is dan de overwinnaar van de boze en zijn macht. Niemand heeft dit beeld indrukwekkender uitgewerkt dan Paulus in zijn grote triomfhymne in Romeinen 8, wanneer hij zegt dat geen van de demonische machten, die deze wereld beheersen, ons kan scheiden van de liefde van God.

‘Verlossen’ betekent dus genezen worden van ziekte en bevrijd worden uit slavernij; en beide zijn hetzelfde. Ik zal u een voorbeeld geven van hun eenheid. We nemen de neurotische of psychotische persoon in ogenschouw, die zijn leven niet als ziek zal beschouwen. Maar als wij zijn ziekte beschrijven, dan ontdekken we dat hij in de macht van dwangmatigheden zit, waar hij zichzelf niet van kan losmaken. Hij is, zoals het Nieuwe Testament het uitdrukt, bezeten door demonen. In zo iemand zijn ziek-zijn en slaaf-zijn hetzelfde. We vragen ons af, of dit in een bepaald opzicht niet voor een ieder van ons geldt. We vragen ons af: in welke zin hebben we genezing nodig? In welke zin bevrijding? Wat moet ‘verlossing’ voor ons betekenen?

Het is zeker niet wat er in de populaire verbeelding van gemaakt is nl. een ontsnappen aan de hel en een opgenomen worden in de hemel, wat dan met een onjuiste term een ‘leven in het hiernamaals’ wordt genoemd. Het Nieuwe Testament spreekt over het eeuwige leven en eeuwig leven is iets anders dan een voortzetting van het leven na de dood. Eeuwig leven gaat verleden, heden en toekomst teboven: we komen er vandaan, we leven in haar tegenwoordigheid en we keren er naar terug. Het is dus nooit afwezig – het is het goddelijke leven, waarin wij geworteld zijn en wij zijn ervoor bestemd om er in vrijheid aan deel te nemen – want alleen God heeft (de) eeuwigheid / is eeuwig. De mens moet er dan ook niet op pochen dat hij een onsterfelijke ziel heeft als iets dat hij bezit, want, zoals de brief aan Timotheüs zegt: ‘alleen God is onsterfelijk’. Net als alle andere schepselen zijn wij sterfelijk, ons hele wezen is sterfelijk – lichaam en ziel – maar we zijn ook in het eeuwige leven opgenomen voordat we op aarde leefden, terwijl wij in de tijd leven en nadat onze tijd voorbij is.

Als het onze bestemming is om in vrijheid deel te kunnen hebben aan het goddelijke leven, hier en nu, in de tijd en daar bovenuit, dan kunnen we zeggen, dat de boze diegene is van wie wij bevrijd worden, zoals wij bidden in het Onze Vader: het is die ons-tot-slaaf-makende macht, die ons verhindert om onze bestemming als mens te vervullen; het is de muur, die ons scheidt van het eeuwige leven, waartoe wij behoren en het is het ziek-zijn van ons wezen en van onze wereld, die veroorzaakt wordt door deze scheiding. Verlossing vindt overal plaats, wanneer de ons-tot-slaaf-makende machten overwonnen worden, wanneer de muur doorbroken wordt, wanneer het ziek-zijn geheeld wordt. Degene, die dit kan bewerken wort dan de Verlosser genoemd. Niemand anders dan God alleen kan dit.

Wie in ketens vastzit kan zichzelf niet verlossen en wie ziek is kan zichzelf niet genezen. Alle bevrijdende en helende krachten komen van de andere kant van de muur, die onze scheidt van het eeuwige leven. Telkens wanneer die kracht verschijnt is dat een uitdrukking van eeuwig, goddelijk leven in ons tijdelijke en sterfelijke bestaan. Alle ‘verlossers’, alle genezers zijn door God gezonden: zij bevrijden en helen door de macht van het eeuwige dat hun gegeven is.

Wie zijn die genezers dan? En waar zijn die verlossers? Wel, het eerste antwoord daarop is: zijn zijn hier; jij bent er zelf één. Ieder van u heeft verlossende en helende kracht over iemand, van wie je de priester bent. Wij zijn allemaal geroepen om elkaars priester te zijn; en als je priester bent, ben je ook geneesheer en als geneesheer ben je ook ‘counselor’; en ‘counselors’ zijn in feite ‘verlossers’. En zo zijn er ontelbare vele niveaus en soorten van verlossende genade. Er zijn veel mensen, bij wie de boze zo machtig overheerst, dat de

verlossende macht, die ook in die mensen nog zou kunnen werken, vrijwel verdwenen is. Aan de andere kant zijn er ook de grote verlossersfiguren door wie grote delen van de mensheid een blijvende macht van verlossing en heling hebben ervaren, de generaties door. De meesten van ons bevinden zich tussen beide uitersten.

Er is één verlosser, in wie het Christendom de verlossende genade zonder grenzen ziet, de beslissende overwinning op de machten van de demonie, het neerhalen van de muur van schuld, die ons scheidt van het eeuwige, de genezer, die een nieuwe werkelijkheid aan het licht brengt in de mens en zijn wereld. Maar als we hem de Verlosser noemen dan moeten we ons wel te binnen brengen, dat God de verlossers is door hem en dat er een grote menigte van verlossers en genezers is, inclusief onszelf, door wie de goddelijke verlossing op alle mensen inwerkt. God laat geen enkele plek op deze wereld, geen enkele tijd zonder verlossers – zonder helende kracht.

Maar nu moet ik mijn vraag nog eens herhalen: wat betekent dit alles nu voor ons eigen leven? Wanneer en waar ervaren wij zelf zo’n verlossende kracht? Wanneer en waar werden wij verlost, geheeld?

Het is wel een heel memorable feit, dat de meeste verhalen in de Bijbel over Jezus genezingsverhalen zijn. We kunnen drie soorten onderscheiden: wanneer lichamelijk zieke mensen direct genezen worden; wanneer lichamelijk zieke mensen vergeving ontvangen en genezen worden; en wanneer geesteszieke mensen verlost worden van wat genoemd wordt demonische bezetenheid. Het is jammer, dat de meeste prediking de nadruk legt op het wonder- karakter van deze verhalen, waarbij men dikwijls een armzalig, bijgelovig wonder-begrip hanteert, in plaats dat men het diepere inzicht naar voren brengt, dat deze verhalen uitstralen betreffende ziekte, gezondheid en genezing, namelijk dat lichaam en ziel onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Het zijn verlossingsverhalen, verricht door hem, die de Verlosser genoemd werd.

In al deze verhalen wordt duidelijk, dat verlossen hetzelfde is als genezen. Als de kerk meer begrip had getoond voor dit aspect van het Evangelie, dan zou de betreurenswaardige scheiding tussen godsdienst en medische wetenschap nooit hebben plaatsgevonden. In beide is immers de kracht van de verlossing werkzaam. Als we letten op de huidige wonderen van genezing in de psychische zorg dankzij medicijnen, dan moeten we toch zeggen, dat hier de muur tussen het eeuwige en vergankelijke leven op één punt doorgeprikt is; dat de verlossing van de boze in ieder geval in één dimensie van ons leven heeft plaatsgevonden; dat een dokter of ‘mental coach’ een verlosser voor iemand (anders) is geworden. Zoals iedere verlosser fungeert hij als een instrument met genezende kracht, zoals die aan de natuur en aan de mens gegeven is dankzij de aanwezigheid van God in ruimte en tijd.

Maar dit sort genezing en verlossing heeft ook zijn beperkingen. De mensen, die door Jezus waren genezen, werden opnieuw ziek en stierven uiteindelijk. Degenen, die verlost waren van de demonische dwangmechanismen konden ook weer terugvallen in zelfs nog ergere vormen van psychische ziekten, waar Jezus ook voor waarschuwde. Toch was het een doorbraak van het eeuwige leven op één bepaald moment in de tijd, zoals dat ook geldt voor iedere genezing door de medische wetenschap.

Maar is nog een tweede begrenzing, waar we mee te maken hebben als het gaat om de genezing van lichaam en ziel: de houding van degene, die genezen moet worden, kan zijn eigen genezing verhinderen. Zonder dat men verlost wil worden van de boze is er geen verlossing mogelijk; als men niet verlangt naar de helende kracht, dan is er geen genezing! De muur, die ons scheidt van het eeuwige leven, kan alleen maar doorbroken worden, als wij

dat zelf ook willen – en dan ook alleen maar, wanneer we vertrouwen op de brengers van helende kracht. Vertrouwen in de verlossers is niet hetzelfde als vertrouwen op de zogenaamde hedendaagse gebedsgenezing, waarbij men zich minstens inbeeldt dat men zelf of de ander een heilige is. Nee, het gaat eerder om een openstaan voor de verlossing van het kwaad, wanneer zich voor ons de mogelijkheid van zo’n bevrijding voordoet.

Deze openheid is er niet altijd. Het is mogelijk, dat we de voorkeur geven aan ziekte boven gezondheid, aan onvrijheid boven vrijheid. Er kunnen vele redenen zijn om maar liever niet geheeld te willen worden, liever niet bevrijd te zijn. Wie zwak is kan zo zijn/haar macht uitoefenen over zijn omgeving, zijn gezin en vrienden. Dat kan weliswaar het wederzijdse vertrouwen en de liefde schaden, maar het geeft ook voldoening aan degene, die deze macht door zijn zwakheid uitoefent. Velen onder ons zouden zich eens moeten afvragen of wij dit misschien ook onbewust doen jegens onze man of vrouw, jegens onze kinderen of ouders, vrienden of groepen. Er zijn anderen, die geen verlossing willen, omdat dat hun dwingt om de realiteit onder ogen te zien en dat men de zwaarste last, die een mens moet dragen, op zich moet nemen, namelijk dat men zelf verantwoorde beslissingen moet nemen.

Dit geldt m.n. voor hen, die vastzitten in psychische verwarring. Het is zeker waar, dat deze mensen lijden, zoals mensen met een lichamelijk ziekte, maar de andere kant is, dat men macht verkrijgt of verantwoordelijkheden ontloopt, wat nog wel belangrijker lijkt dan het lijden dat men ervaart. In werkelijkheid snijdt men zich zo af van de mogelijkheid tot genezing. Deze verlossende kracht zou voor hen allereerst betekenen, dat men zichzelf openstelt om genezing van lichaam en ziel te wensen. Maar zelfs Jezus kon dit niet bij iedereen, die naar hem luisterde, bereiken. Men zou kunnen zeggen, dat het eerste wat iedere genezer en verlosser moet doen is door de liefde voor zijn ziekte en verslaving heenbreken bij degenen, die Hij wil verlossen.

Laten we nu eens kijken naar een total andere vorm van verslaving en bevrijding, die voortkomt uit onze eindigheid in deze wereld. In tegenstelling tot veel van wat gezegd is – ook door mijzelf – tegen de technologie, wil ik nu een lans breken voor de verlossende macht van de technische beheersing van de natuur. Dit is een nogal vermetele uitspraak in een periode, die gekenmerkt wordt door het bereiken van een hoogtepunt in het heersen over de natuur, maar waarin tegelijkertijd de gevaarlijke en verwoestende aspecten ervan duidelijker aan het licht zijn getreden dan ooit. Iedere technische uitvinding verheft de mens boven zijn animale stadium, bevrijdt hem van veel gezwoeg, overwint de enge beperkingen van zijn bewegingsmogelijkheden in tijd en ruimte, bevrijdt hem van talloze kleinere en grotere ongemakken, waaraan hij als onderdeel van de natuur onderworpen is, bijv. onnodige pijn en dood.

Deze technische vernieuwingen hebben een bevrijdende kracht, zoals talloze mensen ondervonden hebben, die lichamelijk en geestelijk gebroken waren, waar ze plotseling van verlost waren. We kennen ook de verwoestende kracht van de technologie: zij kan alle leven op aarde uitwissen en de geschiedenis ten einde doen gaan. Ook weten we, dat zij de geest van de mens kan weghouden van bevrijding in een diepere en meer duurzame zin van het woord. We weten, dat zij de mens zelf kan omvormen tot een ding en een gebruiksvoorwerp. Toch mogen we stellen, dat we bij zulke grote prestaties van onze technische mogelijkheden te maken hebben met een doorbraak van het eeuwige in het tijdelijke; men kan hier niet omheen, als men spreken wil over de helende kracht(en) en over de verlossing.

In de antieke wereld warden grote politieke leiders ook wel verlossers genoemd. Zij bevrijdden volken en groepen onder hen van ellende, onderdrukking en oorlog. Dit is een

ander soort genezing, dat ons doet denken aan de woorden uit het laatste bijbeblboek, dat in poëtische taal zegt, dat ‘de bladeren van de boom des levens zijn tot genezing der volken’. Hoe kunnen volken dan wel genezen worden? Je kunt zeggen: zijn kunnen bevrijd worden van externe veroveraars of interne onderdrukkers. Maar kunnen ze ook genezen worden? Kunnen zij verlost worden? De profeten geven het antwoord: Volken worden verlost al ser een kleine minderheid is, een groep uit het volk, die vertegenwoordigt waartoe dat volk geroepen is en wat het moet zijn.

Zij kunnen verslagen zijn, maar hun geest zal een kracht tot weerstand zijn tegen de ‘boze geesten’, die funest zijn voor dat volk. De vraag betreffende de reddende kracht in het volk is de vraag of er een minderheid is, al is zij maar klein, die bereid is de angst te weerstaan, die gewekt wordt door propaganda, die de eenvormigheid kan weerstaan, die met geweld wordt opgelegd, die de haat kan weerstaan, die door onwetendheid wordt opgeroepen. De toekomst van zo’n land en zijn geestelijke waarden hangen niet zozeer af van een mogelijke atoomwapen-verdediging, alswel van de invloed, die zulke groepen hebben op de geest, waarin zo’n volk wil denken en handelen.

Maar dit geldt eigenlijk voor de mensheid in haar geheel. Haar toekomst zal afhankelijk zijn van een verlossende groep, belichaamd in één natie of voortkomend vanuit vele volken. Er bevindt zich in en temidden van de mensheid een verlossend macht, maar daar is ook de verborgen wil tot zelfvernietiging. Het hangt van een ieder van ons af, welke kant zal overheersen. Er is geen belofte van Godswege, die zegt dat de mensheid dit jaar of volgend jaar zal overleven. Maar het kan afhangen van de reddende macht die krachtig aanwezig is in u of mij, of zij zal overleven. (Het kan afhangen van de hoeveelheid helende en bevrijdende genade, die door een ieder van ons heenwerkt met betrekking tot sociale gerechtigheid, raciale gelijkheid en politieke wijsheid). Door de reddende kracht, die in mij werkzaam is, kan de mensheid worden verlost of verloren gaan – zij zal verloren gaan.

Want om dragers van de verlossende macht te zijn, moeten we wel zelf ook verlost zijn; de muur, die ons scheidt van het eeuwige leven moet doorbroken worden. Maar er is één ding, waardoor de muur al maar sterker wordt en waardoor wij ziek en onderdrukt blijven en dat is onze vervreemding en schuld, die ons belemmeren om het eeuwige leven hier en nu te bereiken. Het oordeel tegen onszelf, dat we in ons geweten bevestigen, is de ziekte ten dode, de levenswanhoop, waarvan wij geheeld moeten worden om ja tegen het leven te kunnen zeggen. Leven, dat genezen is, is nieuw leven, bevrijd van het gebonden zijn aan de boze. Hier worden de twee laatste beden van het Onze Vader één bede: vergeef ons onze schulden en verlos ons van de boze – dit is één en hetzelfde. En als we Jezus, de Christus, onze Verlosser noemen, dan bedoelen we daarmee, dat we in Hem de kracht zien, die ons heelt door ons te aanvaarden en die ons bevrijdt door ons in zijn wezen een Nieuw Zijn te laten zien – een Zijn, waardoor er verzoening is met onszelf, met onze wereld en met de goddelijke grond van onze wereld en onszelf.

En dan nu de laatste vraag: Wie zal verlost, bevrijd, geheeld worden? Het vierde evangelie zegt: de wereld! De hereniging met het eeuwige, waar we uit voortkomen, waarvan wij gescheiden zijn, waarheen wij zullen terugkeren, wordt beloofd aan al wat is. Wij worden niet als individuen verlost, maar in eenheid met alle anderen en met het universum. Onze eigen verlossing zal de gebondenen niet alleen achterlaten, onze eigen genezing maakt deel uit van de heling van de wereld. Daarom zijn er nog twee beden in het Onze Vader, die om hetzelfde vragen: Verlos ons van de boze en: Uw Koninkrijk kome! Het Koninkrijk is zijn schepping, maar dan verlost en geheeld. Dat is waar wij op hopen, wanneer wij vanuit de tijd naar de eeuwigheid kijken. Verlos ons – genees ons – dat is de roep van al wat is; van een

ieder van ons in verbondenheid met de gehele mensheid en in verbondenheid met het ganse heelal. Het antwoord van God is: Ik zal tot Mij terugbrengen wat van Mij gescheiden is, omdat het tot Mij behoort. Ik bevrijd u vandaag, zoals Ik dat voorheen deed en ook zal doen in de toekomst. Dus wanneer je vandaag deze woorden hoort: “Ik bevrijd u en Ik genees u!”, verzet u daar dan niet tegen!

 

Lees meer uit: Het Eeuwige Nu

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.