Je moet je niet aanpassen!

 

HOOFDSTUK 12

 

U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar (uzelf) veranderen door uw gezindheid te vernieuwen. Romeinen 12:2a

 

“Pas jezelf niet aan”. Dat is een waarschuwing van Paulus die betekenis heeft voor alle perioden in de geschiedenis. En juist onze tijd heeft deze aansporing dringend nodig. Zij is op iedereen van toepassing, op onze beschaving, op de mensheid in haar geheel. Deze aansporing heeft vele facetten, want er zijn vele dingen, waaraan men aangepast kan zijn. Maar er is één al-omvattend iets, waaraan we volgens de apostel niet aan aangepast moeten zijn, namelijk aan deze eon, deze wereld-tijd. In plaats van aangepast-zijn aan deze wereld-tijd wil hij, dat wij veranderd worden door de toe-komende eon of tijd, de toestand van de vernieuwing van onze wereld en van onszelf. Geen aanpassing, maar ‘transformatie’ – dat is het waar Paulus het over heeft in de woorden van onze tekst.

 

De recente geschiedenis heeft vele revolutionaire transformaties/veranderingen laten zien. De ouderen onder ons kunnen zich dat goed herinneren, want zij hebben er ook vaak onder te lijden gehad in hun jonge jaren. Vandaag de dag verzetten zowel jong als oud zich tegen revoluties en tegen verdere veranderingen in/van de wereld, waarin men zich veilig genesteld heeft. Een geest van conservatisme heeft grote delen van de mensheid in zijn greep en m.n. in onze westerse beschaving. Dit is heel ‘natuurlijk’ en als zodanig geen reden tot bezorgdheid. Maar het wordt wel zorgelijk en moet weersproken worden, als conservatisme conformisme wordt, als het motto van de nieuwe generatie wordt: geen veranderingen, maar aanpassing! En dit schijnt het geval te zijn, te beginnen bij de eerste schooljaren, als sommige onderwijzers individuele vriendschappen verbieden omdat zij ‘de goede regel’ bedreigen (dit bedrieglijke principe van onze opvoeding). Dit zet zich in de jaren daarna voort, wanneer de wetten van de groep voor de tiener belangrijker worden geacht dan intermenselijke leefregels, zoals God die gegeven heeft. En in het hoger onderwijs leggen de ouderejaars regels op aan jongere studenten, die het meest uitzonderlijke gedrag opleveren. De volgende jaren treedt men de wereld van de concurrentie binnen en past men zich aan om succes te verwerven en hoe ouder men wordt des te angstiger wordt men om de sociale, politieke en religieuze taboes te schenden en als men nog ouder wordt dan zien we gebeuren, dat religieuze fanatici de angst voor het naderende einde gebruiken om nieuwe vormen van religieus conformisme te prediken. En in al deze stadia

 

van ons leven zien we een toenemende invloed van de massamedia, die als hoofddoel hebben eenvormigheid te bewerken zonder dat men zich dat bewust is.

 

“Je moet je niet aanpassen”, zegt de apostel in deze vijf uitdagende woorden, waarmee hij tegen de hoofdtrend van de huidige beschaving inroeit. Maar hij daagt meer dan dat uit, hij daagt namelijk ook jou en mij uit, of wij nu vast zitten aan de huidige beschaving of niet. We kunnen conformistisch zijn of we het nu met Paulus eens zijn of niet, maar we kunnen ook non-conformistisch zijn, of het we nu met Paulus eens zijn of niet. Het zijn woorden, die degenen waarschuwen, die geloven, dat hun vertrouwen op de revolutie hen bevrijdt van het gevaar van conformisme. Dat doet het namelijk niet! De groep van revolutionairen kan even conformistisch zijn als de groep conservatievelingen.

 

Men kan aangepast zijn aan een groep, maar evengoed aan zichzelf. De revolutionair kan zo gewend geraakt zijn aan zichzelf als revolutionair, dat hij zijn vrijheid verliest en een conformist aan de revolutie wordt. Precies zo kan men zich aanpassen aan zijn houding van onverschilligheid of cynisme of striktheid of perfectionisme of leegte. Zo kan men conformistisch zijn ten aanzien van zichzelf, waardoor men niet meer kan veranderen en zijn geest niet meer kan vernieuwen. Men kan non-conformistisch zijn zonder liefde, niet in staat om iets te veranderen, omdat men zichzelf niet veranderd heeft.

 

Waarom bestrijdt Paulus het conformisme? Waarom noemt hij de christen eigenlijk niet de meest aangepaste mens? Waarom beschrijft hij de christelijke manier van leven als de weg naar een volledige acceptatie van de morele en relgieuze normen van de samenleving? Zijn denken ligt daar ver vandaan en hij zou zeker niet als een goede opvoeder becshouwd worden als men hem zou afmeten aan het criterium van ‘aanpassing’. Maar hij wist drommels goed, waarom hij aanpassing afwees. Hij wist, dat alle vormen van conformisme een manier van zijn is, die aangepast is aan deze eeuw (eon).

 

Laten we proberen te begrijpen, wat deze vreemde bewering inhoudt. ‘Deze eeuw’ betekent de stand van zaken, waarin wij leven, die , volgens Paulus, een situatie van verderf/bederf is. Eraan aangepast zijn betekent daarom, dat men deelneemt aan de verdorvenheid ervan. Waar conformisme is daar is aanvaarding van corruptie, daar onderwerpt men zich aan de huidige stand van zaken, die ‘im Frage’ staat.

 

In onze Engelse bijbels is het Griekse word ‘eon’ vertaald met ‘wereld’. Dit is enigszins misleidend. Als we spreken over ‘de wereld’ denken we meteen aan het universum. Maar het universum, inclusief onze aarde en alles wat daar bij hoort, is het product van de onophoudelijke creatieve werkzaamheid van God, hier en nu. In zijn geschapen vorm is die wereld goed, het is de plaats waarop het Koninkrijk Gods gestalte zal krijgen, zoals wij bidden in het Onze Vader. Het

 

is één van de gevaarlijkste misvattingen van het Evangelie om deze wereld en de geschapen heerlijkheid ervan te ontkennen en om onze ogen te wenden naar een super- of bovenwereld, die in geen enkele relatie tot de oorspronkelijke schepping staat. De Bijbel spreekt over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde in tegenstelling tot de oude hemel en de oude aarde. En nu begrijpen we ook meteen, wat Paulus bedoelt als hij spreekt over aanpassing aan deze ‘wereld’: hij bedoelt daarmee de onveranderde oude aarde en de onveranderde oude hemel. Hij bedoelt de geperverteerde toestand van het universum en m.n ons universum – het universum van de mens(heid) - , wanneer hij waarschuwt daaraan niet aangepast te worden. De houding t.o.v. ‘deze wereld’, t.o.v. onszelf en t.o.v. onze wereld, die de apostel van ons vraagt is drieledig: het betreft veroordeling, verzet en verandering.

 

Men zou kunnen vragen: moet ik dan alles wat ik tegenkom veroordelen, me ertegen verzetten en het veranderen? Moeten we juist niet gewend raken aan wat uit de wijsheid van eeuwen her ontstaan is, ons geschonken is door de generaties voor ons, dankzij hun ervaringen en inzichten? Zouden we niet beter kunnen zeggen: pas je aan aan wat goed en waardevol gebleken is en wat in overeenstemming is met de geest van de liefde? Zo’n vraag moeten we serieus en met enige zelfkritiek durven stellen. Maar we moeten niet vergeten, dat we in deze wereld leven, onder haar heersende vormen en manieren (van doen), waar het onbedorvene vermengd is met het corrupte, het aanvaardbare met het onaanvaardbare, het goede met het kwade. Daarom is aanpassing zo gevaarlijk! Als de verdorvenheid van deze ‘wereld’ zo duidelijk was dan zouden erg weinig mensen in de verleiding staan om zich eraan aan te passen. Er zijn niet zoveel mensen, hetzij in werkelijkheid of in de literatuur, die een pact met de duivel sluiten. Maar velen zijn er, die gelokt worden door elementen van goedheid, ja van werkelijke goedheid, om een pact met deze ‘wereld’ af te sluiten, waardoor men in een toestand komt van ‘aanpassing’. En zeker, er zijn sterke argumenten om de aanpassing te aanvaarden.

 

We hebben ons allemaal aangepast aan het gezin, waarin we geboren zijn, of we dat wilden of niet. Moeten we proberen non-conformisten te zijn in ons gezin, omdat conformisme aanpassing aan deze ‘wereld’ betekent, aan de geperverteerde situatie, waarin alles zich bevindt? Zou dat de andere leden van het gezin niet veel pijn doen en zou dat ons niet beroven van vele zegeningen, dat een beschermd en geordend gezinsleven kan geven? Hoe kan het gebod om ‘vader en moeder te eren’ gecombineerd worden met de waarschuwing van de apostel om niet aangepast te zijn aan deze wereld? Jezus zegt (zelfs): “Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; 36 de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! 37 Wie meer van zijn vader

 

of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard” (Matth. 10: 35-37).

 

Dit zijn wel erg boude uitspraken betreffende non-conformisme. Zelfs Paulus’ radicale uitspraken klinken gematigd in vergelijking hiermee. Het is verbazingwekkend, dat een geloof, dat gebaseerd is op woorden als deze, de eeuwen door gebruikt is als het meest succesvolle instrument om conformisme zowel binnen als buiten gezinsverhoudingen tot stand te brengen. Hoe kon dat gebeuren? Waarom is dit nog steeds de meest voorkomende houding binnen de westerse cultuur, ook vandaag de dag, ondanks alle desintegrerende krachten? Dat komt, omdat het oneindig moeilijk is om het punt te vinden, waar het ‘aangepast zijn’ de liefde weerspreekt, zoals die manifest is in de Christus. Het zou gemakkelijker zijn het punt aan te wijzen, waar scheiding onvermijdellijk wordt, als onze familie, zoals vaak aan de orde was in het vroege christendom, ons trachtte over te halen om de Christus - en waar hij voor staat -te verwerpen. Maar zo helder liggen de zaken vandaag de dag niet. In plaats daarvan rijst de vraag van al of niet aanpassen op in ontelbaar kleine momenten van ons dagelijks leven. En telkens is ons antwoord een waagstuk en we voelen de last ervan als een strijd in/met ons geweten.

 

We weten vaak niet met zekerheid of ons non-conformisme gebaseerd is op een verkeerd conformisme aan onszelf of dat we ons zo bewst zijn van de geperverteerde situatie, dat dat ons tot non-conformisme aanspoort. En zo weten we ook niet met zekerheid of ons niet-verzet gebaseerd is op een onjuiste overgave aan de stand van zaken of dat het een element van liefde en wijsheid is, die ons aangepast laat zijn aan het gezin of de groep. Dit soort dingen weten we nooit precies en we kunnen alleen maar handelen met het risico, dat we het mis hebben.

 

Maar we moeten iets doen! De meeste mensen proberen dat risico te vermijden door aangepast te blijven aan de stand van zaken, waarin zij toevallig door omstandigheden terecht zijn gekomen. Maar degenen, die de wereld veranderd hebben, hebben onjuiste beslissingen geriskeerd. Zij bleven voortdurend twijfelen ondanks de diepte en de passie van hun geloof. Want toen zij weigerden zich aan te passen aan hun familie en tradities, toen pasten zij zich niet aan zichzelf aan, maar zij werden hernieuwd in hun eigen wezen en konden zo andere mensen vernieuwen. En precies om die reden werden zij nooit zelf-verzekerd – ze namen het risico op zich om niet aangepast te zijn en daarmee namen zij op zich de angst, de twijfel èn de glorie van dit waagstuk.

 

Paulus vraagt dit van iedere christen. Iedere christen moet sterk genoeg zijn om de niet-aanpassing te wagen, zelfs in die meest radicale vorm, zoals Jezus die beschrijft t.a.v. iemands gezin en familie. De situatie van het gezin is een voorbeeld en tegelijk méér dan een voorbeeld. Immers, alle aanpassing ligt

 

daar in geworteld. En verzet tegen aanpassing is altijd allereerst verzet tegen het gezin/de familie. Maar er zijn andere, grotere groepen, waarin we de lucht van aanpassing dagelijks inademen. Ons daartegen verzetten is soms gemakkelijker, maar vaker ook moeilijker dan zich verzetten tegen het gezin. Ik denk hier aan het onderwijs, de sociale, politieke en religieuze groepen, waarvan we deel uitmaken. Laten we deze groepen eens bekijken in het licht van het woord van de apostel.

 

Het lijkt zo te zijn, dat een onderwijsgroep (een klas of studiejaar) het minst vatbaar is voor aanpassing. Degenen, die studeren, zijn o.h.a. meer geneigd zich te verzetten tegen hun onderwijzers dan hen te accepteren, alsook tegen wat zij van hen leren. En de leraren worden gekozen op basis van de onafhankelijkheid van hun oordelen en de vrijheid om het geleerde ter discussie te stellen. Dit schijnt de instellingen van het hoger onderwijs bij uitstek te maken tot plaatsen van non-conformisme. Ik denk echter, dat dit in de praktijk vaak niet zo is. Men hoeft de studenten maar twee vragen te stellen: Heb je uit wat je geleerd hebt dikwijls een nieuw conformisme opgebouwd of heeft het je aangespoord tot verzet? En verzet je je tegen de groep of clan, waartoe je behoort, even sterk als tegen de leraren, tegen wie je je verzet, of heb je je laten inpakken door groeps-conformisme en zit je zo vast aan alle elementen van deze ‘wereld’, inclusief die van corruptie, die aan zo’n conformisme kleven? Hoe zou je daar op antwoorden?

 

We zouden ons als leraren slechts twee vragen hoeven te stellen: de ene is – zijn we ons volledig bewust van hoe afhankelijk we zijn van de intellectuele mode, vooral wanneer die sociaal en politiek correct is? En de andere is: - hebben we ons steeds meer, naarmate we ouder werden, aangepast aan onszelf, aan de vaste meningen, waarop we ons steeds weer baseren? Ik geloof, dat alle studenten en leraren hier stil zouden vallen, als hun deze vragen gesteld werden. De instellingen van het hoger onderwijs hebben beslist geen monopolie op het gebied van het non-conformisme. Evenals iedere andere groep hebben zij verandering (transformatie) nodig. Ook zij behoren duidelijk tot deze wereld.

 

Gezinnen en scholen zijn (onder)delen van die grotere groepen, die wij maatschappij en staat noemen. Veel is er gezegd en geschreven over de conformistische invloed, die beide hebben op de manier van leven van ieder van ons. Ik hoef deze vaak snerpende en ontmoedigende waarnemingen niet te herhalen. Ik hoef niet te herhalen welke invloed uitgeoefend wordt door het wonen in een suburb, door de wetten van de concurrentie, door politieke dreigementen, door radio en TV, die onze atmosfeer 24 uur per dag vullen en ons onbewust beinvloeden, zelfs al proberen we ons er van bewust te zijn en ons ertegen te verzetten. Nogmaals, de moeilijkheid bij het verzet daartegen,

 

m.n. de conformistische invloed ervan op ons leven, is dat het niet alleen 100% slecht is, maar ook goed. De mix van goed en kwaad in al onze politieke en sociale vormen maken iedere vorm van protest ertegen tot een waagstuk, niet zozeer in de zin van dat we vriendschappen, of gemis aan erkenning of succes riskeren – hoewel dat ook – maar meer in de zin, dat we de verkeerde beslissing nemen en zo onszelf erin kunnen verliezen.

 

Maar toch moeten we het wagen, zoals ook de leerlingen tot wie Jezus sprak, een risico moesten nemen. We moeten het wagen, ook “al worden we voor gerechtshoven gesleept, moeten we terecht staan voor stadhouders en koningen, om getuigenis af te leggen, om ter dood veroordeeld te worden door vrienden en verwanten, ja zelfs om door allen gehaat te worden”. Dit is ongetwijfeld een blauwdruk van een extreme situatie, hoewel het ook in onze eeuwen velen is overkomen. De meesten van ons zullen waarschijnlijk nooit oog in oog staan met zulke ernstige situaties. Maar toch, in ons dagelijks leven, terwijl we te maken hebben met de maatschappij en de staat, staan we in zekere zin oog in oog met de maatschappij als ‘rechtbank’, die ons aanklagen en ons kunnen veroordelen, omdat we niet aangepast zijn aan haar manier van leven. Het beeld dat Jezus schetst van het extreme non-conformisme heeft ook betrekking op alle kleine daden van non-confirmisme, die we stellen in ons gewone dagelijkse leven. Wees niet aangepast aan de maatschappelijke groep, waartoe je behoort. Wees niet aangepast aan hen, die politieke macht over je willen uitoefenen, ook al ben je hen gehoorzaam. Maar werk aan hun ‘transformatie’.

 

Veel kerkmensen zullen hier vast mee instemmen. Maar ze zullen protesteren, zodra men de waarschuwing van de apostel Paulus zou toepassen op de kerk zelf. Maar dat moeten we toch doen. Het conformisme, dat Jezus het meest effectief bedreigde en hem zelfs ter dood bracht, dat was het religieuze conformisme van zijn tijd. En de situatie was en is in de kerk niet anders. Want ook de christelijke kerken behoren tot deze ‘wereld’, hoewel zij getuigen van de komende ‘eeuw’ en de komende ‘wereld’ in zekere zin vertegenwoordigen in (deze) ruimte en tijd. Zij delen echter evengoed in het bederf van deze wereld, in haar mix van goed en kwaad. En haar geschiedenis laat duidelijk zien, dat zij deelt in haar gebrokenheid. Daarom is Paulus’waarschuwing om niet aangepast te zijn net zo goed geldig voor de kerk. Maar, zo zou men zich kunnen afvragen, is het mogelijk om aan het conformisme te ontsnappen, als men tot een groep behoort, die verenigd is door een gemeenschappelijk geloof, door rituelen, een ethische standaard en door oude tradities en vaste patronen van gemeenschappelijke devotie? Kun je bij een kerk horen en niet-aangepast zijn? Er bestaan inderdaad wel niet-conformistische kerken. Maar waren zij niet niet-conformistisch op juist één bepaald historisch moment en

 

werden zij daarna niet aangepast aan zichzelf, zoals degenen waren van wie men zich afscheidde? Dit zijn serieuze vragen, m.n. voor protestanten, wier kerk tot stand kwam t.g.v. het protest tegen het conformisme van de gevestigde kerk. Ik aarzel niet te beweren, dat men zich moet blijven verzetten tegen aangepastheid, zelfs in de kerkgemeenschap. Natuurlijk neemt men door zo’n daad van verzet een risico. Men kan zich vergissen.

 

Maar men moet het doen. Want zo’n daad kan het goddelijke protest vertegenwoordigen tegen iedere menselijke, zelfs tegen de hoogste vormen van religie. Een kerk, waarin dit goddelijke protest geen menselijke stem krijgt is in feite aangepast aan deze ‘wereld’. Hier zien we, wat non-conformisme ten diepste is – het is namelijk verzet tegen afgodendienst, wanneer we van onszelf en van onze wereld iets uiteindelijks (ultimate) maken, en ook van onze kerk en van onze beschaving. Dit verzet hiertegen is het zwaarste wat van een mens gevraagd kan worden. Het is zo moeilijk, dat de profeten in het Oude en Nieuwe Testament en de Hervormers, en de leiders van de strijd tegen afgoderij in de geschiedenis van de godsdiensten, wanneer zij geroepen werden om de strijd tegen het conformisme aan deze wereld aan te binden, dat zij deze taak trachtten te ontvluchten. Het is bijna te moeilijk voor gewone stervelingen. Het is niet te moeilijk om een criticus en een rebel te worden. Maar het is moeilijk om niet aangepast aan wat ook maar te worden, zelfs als het jezelf betreft en het goddelijke oordeel uit te spreken tegen afgoderij, niet zozeer omdat deze moedige daad kan uitlopen op lijden en het martelaarschap, maar vooral vanwege de kans op mislukking. Het is moeilijk, omdat iets in ons geweten, een gevoel van schuld, probeert te verhinderen, dat wij een non-conformist worden.

 

Maar zelfs dat schuldgevoel moeten we op ons nemen. Want degene, die iets waagt en faalt, hem of haar kan (het) vergeven worden. Maar degene, die nooit iets riskeert en nooit faalt is in feite een mislukkeling in heel zijn wezen. Hem/haar kan niets vergeven worden, omdat men het niet (aan)voelt om vergeving nodig te hebben. Daarom: durf het aan om niet aangepast te zijn aan deze wereld, maar verander het eerst moedig in jezelf, dan in de wereld – maar altijd in de geest en de kracht van de liefde.

 

 

Lees meer uit: Het Eeuwige Nu

Paul Tillich (1886-1965)

Deze website, geïnitieerd en beheerd door Dr. Cees Huisman, heeft als doelstelling om de filosofie en de theologie van Paul Tillich meer bekendheid te geven in Nederland. Zo zullen hier (nieuwe) vertalingen van bekende en minder bekende werken van Paul Tillich in het Nederlands verschijnen, alsook beschouwingen en artikelen over hem.
Het is mijn stellige overtuiging, dat Paul Tillich’s denken nog springlevend is en nog steeds betekenis heeft voor de kerk, de maatschappij en de cultuur in West-Europa -  ook in Nederland, ook al overleed deze bijzondere theoloog ruim 50 jaar geleden.
In de komende maanden en jaren zal de content van deze website in omvang toenemen en alleen daaruit al zal de relevantie van zijn theologie blijken.

E-mail

Wilt u meer weten? Stuur dan een e-mail. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.